Zondagsmijmering: Over wortels
Bomen wortelen maar een vijgenboom is wel in voor een tripje, vandaar dat hij de verhuis van de grotere tuin in Mortsel naar het kleine achteruitje in Antwerpen-Noord meer dan overleefde. Na enkele spannende weken ving mijn dagelijks naar leven speurende oog een groen knopje en jawel hoor, de gesnoeide stam kreeg weer takken en de sprietjes… maar dat schreef ik dus net al. Ik liet hem de vrije loop zodat hij door de jaren ons stadstuintje ging domineren, een hem verleend privilege dat hij met rijke oogsten beloonde.
Net voor nieuwjaar nam ik hem weer mee op weg, weer bij een verhuis maar dit keer met professionele begeleiding. De ingeschakelde vakman bleek een driftige hakman die de metershoge struik danig kortwiekte, zodanig dat ik er geen cent meer voor gaf dat de kale bundel hout nog ooit enige andere dienstbaarheid zou kunnen verlenen dan als prooi voor likkende vlammen in het haardvuur.
Maandenlang bezocht ik dagelijks verwachtingsvol de gestripte tuinvriend maar die gaf geen teken van leven meer. Een echte boomknuffelaar wil ik mezelf niet noemen maar wanneer ik de oude knoest zachtjes streelde, lag in die aai toch meer verborgen dan betekenisloos gewrijf.
Stekjes van vorig jaar doen het uitstekend in hun potjes en dus bereidde ik me er al op voor dat zij de plaats zouden moeten innemen van het stamhoofd… enfin, de hoofdstam, me troostend met de gedachte dat ze er dan toch tenminste uit voortsproten en hem zo indirect zouden doen voortleven.
De rest van de tuin kwam intussen helemaal in lentemodus, zelfs onze kleine spruit kruipt zijn broekje smerig van het zand en maakt zich klaar om te zomeren. Aan mijn vijgenstruik leek de ontspruiting volledig voorbij te gaan, vandaar mijn toenemende zorg.
Tot voorbije week. Een nietig uitgroeiseltje aan de voet van de hoofdstam bleek zich als eerste te herpakken. Die toont nu trots eerste miniblaadjes. Zijn grotere broers volgen intussen en laten de knopjes op de bast nu de vrije loop.
Wanneer ik met ons bengeltje door de tuin wandel, houden we halt bij al wat groeit en bloeit - een hof vol mirakeltjes met een groot mirakel op de arm - maar zeker bij de vijgenboom en dan vertel ik hem dat we wortels nodig hebben, zoals bomen, en als we ons verplaatsen we ons weer moeten verwortelen in de nieuwe bodem, zoals onze vijgenboom. Hij kijkt naar het ontluikende blaadje; dat hij luistert, fantaseer ik er bij.
De stamboomboomstam blijft achter, hij aarzelt, heeft meer tijd nodig om weer greep te krijgen in de voor hem nieuwe aarde. Ik hoop dat hij nog aansluit maar dat de oudste stam wat moeite heeft om te volgen, verzwijg ik op onze wandelingen. Dat fenomeen zal mijn tweede voortspruit wel snel genoeg zelf ontdekken, ook zonder dat ik het hem influister.
Geniet van de zondag
Foto: Het voorlopertje pak ook nog eens als eerste de zonnestralen.
- Login om te reageren