Zondagsmijmering: Over Nivea

Zondagsmijmering: Over Nivea

Vrees niet, goede lezer dezer beschouwingen, dat uw dienaar toetrad tot het hem weinig passende gild der commerciële beïnvloeders, in het jargon ‘influencers’ genoemd. Vorige week zette wat hier geschreven stond een lezeres weliswaar aan tot de aanschaf van een door mij al mijmerend genoemd boek wat me dus formeel wel degelijk tot een beïnvloeder maakt maar laten we dit een sporadische uitloper noemen.
 

Gaat die ballon ook op voor Nivea en neemt de omzet van dat smeersel vandaag met één eenheid toe door de vermelding hier dan wil ik dat de blauwe pottekesvuller niet misgunnen maar vermoed er mijnerzijds geen oogmerk bij.

Mijn prilste zomermaanden - lang geleden dus - bracht ik op aansturen van onze ouders deels door aan onze Vlaamse kust, meer bepaald in de Belle Epoque-parel De Haan, door mij toen vereenzelvigd met reinheid omdat daar naar borden aangaven een zeepreventorium was gevestigd. Wat een reventorium mocht wezen, wist ik niet te achterhalen wat evenwel het mysterie omtrent die detergentinstelling alleen maar groter maakte.

Meer nog dan zeep nestelde evenwel de geur van, jawel, Nivea zich via de neus in mijn cortex en dat op een dusdanig robuuste wijze dat de geur ervan mij steeds prompt, weze het alleen illusoir, doet terugkeren naar die stranddagen van weleer. Een veeg uit het blauwe potje en ik voel de zandkorrels tussen mijn tenen, ook al zou ik me op dat moment op oudejaarsavond in een besneeuwde Alpenhut bevinden.

Deze dagen smeer ik onze dreumes in met, jawel nog steeds, Nivea want hij voegt momenteel aan zijn snel uitdijende ervaringsarsenaal het fenomeen Vlaamse kust toe.

Het was alweer even geleden dat ik de strook waar Vlaanderen de zee streelt had bezocht maar het leek meteen alsof ik er vorige week nog vertoefde. Indien een ander idee er niet tussenfietst, beschrijf ik in een volgende mijmering graag de hernieuwde indrukken, zo verschillend en toch zo gelijk aan die van ruim een halve eeuw geleden.

Maar vooral M’s kennismaking met de aanspoelende golfjes was goddelijk. Wat gaat er om in zo’n hoofdje bij het aanschouwen van dergelijk onmetelijk bad waarin mama duidelijk te kwistig het bidon met badschuim heeft aangewend?

De beentjes waggelen over het strandzand dat evolueert van mul naar rul naargelang hij de vloedlijn overschrijdt, de teentjes gaan voorzichtig het water in en worden meteen ook weer teruggetrokken want tenen heb je weliswaar in tienvoud maar dat vormt geen reden er spilzuchtig mee om te springen en dus is voorzichtigheid geraden.

Anderzijds, één keer is geen keer, dus nog eens het ruime sop getrotseerd. De teentjes blijven aan de voetjes gehecht dus zo gevaarlijk blijkt dat schuim nu ook weer niet en derhalve meent het onverlaatje dat een stapje verder geriskeerd kan worden. De uitlopende schuimbekjes doen hem weer aarzelen maar niet langer dan even. Ook die weet hij snel te bemeesteren. Opkomen en weer terugtrekken, terugtrekken en weer opkomen; zee en ventje voeren een spiegeldans op.

Deze getuigenis verliest alle geloofwaardigheid wanneer ik door mijn geestdrift aangevuurd zou beweren dat hij vervolgens op een surfplank de wildste baren te lijf is gegaan, dus hoed ik me voor dergelijke aandikking der feiten want onze vertrouwensband is me zeer lief. Als ik u evenwel vertel dat het trotse vaderhart, daar in eenklank slaand met dat van moeder, een zilte traan wegpinkte bij dit tafereel, dan zult u dàt graag geloven.

De niveageur nestelt zich intussen onstuitbaar in z’n vortexje en zal daar blijven huizen.

Het jonge ventje en de zee. Ooit was ik het, nu hij.

Foto: strand, zand, plezant

Facebook, 9 augustus 2026

Labels