Zondagse mijmering: Wilde Tyrreense baren

Zondagse mijmering: Wilde Tyrreense baren

Als je zo af en toe een mondmasker moet opzetten is dat lastig, wat hinderlijk of misschien ook helemaal niet. Als brildrager ondervind ik alvast een bijkomende last. Medebrildragers weten wat ik bedoel, met ietwat empathie bedeelde niet-brillendragers kunnen het vermoeden.

Voor wie professioneel verplicht was dat kapje de hele dag voor te binden, bood de voorbije week echt wel een gevoel van bevrijding want na die vele maanden krijgt zo’n ding alles van een muilkorf. Wat werd er vrijdag letterlijk opgelucht adem gehaald achter al die toonbanken.

“Aha, weer zonder mondmasker”, begroette ik Fatima bij wie ik de zondags pistoleekes of koffiekoeken betrek. Misschien verbeeldde ik het me maar zo opgewekt had ik ze al even niet meer beleefd. Dat ze zowat tot op de dag kon zeggen wanneer die maskerplicht was ingevoerd, zei wel alles. Ik was haar glimlach vergeten maar vanochtend compenseerde die het gedruil buiten.

Karen van onze kaaswinkel - ‘onze’ als in, daar koop ik kaas - schonk zowaar bubbels toen ik gisteren wat parmesaan ging inslaan. Dag van de klant “en dag zonder masker” knipoogde ze haast jubelend. Ik beloonde haar opgewektheid door een schijf schapenkaas en wat dolce gusto aan mijn bestelling toe te voegen.

Toen ik woensdag in de donkere vroegte richting VRT vertrok, rook ik voor het eerst de herfst. Depressief word ik daar niet van want ik ben in blijde verwachting van de vijftig tinten bruin die dit seizoen weer zal bieden. Ik vind de herfst één van de vier schoonste seizoenen. Maar dit jaar geeft de corona-bevrijding er iets van lente-achtig aan.

Zijn we er dan van af? Neen, nog elke dag eist dat smerige virus lichamelijke slachtoffers. Hopelijk neemt nu wel het mentale onheil verder af. Maar de vijand blijft natuurlijk onzichtbaar. Het is een beetje zoals de Scarlet Pimpernel: “They seek him here, they seek him there; Those Frenchies seek him everywhere; Is he in heaven or is he in hell?; That demned elusive Pimpernel”

Zo zijn we bij de literatuur beland. Ik vierde de heringevoerde mondmaskerloosheid met een bezoek aan De Boekuil. Alles vormt een goed argument om een boek te kopen. Ik ben trouwens boekloos weer buiten gekomen want wat ik zocht, hadden ze niet voorradig.

Uiteraard niet want deel III van les Oeuvres van Alexis de Tocqueville in de reeks Pléiade vond ik zelfs niet in de betere Brusselse boekhandels grijpklaar. Als er dan toch moet besteld worden dan bij de kleine zelfstandige boekhandel, liever dan bij bol.com of, godbetert, Amazon.

Los van zijn ideeën hou ik ook gewoon van Tocquevilles 19e eeuwse Frans mét passé simple! Die moesten wij op school - veertig jaar geleden - al niet meer leren wegens in ongebruik. Ook de woorden of zinnen die ik niet meteen snap - dat zijn er niet weinig, moet ik toegeven - klinken poëtisch. Zijn boottocht van Napels naar Palermo, waarbij de wind het vaartuig doet afwijken naar de Liparische eilanden, wordt in deel I van zijn Oeuvres beschreven alsof de Odyssee een boottocht op de Rijn beschrijft.

Tocqueville heeft ‘em genepen op die overtocht maar beperkt zich niet tot die banale mededeling. Hij schrijft over dat moment van doodsangst op wilde Tyrreense baren: “Je croisai mes bras sur ma poitrine et je me mis à repasser dans mon esprit le peu d’années que j’avais déjà vécu. J’avoue franchement que dans ce moment où je me croyais près de paraître devant le Juge suprême, le but de l’existence humaine me semblait tout différent de ce que j’avais jugé jusque-là. Les entreprises que j’avais considérées jusqu’à cet instant comme les plus importantes me paraissaient alors infiniment petites, tandis qu’au contraire la grande figure de l’éternité, s’élevant à vue d’oeil, faisait disparaître tout le reste derrière elle. Je regrettai alors amèrement de n’avoir pas en ma puissance une de ces consciences préparées à tout évenement; je sentais que ce secours eût mieux valu que le courage humaine contre un danger avec lequel on ne pouvait se débattre, et au-devant duquel on ne pouvait marcher.”

Ook al vat je niet meteen elke nuance - wat alleszins bij mij het geval was -, je voelt dat achter die schoonheid diepe gedachten moeten schuilgaan. Als die woorden dan gedrukt staan in een heerlijk lettertype, op dun bijbelpapier, in een prachtige uitgave, dan heb je iets van waarde in handen.

Lezen, herlezen, een woordje opzoeken en dan, jawel, ontplooit zich beetje-bij-beetje de gedachte die Tocqueville verwoordt. Hier hoort een inspanning geleverd te worden; de beloning na het doorwrochten is er naar.

Misschien hoort een mens op jonge leeftijd gewoon een keer doodsangsten uit te staan op een onmachtige schuit die dient als speelbal van ontketende golven? Werd Tocqueville Tocqueville omdat hij dit beleefd heeft?

Is het geen uitdagend ideetje om deze zinnen om te zetten in ons moers taal op een natte zondagmiddag als deze? Ze brengen ons overigens dichter bij het corona-thema dan ik zelf had gedacht toen ik de passage begon over te typen.

Geniet van deze herfstige zondag, mét of zonder Tocqueville.

Deze zondagse mijmering verscheen voor het eerst op Facebook op 3 oktober 2021.

Labels