Zondagsmijmering over verloren hondjes

Verloren maandag - ik besef volkomen seizoensvreemd aan te vatten - mag gerekend worden tot de invasieve Antwerpse gebruiken. Geen parkingbewoner - sta me toe deze als neerbuigende bejegening ontstane omschrijving van niet-Antwerpenaren, vervolgens door deze laatsten als geuzenaam geadopteerd, hier met minzaam oogmerk te hanteren - denkt er zelfs maar een wijle aan moeder of vader te eren op de data waarop dat geschiedt in het gebied omsloten door de oorden Sint-Niklaas ter ene en Turnhout ter andere zijde.

Labels

Zondagse mijmering over Poëzie

‘Dat terrasje op Place du Tertre, heerlijk’, herinnerde ze zich. De Dômes des Invalides blijft hem intrigeren, klonk zijn insteek waarop nummer drie de sfeer van de Rive Gauche uniek noemde. Nummer vier bekende, aarzelend want beseffend dat deze woorden nooit meer kunnen ingetrokken worden, nooit in Parijs te zijn geweest. Er viel een ongemakkelijke stilte. De drie keken elkaar verbijsterd aan. Moest er nu geschaterlacht worden of paste een meelevend klopje op de schouder?

Labels

Zondagse mijmering over vooruitgang

Op de fb-muur van een goede en bovendien inspirerende vriend (goed, inspirerend en vriend; eerdaags scholen wij samen aan dezelfde tafel en dus lijkt het me niet onverstandig deze drie concepten hier hem typerend te clusteren) las ik kortelings de vaststelling dat een student in 1968 met een Citroën 2CV mobieler was dan Karel de Grote. Klopt natuurlijk, als ware het een zwerende vinger.

Labels

Zondagse mijmering: Over onder- en bovendanen

De vlag ligt uithangklaar, straks een leeuwenbabbel, dinsdag naar het Brusselse stadhuis en het Schoonselhof getogen. De flamingantenregel dat vakantie vóór 11 juli niet past, volg ik al mijn ganse leven. Overigens, als leraar kon de riem er daarna af, nu ik in Belgisch dienstverband gekneld zit, hoor ik tot 20 juli actief te blijven (waarop van aan de toog geroepen wordt: ‘Actief, ne politieker? Zwaanst na ni.’)