Zondagsmijmering: Over de steppe
De plicht roept momenteel namelijk vanuit de verre steppe want uw dienaar bevindt zich bij schrijven in Karaganda, een slordige 3000 kilometer van de dichtstbijzijnde zoutwaterkust, kortom continentaler dan waarheen de wind me ooit eerder voerde. Karaganda wordt zelfs hier, en dat wil wat zeggen omdat ‘hier’ Kazakstan is, beschouwd als symbool voor ‘the middle of nowhere’, ‘t gat van Pluto zoals dat bij ons in een plastische uitdrukking zo treffend heet.
Gestrekt op een bed in een overigens treffelijk hotel gaan mijn gedachten naar een kinderbedje, van hier zowat 5500 kilometer verwijderd, waar, naar ik hoop, een klein ventje de slaap der onschuldigen geniet.
Gisteren zag ik hier kleine ukjes van centraalaziatische makelij rondlopen, leeftijdgenootjes want ook zowat een dik jaar aardbewoner, ventjes die hij misschien ooit ergens op deze aardkloot zal ontmoeten; of misschien ook niet. Wie zal het zeggen?
Ik knipoogde even naar een vader van zo’n pril lopertje beseffend dat het nooit in míj́n vaders hoofd zou zijn opgekomen te vermoeden dat de weg van zijn zoon die van deze kerel ooit op het plein voor het station van Karaganda zou kruisen. Mijn vader kende Karaganda trouwens, zonder het te beseffen. Hij kende Stachanov, die van het stachanovisme, de sovjetheld die meer kolen opdelfde dan wie ook en daarvoor uiteraard de passende sovjeteer in ontvangst mocht nemen. Die leidde hier een koolmijn. Karaganda vormt ook het decor van Solzjenitsyns ‘Dag uit het leven van Ivan Denisovitsj’ waarover ik met vader uitgebreid van gedachten wisselde. Wist hij veel, en ik niet meer, dat zijn zoon ooit in dat verre oord in de Kazachse steppe zou landen? Dus waarom zouden de wegen van Marcel en kleine, ik fantaseer maar wat, Batyr elkaar niet kunnen kruisen?
Mijn gedachten vloeien terug naar eerder deze week. Ons zoontje leek uit zijn middagdutje te ontwaken maar toen ik hem uit het wiegje tilde, begon hij toch te preutelen en bleek zijn goedgeluimde zelve niet. Even op mijn linkerbil gezet, dan op de rechter maar de bui klaarde niet op; het ontwaken was te bruusk en te vroeg.
Ik legde me dan maar neer in onze canapé met de ventje tegen mijn schouder gevleid en jawel, daar wachtte hij blijkbaar op want prompt hervatte hij de slaap, ver weg van Stachanov, Ivan Denisovitsj of kleine Batyr maar huiddicht tegen papa. Ruim een half uur mocht ik in opperste zaligheid genieten van het slapende ventje tegen me aan, terwijl die de slaap der onschuldigen sliep want zich veilig wetend in vaders armen.
Nu, 5500 kilometer verder en enkele dagen later, voel ik hem in mijn gedachten weer tegen mijn schouder rusten. Vijfduizendvijfhonderd kilometer? Een muizenstapje wanneer ouderliefde de afstand meet.
Fijne zondag gewenst van uit de steppe
Foto: Zo lag hij dus
Facebook, 23 augustus 2026
- Login om te reageren