Hongaarse rapsodie*
Dat ruim honderd collega’s parlementsleden uit Europese en niet-Europese landen in alle delen van Hongarije mee de gebeurtenissen in het oog kwamen houden, zegt genoeg. Dankzij/door toedoen van (schrap wat u verkiest) Victor Orban waren de ogen van de wereld afgelopen zondag op Boedapest gericht. Na zestien jaar alleenheerschappij van Orban en zijn partij Fidesz zat de kans er in dat daar een einde aan zou komen. Orban ligt al langer als een kiezel in de schoen de Europese wandelingen te hinderen en menig van zijn collega’s keek uit naar de dag waarop hij het toneel zou moeten verlaten.
Met Peter Magyar, qua naam het Hongaarse equivalent van Bart De Vlaming, Kees Den Hollander, Jean Français of Wilhelm Deutscher, diende zich voor het eerst in lange tijd een geloofwaardige tegenstander aan.
Magyar, oudgediende van de Fidesz-partij, was lang getrouwd met Judith Varga, voormalig minister van Justitie en ooit rijzende ster aan het politieke firmament. Na een politiek schandaal waarbij zij ontslag moest nemen, stapte Magyar uit de partij en werd hij meteen Orbans grootste criticus. Oprechte onvrede met het corrupte systeem, persoonlijke rancune tegenover Orban en charisma: het zou een sterke cocktail blijken.
Een interview waarin hij de ‘Fidesz-maffia’ aan de kaak stelde ging viraal en in geen tijd ontpopte hij zich tot het uithangbord van de oppositie. Kalltgesteld in de publieke media, doorkruiste hij twee jaar lang het land om in elke stad en dorp campagne te voeren vanop de spreekwoordelijke omgekeerde zeekist. In het schoon Nederlands spreken we van een ‘grassroots campaign’. Zijn dynamisme, charisma en striemende kritiek op de regering brachten opgeteld miljoenen mensen op de been, in de hoofdstad Boedapest die al langer Orban-kritisch is maar ook op het tot nu zeer Fidesz-getrouwe platteland.
Twee jaar later tekende zich aan de vooravond van de verkiezingen een duidelijk beeld af. TISZA, de partij van uitdager Magyar en genoemd naar de tweede rivier van het land, stond ruim voor in de peilingen (52-39) en met het gemengde kiessysteem dat Orban had uitgedokterd, kwam zelfs een mogelijke tweederdemeerderheid in het vizier van de grootste optimisten van die partij.
Wij, de verkiezingswaarnemers, kregen in Boedapest anderhalve dag Hongarije-kunde te verwerken vooraleer we werden uitgezonden, in ons geval (in tandem met een Zweedse collega) naar het charmante stadje Eger, op zo’n 150 km saaie vlakte van de hoofdstad.
Uittredend premier Orban mag zich wel mooi behouder noemen van de christelijke tradities, de stembussen openden onchristelijk vroeg, om 6 uur zowaar. Te vroeg voor de warmwaterkraan van de douche in ons wel erg bescheiden hotel maar dat hielp om uitermate fris de deuren van ons eerste stemlokaal mee te openen. We zouden trouwens die dag niet de enigen zijn die een koude douche te verduren kregen.
Daarmee begon onze dagtrip gevuld met bezoeken aan een hele rist schooltjes, gemeentehuizen, culturele centra en dies meer om aldaar de verkiezingsafwikkeling gade te slaan om er vervolgens gedetailleerd verslag van uit te brengen voor het tijdelijk OVSE-hoofdkwartier in Boedapest.
Al snel werd duidelijk dat mensen massaal hun stem kwamen uitbrengen. Vanaf de opening schoven de kiezers aan - Hongarije blijkt een erg matinaal land - en de hele ochtend lang bleef het een komen en gaan. Via een applicatie ontvingen we elke twee uur een update van het opkomstpercentage, en dat lag meteen hoog, zeer hoog.
In de media wordt van Hongarije al eens het beeld geschetst van een failed state, waarin alle middelen werden achterovergedrukt door een corrupte kliek aan de top, een brok armoede achterlatend, en dat kan ook wel zo zijn maar het stuk land dat wij bezochten, oogde anders. Niet alleen in de hoofdstad, maar ook op het platteland (het stuk dat wij doorkruisten) reden we over uitstekende wegen waar geen ruimte was voor een lokale versie van Parijs-Roubaix en de huizen zagen er doorgaans behoorlijk onderhouden uit maar wellicht speelt onze ervaring in het erg arme Moldavië hier mee als oogverblinder. (Tussen twee stops door kon ik gelukkig nog de triomf van Wout van Aert meemaken, tot enige consternatie van mijn Zweedse collega en onze Hongaarse vertaalster, die niet onder de indruk waren van het concept ‘wielerwedstrijd’.)
De telling woonden we na afsluiten om 19 uur bij in een katholiek schooltje nabij het hotel, waar portretten van paus Leo XIV, de lokale bisschop en moeder Teresa toekeken op het correcte verloop. Onder ogen van dergelijk verheven gezelschap zou valsspelen van zeer slechte smaak getuigen. Elke stem werd consciëntieus opgeteld en geverifieerd door bijzitters en waarnemers van zowel Fidesz als TISZA.
Al snel tekende zich een duidelijk beeld af, wat ook bleek uit de lichaamstaal van de Fidesz-getuige. De stapel biljetten voor TISZA zwol en zwol, terwijl die van Fidesz beduidend trager aangroeide. De resultaten in ons kiesbureau werden al gauw bevestigd in andere gebieden. Terwijl ons bureau nog op zoek was naar een laatste verloren stembiljet gaf Orban al zijn toespraak om zijn verlies te erkennen en de winnaar te feliciteren.
TISZA behaalde probleemloos de amper haalbaar geachte tweederde meerderheid, waarmee het alle hefbomen in handen heeft om Hongarije weer weg te sturen van de Orban-koers.
We waren getuige van een echte politieke aardbeving, tot grote vreugde van duizenden en duizenden Hongaren die in Boedapest een waar volksfeest aanrichtten.
In Eger gingen wij na de telling uitgehongerd op zoek naar wat eetbaars. Een pizzazaak, die zeer praktisch een binnenkoer deelde met een bar, bracht soelaas. We leerden wat laatavondlijke pizza’s gemeen hebben met vroege douches in Eger. Juist, ze zijn niet warm.
Op die binnenkoer waren we getuige van aandoenlijke taferelen van opluchting en oprechte vreugde. Jongeren - de groep groeide als maar aan - vielen elkaar in de armen, zongen, hieven hun bierpullen geestdriftig, er werden traantjes weggepinkt, ze vierden nog wat meer en dronken nog wat meer. Hier en daar knalde vuurwerk en we hoorden uitingen van blijheid in een onverstaanbare taal. Toen winnaar Magyar zijn overwinningsspeech gaf, zaten ze dicht tegen elkaar aan de mobieltjes gekluisterd om af en toe juichend op te springen.
Los van de uitslag - als waarnemer dienden we uiteraard neutraal te blijven - toch deze les: democratie, die bleek te werken in Hongarije, kan mooi zijn.
(Morgen geef ik nog enkele indrukken die de ruime verslaggeving in onze media wat kan aanvullen.)
(* Een rapsodie is een gedicht of een muziekstuk dat qua onderwerp of stijl bestaat uit contrasterende gedeelten wat betreft stijl/stemming, die ondanks de vrije vorm toch een eenheid vormen, vaak met een op volksmelodieën gebaseerd gemeenschappelijk, of in verschillende vormen terugkerend thema. <Wikipedia> De Hongaarse componist Franz/Ferenc Liszt schreef er 19 voor piano.)
Foto: Een aandachtige waarnemer zit met de neus op de feiten.
Deel 2:
Voor de OVSE trad ik op als waarnemer bij de Hongaarse verkiezingen vorige zondag. Gisteren bracht ik een eerste deel van mijn verslag, nu volgen nog enkele waarnemingen die de vele persartikelen kunnen aanvullen. Deze indrukken geven weer wat wij zagen, ze vertellen waarheid, uiteraard niet de hele waarheid. Wanneer ik bijvoorbeeld gisteren schreef dat wij in Boedapest en de hele dag rond het stadje Eger over uitstekende wegen reden, beweer ik niet dat er geen slechte wegen zouden bestaan in dat land, alleen dat wij ze amper tegenkwamen.
* Ruim honderd parlementsleden uit Europese en niet-Europese landen volgden samen de briefing in Boedapest, vooraleer in duo uitgezonden te worden naar alle uithoeken. Ik werd ‘gekoppeld’ aan een Zweedse collega, wat ook leerzaam was om (bij) te leren over het land van Ikea en Abba en het politieke systeem en leven aldaar. Onze collega moet bijvoorbeeld drie uur rijden om van noord naar zuid te rijden in haar kiesdistrict, gaat per vliegtuig naar haar werk en leerde ons wat te doen als je plots op een bruine beer stoot. Het was op zich al erg verrijkend om in Hongarije Zweden beter te leren kennen. Ik ben nu bijvoorbeeld definitief genezen van mijn berenangst.
* Over het verkiezingsstraatbeeld: zowel in de hoofdstad als in ‘ons’ provinciestadje en ruime omgeving hingen haast talloze persoonlijke affiches aan lantaarnpalen en boomstammen, kriskras naast of onder elkaar. Soms waren ze besmeurd, waarbij kandidaten van TISZA ‘duivels’ werden genoemd of leden van Fidesz een Hitlersnorretje kregen aangemeten. Doorgaans bleven ze, de affiches, echter onberoerd broederlijk naast elkaar hangen. Aan particuliere huizen merkten we amper politieke propaganda.
* De kiesbureaus, opgesteld in scholen, culturele centra of dorpshuizen die sterk deden denken aan onze jaren ‘70, werden in grote meerderheid ‘bemand’ door vrouwen die het zaakje keurig en volgens de regels van de democratische kunst bestierden. Er werd met papieren stembiljetten gewerkt maar de kieshokjes leken bij ons geleend, op de gordijntjes na, bestaande dan weer uit aftandse vodden, dan weer uit kleurrijk vlaggenmotief. De registratie van de kiezers en de afwikkeling van de procedure gebeurde nauwlettend, zoals ook het algemene OVSE-eindrapport vaststelde. Wie de eerste keer kwam kiezen, kreeg als fijne attentie een armbandje als geschenk.
* De campagne verliep zonder noemenswaardige incidenten maar was inhoudelijk hard en dikwijls ronduit negatief. Wie onze politieke zeden ontaard vindt, is een uitstapje naar Hongarije geraden. De verwijten corrupt te zijn (aan Fidesz) of oorlogszuchtige vazallen van de EU (aan TISZA) waren schering en inslag. De strijd ging niet tussen politieke concurrenten maar tussen vijanden.
* Het leek alsof er twee parallelle campagnes werden gevoerd. Fidesz en Victor Orban trokken volledig de pacifistische kaart (alleen zij zouden vermijden dat het land betrokken zou geraken in de oorlog in Oekraïne) en speelden in op negatieve gevoelens jegens de EU. TISZA van de latere winnaar Peter Magyar hield de mond toe over die thema’s, was er als de dood voor dat de voorman in verband zou kunnen gebracht worden met von der Leyen of Zelenski en vermeed elke verwijzing naar hen. Affiches van Fidesz portretteerden een streng kijkende Magyar naast een norse Zelenski als afschrikwekkende schurken met het opschrift ‘gevaarlijk’ en ‘laten we ze stoppen, alleen met Fidesz’. Magyar zette dan weer zwaar in op de corruptiebestrijding tegen de Orbanpaladijnen en de zware economische problemen die het land kent. Daarover zweeg Fidesz dan weer wijselijk als vermoord.
* Slechts vijf partijen presenteerden zich aan de kiezers en drie haalden zetels: de (centrum-)rechtse Magyar, de zeer rechtse Orban en de extreem-rechtse partij Mi Hazank (Ons Huis). De linkse lijst behaalde amper 1,2% en de alternatieve schertspartij ‘hond met twee staarten’ kwam er ook niet aan te pas. Kent Hongarije dan slechts 1,2% linkse kiezers? We hadden de kans wat gesprekken te voeren met Hongaren die serieus op Orban uitgekeken waren en vingen meermaals op ‘we zouden nooit voor Magyar stemmen want die is veel te rechts maar hij biedt de enige kans om Orban te wippen’. Een aantal meer progressieve partijen dienden om die reden geen lijsten in. Magyars sterkte om zo veel mensen achter zich te kunnen scharen, vormt meteen ook zijn achilleshiel want hoe houdt hij zijn kiezers tevreden wanneer meer moet gebeuren dan Orbans erfenis opruimen? Gelukkig voor hem vormt dat op zich al een volledig programma en maakte het vorige oppositiekartel tegen Orban er een puinhoop van maar dat hij op eieren zal moeten lopen om de meer linkse kiezers te behouden zonder de kiezers die hij won van Fidesz weer kwijt te spelen, dat is wel zeker.
* Vrijwel alle verkozenen van Magyars TISZA-partij (137 zetels op 199) zijn complete nieuwelingen. Zelf komt Magyar uit de Fidesz-stal maar hij wilde zijn lijsten op geen enkele manier ‘besmeuren’ met overlopers en dus moet hij met een ploeg frisse maar onervaren volksvertegenwoordigers optornen tegen een zwaar door Orban doordesemd machtsapparaat. Dat wordt geen kleine uitdaging.
* Opmerkelijk dat de goed Engelstalige Magyar zijn internationaal fel gevolgde persconferentie in het Hongaars gaf, een voor buitenlanders compleet onverstaanbaar koeterwaals. Relatief veel Hongaren spreken alleen hun eigen taal en met Engels kom je in het land van de magyaren, nu in een dubbele betekenis zelfs, niet ver. Magyar voelde perfect aan dat gebruik van Engels hem bij velen verdacht zou maken toch een stropop van de EU te zijn, zoals ze bij Fidesz beweren. De nieuwe Hongaarse premier bewees diep in de trukendoos van de politieke communicatie te kunnen grabbelen, veel dieper dan de wat vermoeid ogende en in het defensief gedrongen Orban.
* Er werd veel geschreven over de dominantie van Fidesz op de staatszenders en de kranten. Die greep was inderdaad klemvast maar als informatiebron verloren ze ook in Hongarije heel veel pluimen. Facebook vormt een veel invloedrijker medium, voor zowat de helft van de Hongaren zelfs de eerste bron. Daar bleek de Fidesz-greep erg slap. Orban postte de meeste berichten maar die van Magyar kregen veel meer respons. De macht van de oude communicatiemonopolisten is zeer relatief geworden.
* Met deze slotanekdote sluit ik graag af. Een jonge vrouw zei ons lachend maar in volle ernst dat de slogan ‘Az oroszok hazamennek!’ in Hongarije altijd meegaat. In 1956 bij de Hongaarse opstand - waarvan de herinnering springlevend blijft -, in 1989 bij de val van het communistisch regime en nu in 2026 weer. ‘Az oroszok hazamennek!’ klinkt in het Engels ‘Russians go home!’
Als ik dan nog vertel dat goulash de soep is en pörkölt de stoofpot, ben ik zowat uitgepraat. Wij togen maandag dus zelf ‘home’-waarts als waren we verguisde Russen.
Hongaren, het ga jullie goed, Vigyázz magadra!
Foto’s:
1) Let op Hongaren want Magyar speelt onder één hoedje met Zelenski (beweerde Fidesz met bij Orban de oproep ‘laten we ons verenigen tegen de oorlog’)

2) Mooie gordijntjes voor de kieshokjes

3) De TISZA-stapel bleek ook in ons laatste kiesbureau opmerkelijk veel hoger dan het Fidesz-hoopje

4) Radio op het thuisfront op de hoogte brengen

5) Het ging om zitjes in die schitterende parlement aan de oever van de Donau

- Login om te reageren