Zondagsmijmering: Over gevleugelden

Zondagsmijmering: Over gevleugelden

Vanochtend wipte een eekhoorntje van een tak naar een andere met een behendigheid die leerde dat dergelijk kunstje al eerder werd vertoond door het kleine acrobaatje. Wist onze dreumes, in vaders armen toeschouwer van achter het glas, hem te ontwaren of ging zijn speurende blik toch eerder naar de kale wintertakken dan wel de vogels die samen met ons overwinteren in Vlaanderland? Een merel daar, een brutale ekster ginder, een kauw? Eerlijk gezegd, geen idee; ze vlogen, laat daarover geen onduidelijkheid bestaan, dat staat buiten kijf, zoveel ken ik er nog wel van.

(Neen, inderdaad, de eekhoorn niet, die vloog niet.)

Ootmoedig dient hier een bekentenis te volgen.
In Mortsel, alwaar ik zowat twintig jaar bezitter was ener tuin het woord waardig, verliet ik op vrije dagen de gaarde ongaarne en bij voorkeur slechts voor toilet of bed. Zelfs bij regen bood een afdakje van druivenblad of het door mij in elkaar geknutselde miniserretje voldoende beschutting om het einde van de bui buitenhuis af te wachten. Meer zelfs, een vorm van neerslag ontwarend, spoedde ik me graag naar dat stoeltje in de serre, teneinde daar de zich ontbindende natuurkrachten ten volle te kunnen aanschouwen.

Dat voor M een eekhoorntje, wellicht amper waargenomen, en een spreeuw beiden behoren tot de ruime en weinig onderscheidende categorie der bewegenden zonder verdere specificaties, kan gezien zijn prilheid verschoond worden. Dat vader, ruim zes decennia aardklootbewandelaar én, jawel, liefhebber van de gevederde geleding der schepping, ternauwernood een mus uit een merel kan onderscheiden - ik maak me hier schuldig aan zware dichterlijke overdrijving, het effect ten bate - kan niet anders dan bevreemden maar het is niet anders.

Onwaardige loot aan vaders stam want die trok er des zomers bij het ochtendkrieken op uit met een casetterecorder in aanslag om het oorverdovende gekwetter van op intieme omgang uit zijnde gevleugelden op zijn bandje vast te leggen.

Hij kende ze wél, de diverse secties van dat symfonisch bosorkest; ik niet maar mij wordt onverhoopt een herkansing geboden.

We staan voor een boeiend leerproces, vader en jongste zoon. Gelukkig moet ik ergens nog een binoculaire hebben liggen.

Fijne zondag gewenst

Foto: vader en zoon als eekhoornspotters

Facebook, 28 december 2025

Labels