Zondagsmijmering: Over het allerhoogste
Excelsior, met die term werd dat smachten naar het hogere eertijds aangeduid met tot gevolg voetbalploegen, fanfares, toneelverenigingen of lokale bieren met die naam her en der over Vlaanderen verspreid.
Dat dergelijk streven naar het hogere ingebakken zit in ‘s mensen inborst leert bijvoorbeeld de Eiffeltoren, hoog om niet te zeggen hoger uittorenend boven de lichtstad. Toeristen die dat monument beklimmen wordt, eens boven, de mogelijkheid geboden om middels een extra trap nog net iets hogers te klimmen, nog bovener dan boven als het ware, al dien ik dit mee te delen op gezag van wie daar eerder al vertoefde. Zelf ken ik die toren slechts vanop de begane grond omdat het me altijd verbaast mensen torens te zien beklimmen om vervolgens naar beneden te kijken, naar de plaats waar ze kort tevoren nog naar boven tuurden.
Ik weet het, hiermee negeer ik de wijdse blik die hoogtes bieden. De ware oorzaak mijner terughoudendheid daar aan de oever van de Seine zoeke u dan ook in mijn hoogtevrees die toch niet verhindert dat ik wel degelijk graag vanop bergen of hoge gebouwen, achter borstwering of stevig vensterglas, de omgeving aanschouw. De ‘atlaservaring’ vanuit een vliegtuig, waarbij de omlijning van eilandjes, steden of kusten zich ontvouwt, te genieten van achter het veilige vensterraampje kan uw dienaar zeer bekoren maar de Eiffeltoren beklimmen, ik heb me er nooit eerder toe kunnen brengen.
De getuigen waarop ik mij beroep vertellen me dat menig Eiffeltorenbestormer ook die laatste treden bestijgt, kwestie van de volle ervaring te kunnen genieten, althans naar aanvoelen want objectief brengen die niets meer bij. Je stopt natuurlijk ook geen honderd meter vóór de top van de Mount Everest, dat beseft zelfs mijn hoogte vrezend brein.
Excelsior, het zit ons ingebakken zoals deze dagen ook ten onzent wordt geïllustreerd. Onze knaap, intussen de kaap van vijftien maanden gerond hebbende, ontpopt zich tot geestdriftig excelsior-adept.
Na het kruipen kwam het wankelen, vervolgens het vallen en opstaan en die fase wordt nu aangevuld met het klimmen. Geen bank, geen stoel en via die weg geen tafel, geen trap, geen ladder oogt hem te uitdagend. Stoelen wegschuiven, een remedie zo meenden wij in onze ouderlijke naïviteit, verloor enkele dagen geleden ook alle zin want hij duwt ze intussen zelf terug naar waar hij ze nuttig acht. De zitting van een stoel is mooi, de tafel daarnaast mooier en mag daar nog een doos de kans bieden om hogerop te komen, hij laat ze niet liggen.
Die ontembare drang naar hoger mag dan al bij de ouders geregeld een vermaning annex hartverlamming uitlokken, dat vermag zijn streven allerminst te stremmen zoals blijkt uit de zijn wankele positie ten spijt triomferende blik waarmede hij na een geslaagde klimsessie zich een rotsenbeklimmer gelijk wanend aanschouwt wat nu ver onder hem ligt.
Excelsior dus.
Foto: ter illustratie, na hem een ommezien uit het oog verloren te hebben.
Facebook, 20 september 2026
- Login om te reageren