Zondagsmijmering: Over het straatfeest

Zondagsmijmering: Over het straatfeest

Het is toch wat, elke week weer ‘iets’ vinden om over te mijmeren, of beter gezegd, om publiek over te mijmeren want ik weet niet hoe het bij u verloopt maar ondergetekende loopt eigenlijk voortdurend al mijmerend rond. Die gedachten zijn niet altijd rijp om breed te delen en gisterenavond had ik geen vermoeden waarover met u vandaag te mijmeren maar de zaterdagavond bracht raad want vrijwel voor onze deur, namelijk voor de deur onzer buurman, vond het nazomerse straatfeest plaats alwaar onze spruit zijn figuurlijk visitekaartje afgaf in de vorm van ongegeneerde bemoeizucht met alles wat bewoog of niet bewoog, zoals daar zijn ballen, inpakpapier, vouwstoeltjes, hondjes of speelgoed van andere kinderen.

Mocht u in deze regels een lichtvoetigheid ontwaren die de rubriek andere weken ontbeert, weet dan dat wij gisteren de mare dat alcohol de gezondheid zou schaden feestelijk hebben genegeerd, ook al bestond het publiek onder meer uit professionele gezondheidswerkers die hun professie ten spijt de witte wijnfles passende eer aan deden.

Ter laving van de straatgenoten was dus drank ingeslagen, ter koeling gedeponeerd in een grote bak vol water wat een gokelement toevoegde aan het vertier. Wie zich wilde herbevoorraden en de drijvende blikjes frisdrank daarvoor ongeschikt achtte, diende diep in het vat te graaien om pas bij opvissen te kunnen vaststellen welk bier daarbij werd bovengehaald. (De liefhebbers van Duvel kampten dankzij de specifieke vorm van die flesjes niet met dat probleem.)

Op een bepaald moment, de avond kon toen nog bezwaarlijk pril heten, oogste het vatvissen een zucht van teleurstelling. De vatvisser van dienst haalde een of ander bier 0,0 op en wierp die als nietige sprot weer terug maar vervolgens kwam er weer zo’n de gezondheid niet schadend flesje boven, en weer een, en weer een wat de verbijsterde omstaanders tot het even droeve als niet langer te miskennen besluit noopte dat het bier, het echte, op was.

“Amai”, probeerde de voorraadbeheerder van dienst zijn falen nog wat de verbloemen, “amai, hier is goed gedronken”. “Aha”, wist een licht beschonken buurman toch droog nuchter te repliceren, “nu zal het nog onze fout geweest zijn”, dat alles trouwens met kwinkslagintonatie zodat er geen buurtvete uit kon groeien.

Betrof het hier geen straatfeest maar een overheidsinitiatief, dan zou de uitputting van de voorziene voorraad ons voor ernstige, zo niet onoverbrugbare problemen gesteld hebben. De gezellige samenscholing diende voortijdig beëindigd dan wel voortgezet met de nog wel ruim beschikbare 0,0’s - waarbij de tweede optie voor menigeen gelijk zou staan aan de eerste - en volgende week zou bij een bestuursoverleg beslist worden de voorraadbeheerder weg te promoveren naar een andere directie en een commissie op te richten die zou besluiten in het door hen na drie vergaderrijke maanden opgestelde dikke rapport dat de noodzaak een straatfeestcoach aan te stellen nu onomstotelijk aangetoond was.

Maar het betrof geen overheidsinitiatief, wel een straatfeest en dus werd het euvel beteugeld doordat ieder even huiswaarts toogde om na plundering van de eigen koelkast triomferend terug te keren, zodoende het tekort ruimschoots weg te werken.

We mochten gisterenavond de parabel van de broodvermenigvuldiging persoonlijk beleven of was het die waar water in wijn werd veranderd?

Lees deze regels als hulde aan de straatfeestorganisatoren.

Fijne zondag gewenst

Foto: eerder, in de vooravond, zorgde papa voor het tegengewicht op de wipplank; het zou hem uren later niet meer gelukt zijn.

Facebook, 13 september 2026

Labels