Opinie

Zondagsmijmering: Over impact

‘We maken er een dag van 1000 kusjes van’, besloten de jongste (hij dus) en de oudste (ik dus) hun ochtendbabbeltje, waarbij de oudste de jongste de vraag stelde hoe ze de dag zouden doorbrengen, die oudste ook aanvullend zelf de mogelijkheden opperde en daaruit ook zelf bovengenoemd besluit trok. Het mondje van de jongste vormde een lachebekje, de oogjes sloten zich daar bij aan en dus besloot de oudste dat er een akkoord in het verschiet lag. De mama haalt boven de nachtonderbrekingen in, vandaar dat de jongens de ochtendshift voor hun rekening nemen, maar zij kan zich vast vinden in het hier beneden afgesloten vergelijk. Tot haar goedkeuring betreft dat uiteraard slechts een voorlopige besluit.

Labels

Zondagsmijmering: Over vuilnis

Het hier aangesneden thema roept wellicht bij weinigen vrolijke gevoelens op en dient zelden als muze voor scheppers van literair schoon - tot deze verhevenen gerekend worden, is natuurlijk niet de ambitie van uw bescheiden scribent - maar het hoort wel bij de werkelijkheid zoals we die dag-in dag-uit beleven, uit het luik jeuk, toiletbezoek of maagoprispingen.

Labels

Zondagsmijmering: Over blauw-roze tradities

Enkele dagen geleden nam ik op een tuinfeest onze honneurs alleenstaand waar - het feest werd ingeleid door een staande receptie - terwijl vrouwlief thuis puffend op dé komst zat dan wel lag te wachten. Teneinde oprispingen over het even verdrukkende als toxische patriarchaat in de kiem te smoren deze aanvulling: tussen de soep (aspergesoep trouwens) en de spreekwoordelijke patatten heb ik de rug gekeerd naar het aangename gezelschap waarmede ik de dis mocht delen teneinde me voortijdig, gemeten aan het aangeboden programma, weer huiswaarts te spoeden, aldaar gezamenlijk de gebeurtenissen af te wachten. Er gebeurde trouwens niets.

 

Labels

Zondagsmijmering: Over het stad

‘Main hart is nog goe’, klinkt het erg luid door de nog stille straat op een wijze die alleen kan doen vermoeden dat er zich serieuze lichamelijke mankementen hebben aangediend. ‘Agge wa aawer weurt’, vindt zijn wandelgenote. Ze kwamen net uit de bakker toen mijn tijgertjes werden ingepakt. ‘Roger vult de kamer wel hé’, verwoordt de bakker wat onze trommelvliezen net zelf hadden waargenomen. ‘Woont doar bai.’ ‘Mor tis ne gauwe gast.’

 

Labels