Gaat onze solidariteit met de Koerden verder dan goedkope verontwaardiging?

Gaat onze solidariteit met de Koerden verder dan goedkope verontwaardiging?

 

Uit mijn tussenkomst gisteren (9 oktober 2019) in de commissie buitenlandse zaken, als reactie op minister van buitenlandse zaken en defensie Didier Reynders, met als kernboodschap: Gaat onze solidariteit met de Koerden verder dan goedkope verontwaardiging en beseffen we wat de consequenties dan zouden zijn? Dat debat, dat niet gemakkelijk zal zijn wanneer we verder gaan dan de gemakkelijke slogans, kunnen we niet langer meer ontlopen.

“Over het algemeen bestaat er vandaag in dit Parlement en in de media verontwaardiging. Er is sprake van een schandalige, onaanvaardbare en stuitende operatie van de Turken met een inbreuk op het internationaal recht. (…) Hier, bij ons, is de verontwaardiging algemeen. Wij wijzen graag met de vinger naar de heer Trump, waarvoor er absoluut argumenten bestaan, die ik in mijn vraagstelling overigens heb aangehaald. Laten wij echter niet vergeten dat de stilzwijgende en passieve houding van de Europese landen hier ook een uitermate belangrijke rol speelt. Ik denk aan de minimalistische inzet van enkele Britse en Franse troepen ter plaatse (de andere Europese landen keken al helemaal weg bij de Amerikaanse vraag voor ondersteuning). (…) De inzet is echter dusdanig minimalistisch dat om het even welke beslissing naar mijn vermoeden weinig indruk zal maken op Turkije. Eigenlijk hollen wij achter de feiten aan.

Volgens sommige collega's moeten wij nu voorbij de intellectuele oefening gaan, maar die collega's moeten dan wel weten waarop zij met die uitspraak doelen. Mijnheer de minister, in uw antwoord hebt u dat tussen de regels ook wel enigszins verstopt. U zei namelijk dat in het verleden werd beslist om geen boots on the ground te hebben, en dat wij dan ook coherent moeten blijven in onze kritiek vandaag. Daarin geef ik u volledig gelijk: coherentie in onze houding is van groot belang, want, laten wij eerlijk zijn, de tijd is voorbij dat wij ons gemakzuchtig kunnen blijven verschuilen onder de Amerikaanse paraplu. <Decennialang verzekerden wij goedkoop onze veiligheid door op de VSA te rekenen die de klus wel zouden klaren.> Ik denk dat wij aan dat nieuwe feit niet meer kunnen ontsnappen. Wij kunnen niet meer voor een dubbeltje op de eerste rij zitten — zoals men dat in Nederland zegt — en onze veiligheid uitbesteden aan Washington. Wij hebben dat decennialang gedaan. Dat leek allemaal heel prettig, goedkoop voor ons en bovendien veilig.

Het is absoluut nodig dat wij in dit Parlement het debat openen over de consequenties ter zake. Gaat onze solidariteit ten opzichte van de Koerden verder dan het uiten van goedkope verontwaardiging in deze commissie of weten wij wat de consequentie is van het feit dat de Verenigde Staten zich van dat terrein terugtrekken — zowaar de uitvoering van een verkiezingsbelofte van Donald Trump? Laten wij dat terrein open voor anderen? Laten wij in dat geval hier misschien dan ook zwijgen. Of aanvaarden wij de consequentie van onze verontwaardiging? Ik denk dat wij dat debat hier absoluut niet langer kunnen ontlopen.”

 

Tussenkomst in de commissie binnenlandse zaken op 9 oktober 2019. Verschenen op mijn FB-pagina op 10 oktober 2019.