Het gewaarborgd minimumrendement voor de aanvullende pensioenen

Het gewaarborgd minimumrendement voor de aanvullende pensioenen

 

Vraag van de heer Peter De Roover aan de minister van Pensioenen over "het gewaarborgd minimumrendement voor de aanvullende pensioenen". 

Mijnheer de minister, geachte collega's, de vraag van de verzekeraars over het gegarandeerd rendement van het aanvullend pensioen heeft, mag ik hopen, niemand verbaasd. De belangengroepen, zo gaat dat, hebben echter slechts de helft van de waarheid verteld. Zo gaat dat ook met de oppositie, zij heeft de andere helft van de waarheid verteld.

De wet op het langetermijnrendement vraagt de percentages die wij kennen. Gewezen minister Vandenbroucke, die indertijd die wet mee heeft ingevoerd, erkent vandaag zelf dat die regeling niet het beste idee was. Hij heeft meer dan gelijk, want het was zelfs een zeer slecht idee. Rigide voorwaarden opleggen op lange termijn komt neer op onverantwoord gedrag. Wij komen met de huidige wetgeving in een roulettesysteem terecht. De vraag is wie de prijs zal betalen. Bij een lage inflatie komen de verzekeraars in het nauw; dat is wat zij vandaag aangeven. Met dezelfde wetgeving, maar bij een hoge inflatie, moeten wij eigenlijk spreken van een hold-up op de werknemers, omdat zij een lager rendement krijgen dan de marktrente.

Nu zijn het de verzekeraars die uit de bus komen, omdat zij klappen krijgen, maar in deze zaak moet het algemeen belang primeren. Wij zijn hier niet om een belangengroep ter wille te zijn. Vroeger, laten wij dit niet vergeten, zaten zij aan de kant van de rinkelende kassa. Het regeerakkoord voorziet, volkomen terecht, in de idee van de variabele rentevoet. In de reacties op het voorstel van de verzekeraars, zoals die de voorbije dagen zijn gegeven, wordt, vreemd genoeg, absoluut geen onderscheid gemaakt tussen de nominale rentevoet en de reële koopkracht. Wij hebben de valse illusie willen wekken dat men op lange termijn met een blind, rigide systeem de koopkracht van de mensen kan garanderen.

Mijnheer de minister, de vraag is acuut en heel erg in de aandacht: wat zal de regering doen om ervoor te zorgen dat het algemeen belang, zowel dat van de verzekeraars, de werkgevers als de werknemers, ter zake gegarandeerd kan worden?

-------------------------------------------------------------------------------------------------------

Mijnheer de minister, ik wil nogmaals aandringen op realistische formules, die niet geschreven zijn door de studiediensten van de verzekeraars, laten wij daar wel over wezen.

Aan de oppositie wil ik vragen om het begrip rendement en de percentages in een juiste context te plaatsen: 3,25 % bij verschillende inflatievoeten maakt een wereld van verschil. Vandaar dat wij veel liever op koopkracht willen inzetten dan op nominale rentevoeten, die een valse vorm van garantie bieden. In tijden van grote inflatie kunnen die er zelfs toe leiden dat de verzekerden hun inleg veeleer zien dalen dan toenemen. Het idee van de variabele benadering zijn wij om die reden zeer genegen, met het oog op het bewaren van de koopkracht.

 

Plenaire vraag van 26 februari 2015.

Foto: Belga