Zondagsmijmering: Over een maskerade
Waar wij elkaar vroeger bij geslaagde om de tuin leiderijen opgewonden als ware het iets bijzonder kond deden dat we onze eigen ogen niet konden vertrouwen belandden we intussen in een wereld waar die twee harmonisch bezijden onze neusbotjes in het gelaat geplante bollen stilaan standaard als onbetrouwbaar dienen afgeserveerd.
Voorbije week stootte uw dienaar op een voorbeeld dat hem zeer verdroot, hoezeer hij er aanvankelijk ook mee moest lachen; heel even, niet lang.
Kleine dreumesen, ternauwernood in staat stevig op hun pootjes te staan, wankelend, de pamper veilig rond de billetjes aangebracht, getooid in allerliefste pyjamaatjes, de kleine lieve knuistjes rond een microfoon geklemd, stonden op een podium schunnige grappen ‘passend’ bij hun levensfase te debiteren, deze gelardeerd met gore schuttingtaal. In zeemanskroegen plegen stamgasten aan de toog dat soort goor vocabularium te bezigen, geen argeloze kotertjes. De getoonde grofgebekte hummeltjes waren evenwel AI-creatuurtjes en bestonden, niettegenstaande hun uitermate realistische verschijning, dus eigenlijk niet.
Waren ze grappig? Als zeebonken die kaart trekken aan genoemde toog en het rumvat ruim aangeslagen, ja dan zeker. In deze versie had het alles van schennis van het allerheiligste, de onschuld van onze ukkepukjes.
Gisteren - hoewel de vasten al enige tijd geleden van start ging - trok de carnavalstoet uit in Ekeren, alwaar wij sedert kort ons eigenste biotoop mogen gesitueerd weten. Onze kleine schavuit monsterde met grote ogen de vreemde optocht, de eerste carnavalstoet in zijn jonge leven, vanop vaders schouders.
Die kleurrijke optocht brengt aardig wat volk op de been, in grote mate bestaande uit ouders, opa’s of oma’s en jonge spruitjes, veel jonge spruitjes zelfs, getooid in tenuetjes die de indruk wekken dat we met een brandweerman in zakformaat, mickey mouse, prinsesje of mini-batman te doen hebben.
Aangezien dat niet het geval is, betreft het fijn beschouwd ook bedrog maar carnaval gaat er net over dat we ons slechts even ontladen door de boel op de kop te zetten. Enige wijlen wanen we ons bij carnaval beter - superman bijvoorbeeld - dan wel slechter - heks, om iets te noemen - dan onze inborst verdient maar vooral anders. Even, tot de profane processie voorbij getrokken is. Eigenlijk hoort de versterving van de vasten daarop te volgen maar wij beperken ons er toe het verkleedkleed af te leggen. Heel even zijn de eigen ogen onbetrouwbaar, even, net lang genoeg om er ludiek uit te springen.
Volgend jaar staat ook onze jongen daar apart uitgemonsterd als pilootje of dinosaurusje uitgeworpen snoep te vergaren zich wellicht net als die andere prutsjes toch voor alle zekerheid vanuit de ooghoeken verzekerend van de geruststellende aanwezigheid van voorouders want de omgeving oogt weliswaar uitdagend en verbluffend maar ook onvast. Die (groot)ouders hoeven daar geen gekke pakjes aan want dienen het betrouwbare ankerpunt te bieden waarop hun oog wél kan betrouwen.
Wij, zo veel ouder, hebben zoiets, al onze figuurlijke verkleedpartijen ten spijt, ook nodig.
Fijne zonnige zondag gewenst
Foto: Twee stuks vandaag. Ons schavuitje de carnavalsstoet op vaders schouder genietend maar ook het in verzorgd handschrift opgestelde kattebelletje dat oma Mieke een van de voorbije dagen met de mama meegaf. “Wilt u aan Peter vragen om nog lang zijn fantastische column te schrijven en Marcel er zo veel mogelijk in te vernoemen. Wij genieten er zo van, ik als oma maar ook mijn dochter en de volwassen kleindochters.”
Getekend: veel liefs, oma Mieke.
Dank je zeer oma Mieke, uw briefje ging me recht naar het hart. Ik probeer het vol te houden en mensen zoals u zorgen er voor dat me dat lukt.
Facebook, 8 maart 2026
- Login om te reageren