Portret van Peter De Roover, clash-machine van de N-VA

Portret van Peter De Roover, clash-machine van de N-VA

 

In plaats van bokshandschoenen haalde hij zijn gouden das boven. Gedurende lange minuten heeft Peter De Roover donderdag in de Kamer, met ontspannen houding, gevochten in de modus van “één tegen allen”. Hij moest de positie van zijn partij N-VA tegen het migratiepact verdedigen. Twee weken geleden, vanop dezelfde tribune, was hij het die in de richting van de premier schoot. Zijn voortaan bekende uitspraak “De zetel van onze democratie bevindt zich in Brussel en nog niet in Marrakesh” heeft de regering bijna doen vallen.

Het vervolg, dat nog niet is afgelopen, heeft Peter De Roover, 56 jaar, in staat gesteld bekend te worden bij het Franstalige publiek. In Vlaanderen is hij al een mediapersoonlijkheid die reeds geruime tijd gevraagd wordt bij televisiefora. Niet voor zijn ‘mensen’-kant, maar wel dank zij zijn vurige tussenkomsten in tientallen, zo niet honderden debatten voor het einde van België.

 

Als boegbeeld van de N-VA heeft hij een tijd in de schaduw moeten wachten. Zelfs voor een ‘BV’ (Bekende Vlaming) die in 2014 werd verkozen, ging het niet vanzelf om naar voor te komen binnen de grootste partij van het koninkrijk. Hoewel hij het aandachtige oor geniet van Bart De Wever, heeft De Roover niet een even sterke persoonlijke band met de leider van de nationalisten zoals een Theo Francken of Sander Loones, de nieuwe minister van defensie. Zijn aanstelling als de fractieleider in 2016 heeft hem echter kans geven zich terug in de schijnwerpers te plaatsen.

 

Binnen de N-VA vertegenwoordigt De Roover de tak van de ‘indépedentisten’. Een stempel die hij deelt met Jan Jambon, één van zijn beste vrienden, die hij heeft ontmoet bij de Antwerpse Volksunie-jongeren. Een partij die ze eind jaren 80 hebben verlaten, omdat deze partij niet ver genoeg ging in de eisen om de Staat te hervormen. Samen plaatsten ze de onafhankelijkheidsvraag op de agenda van de Vlaamse Volksbeweging (VVB), die De Roover leidde van 1989 tot 1998. Een obsessie die hij opzij heeft gezet sedert hij volksvertegenwoordiger is, loyaal aan de partijlijn.

 

Peter De Roover is van jongsaf terechtgekomen in een nationalistisch nest. Zijn vader, Jos, was gedurende 18 jaar gemeenteraadslid bij de Volksunie in Berchem, een deelgemeente van Antwerpen. “Peter is nationalist geworden omdat hij uit een leopoldistische familie komt, meer bepaald katholiek, Vlaams en Belgisch, samengevat eerder CVP (de voorloper van de CD&V nvdr)”, legt Karl Drabbe uit, één van zijn oudste vrienden en medewerker bij de nationalistische site Doorbraak, die De Roover lanceerde in 2012. “Zijn vader sloot zich aan bij de Vlaamse beweging, kwaad naar aanleiding van de gedwongen afzetting van Leopold III ondanks de weerstand van een meerderheid van de bevolking in het Noorden van het land.”

 

In het België begin de jaren 2000, gedomineerd door de paarse regeringen Verhofstadt, trachtte Peter De Roover zijn onafhankelijkheidsboodschap overal te brengen, waar men hem maar wilde. Hij is een van de gezichten van de ‘Zevende Dag’, de politieke uitzending op zondagmiddag, en geeft kronieken van bijna alle persorganen. Hij belichaamt de harde kern van de Vlaamse nationalisten die destijds slechts een kleine randgroep vormden. Terwijl Jan Jambon achter de schermen de beweging organiseerde, nam De Roover de rol van strijder op zich. “Hij is effectief een goede spreker”, bevestigt een bevoorrechte getuige uit het Vlaamse politieke leven. “Hij slaagt erin om de Vlaams-nationalistische idee, die begin deze eeuw helemaal niet populair was,  op een zeer verstaanbare wijze uit te drukken.”

 

De situatie is vaak gelijkaardig aan deze die de Kamer de laatste weken doormaakt: één voor allen, allen tegen De Roover. “Hij is het gewoon geworden”, vervolgt onze waanemer. “Hij is een machine die van de strijd houdt en die zich gedurende jaren hierin getraind heeft, toen zijn ideeën op de achtergrond stonden.

 

De nood om te overtuigen heeft zijn vroegere collega Pieter Bauwens, momenteel hoofdredacteur van de Doorbraak, kunnen vaststellen tijdens meerdere, soms stormachtige vergaderingen. “Hij heeft zijn mening  en zal er alles aandoen deze op te leggen. Op een bepaald ogenblik weigerden bepaalde personen categoriek om met hem te debatteren, omdat hij te moeilijk te bestrijden scheen.”

 

Het gemak om slagen uit te delen en te krijgen, kwalificeert hem als een “kil dier, jusqu’au-boutiste” volgens één van zijn betere vijanden in het parlement, de groepsleidster van de CdH, Catherine Fonck. “Hij heeft twee gezichten. Hij lijkt zeer rustig en tegelijk vreselijk brutaal wanneer het gaat over de dagelijkse realiteit van de mensen zoals de pensioenleeftijd of op het vlak van de gezondheidszorg. Zijn mate van empathie is nul. Hij kan ongelooflijke onthechting tonen. Ik weet niet hoe hij dat doet.”

 

Buiten de ring toont hij een ander gezicht. Dat van de gedreven leraar economie, wat hij reeds 30 jaar is, en dit ondanks klassen met jongeren die niet altijd gemakkelijk in toom te houden zijn in het technisch- en beroepsonderwijs. “Hij kan zeer vriendelijk en warm zijn wanneer hij over zijn leerlingen praat”, vertelt Pieter Bauwens. “Hij moedigt de jongeren altijd aan langs te komen voor hulp.” “Het is waar dat hij autoritair kan overkomen”, merkt Karl Drabbe op. “Maar dat is omdat hij heel goed weet waar hij naartoe wil. Hij is altijd meerder stappen voor op anderen. Hij heeft ook iemand met veel humor. Hij kan sarcasme brengen zoals weinigen dat kunnen.”

 

 

 

Verschenen in Le Soir op 8 december 2018. Hier vertaald geplaatst op 16 december 2018.

Labels