Zondagsmijmering: Over Berlijnse Bollen

Zondagsmijmering: Over Berlijnse Bollen

Tenware een ander kwestie zich met niet te negeren aandrang opwierp zou ik deze week op het thema Vlaamse kust voortborduren na vorige keer het Nivea-gevoel aangesneden te hebben, niet zonder daarmee gelijksoortige sentimenten los te weken bij een aantal lezers-leeftijdsgenoten. Wel, geen te negeren aandrang wierp zich op.
 


Zoals geschreven was het voor uw dienaar aardig wat zomers geleden dat onze kust meerdere achtereenvolgende etmalen als thuisbasis dienst deed maar de kusttoeristiek heeft dat gemeen met fietsen en zwemmen, twee daar ruim gepraktiseerde onledigheden trouwens, dat je de vaardigheid ook na lange inactiviteit meteen weer onder de knie krijgt.

Over knieën gesproken, elders en/of in andere seizoenen blijven die net als de kuiten gehuld in textiel of er moet een sportbedrijvigheid dan wel extreme hittegolf mee gemoeid zijn en niet zelden, zo leerde de aanblik alweer, prijs ik dat aspect van wat gemeenlijk als beschaving wordt aangeduid naar waarde. De confrontatie met talrijke tentoongestelde benenstellen bevestigde alweer ten overvloede de ervaring dat slechts weinigen toegerust zijn met de gespierde kuiten en fraaie kniepartijen waarmee de natuur uw dienaar zegende al dient daar weer eerlijkheidshalve bij vermeld dat zelfs overvloedige zonneschijn niet vermag mijn ledematen behoorlijk te tanen en bovendien worden ze gekenmerkt door een bovengemiddelde krommingsgraad. Kortom, er is altijd wel wat op aan te merken en slechts weinigen voegen iets toe aan het collectief welzijn door kortgebroekt de voordeur achter zich dicht te slaan.

Edoch, aan de kust past het, meer nog, daar hoort het want strandtoeristen zijn weliswaar vrij in hun kledingkeuze, toch beperken ze zich in de concrete uitoefening van die vrijheid tot variaties op het thema. Toeristen vormen dan ook een leger gelijkgezinden en legers dragen uniformen, kwestie van de bondgenoot te herkennen uit de vijand, in deze bijvoorbeeld een onverlaat provocatief paraderend over de dijk gehuld in lang pantalon, daarmee de eensgezindheid van de ongedwongenen uitdagend.

Ze, de kustgangers, laten zich kenmerken door een in het dagelijkse leven te zelden waar te nemen blijmoedigheid, of ze nu geduldig de ellenlange rij bij de bakker vervoegen, zich aan een te krap maar felbevochten tafeltje wringen op een dijkterras, op heet strandzand hun tentje met matig succes proberen windbestendig te bevestigen in de al te mulle ondergrond, een petje dat enige bescherming moet bieden tegen de priemende zon al te duur aanschaffen in een winkeltje dat verder handelt in windmolentjes, speelgoedspades, teensloefkes of strandballen, die evenzeer slijtend tegen prijzen waarmee het in het binnenland onmogelijk een spoedig bankroet kan afwenden maar zich hier probleemloos commercieel weet te handhaven, dan wel strandwaarts zeulen met rieten tassen bevattende handdoeken, zonnecrèmes in diverse sterktes, petanqueballen, een fles lauwe rosé annex plastieken recipiënten, een beduimelde pocket, alaam waarmede de kindjes zandkastelen kunnen oprichten en strandbloemen vaardig gedraaid in crêpepapier maar oh zo frêle en dus transportgevoelig.

Die blijmoedigheid doet hen deze in het gewone leven moeilijk milder dan als ongemakken te beschrijven omstandigheden met de glimlach dragen want het strandgevoel zorgt er voor te vergeten dat strandkastelen opgetrokken zijn uit los zand want de schelpjes waarmee strandbloemen worden betaald, onttrekken zich aan het fenomeen inflatie zodat ook ons kleine toeristje ze ooit zal kunnen aanschaffen tegen dezelfde wisselkoers als die eertijds de mijne was.

Pas wanneer je weer deel uitmaakt van dat reizende circus besef je dat je het gemist hebt en als achter je rug een in het geel getooide jongeman opduikt met op het hoofd een gesloten platte koffer met letters indicerend dat ze Berlijnse Bollen bevat, besef je hier deel uit te maken van een schouwspel dat zich bij alle maatschappelijke tumult weet te handhaven als een onverwoestbaar ankerpunt. Het komt me voor dat beschreven taferelen decennia geleden, toen we geacht werden bijvoorbeeld bang te zijn voor de Sovjet-Unie, de zure regen of de atoombom, haast in identieke vorm konden worden waargenomen.

Ik verwed er dan ook een glas te lauwe in een met zandkorrels bekleefde plastieken romer geschonken rosé op dat ik ooit in hetzelfde met achteraan met stuurstang uitgeruste politiewagentje werd voortgeduwd als dat karretje waar ik hem voorbije week een begerige blik naar zag werpen al denkend ‘nu ben ik nog net te jong maar volgend jaar duwt papa me daarin over de dijk’.

Ik zette hem op mijn schouders en dat werd kirrend als deugdelijk alternatief aanvaard, voorlopig toch nog.

Fijne zondag gewenst

Foto: Niet zwemmen? Mag het als ik die paal weghaal?

Facebook, 16 augustus 2026

Labels