Bezinning na de dood van Sanda Dia

Bezinning na de dood van Sanda Dia

 

Wat rest er behalve diepe droefheid na het lezen van de reconstructie van de gewelddadige dood van Sanda Dia? Hopelijk toch een beetje bezinning.

 

Droefheid in de eerste plaats om het heengaan van een talentrijke jongeman met ambitie, die in zijn zoektocht naar steun voor zijn niet voor de hand liggende tocht op de ladder onwetend de weg naar de dood insloeg.

Droefheid ook echter om onze samenleving waar verstandige jongelui uit ‘goede gezinnen’ die over alles kunnen beschikken behalve over een moreel kompas het woord ‘elite’ verwarren met machtsmisbruik en ‘vrijheid’ met het ongeremd botvieren van de laagste lusten terwijl het hen ontbreekt aan dat minimum aan kl* aan hun lijf om meer te zijn dan een kuddedier.

In 1882 noteerde Joris-Karl Huysmans in A veau-l’eau (Op drift): “Het waren bijna allemaal studenten, die prachtige jeugd, die met haar slaafse gedachten de heersende klassen een voortdurende aanwas van hun eigen stompzinnigheid garandeerde.”

“Gij zijt geen man, gij zijt een vies verkrachter/van ‘s werelds eeuwge schoonheid...” schreef Willem Kloos in 1894 over Huysmans.

Sanda én de jongelui die hem de dood in dreven, leren dat zowel Kloos’ eeuwge schoonheid als de door Huysmans vastgestelde stompzinnigheid tot de condition humaine blijven behoren.

Sanda postuum huldigen kan door zich wél bewust niet aan de kant van de stompzinnigheid maar aan die van de eeuwge schoonheid te scharen.

 

Tekst geplaatst op Facebook op 5 augustus 2020. 

Foto: Magrittes ‘condition humaine’ - 1933

Labels