Zondagse mijmering: Voetbal is niet groen (en evenmin rood)

Zondagse mijmering: Voetbal is niet groen (en evenmin rood)

We - iedereen behalve wie het niet doet - zitten weer achter het scherm gekluisterd naar het balletje op het groene gras te turen, weliswaar in kleinere bubbels dan anders bij tornooien. De federale regering hoopt wat duivelse sympathiegraantjes mee te pikken en dus laat premier De Croo (Open VLD) zich in rode sportuitmonstering fotograferen omringd door zijn in soortgelijke tenues gehulde vice-premiers. Gezien de regeringssamenstelling vormen die al bijna een volwaardige voetbalploeg (in aantal, niet in kwaliteit durf ik beweren).

Maar de ene koketteert nog meer met de verhoopte tricolore geestdrift dan de andere. Naar analogie met Stalin (CPSU) die tijdens WOII besefte dat Moedertje Rusland motiverender klonk in bataljons dan het verenigde proletatiërsbelang, hoopt ook de PVDA via het Belgische voetbalnationalisme dieper door te dringen bij het brede publiek.

Onder het motto ‘we are one’ promoot de partij het Belgische unitarisme middels het slijten van Rode Duivels-parafernalia. Dat de PVDA achter die campagne schuil gaat, wordt vakkundig verheimelijkt. Facebook schrapte de campagne wegens dat geniepig gehengel naar adressen tot de partij duidelijkheid verschaft. De slogan vervolledigen tot ‘We are one bunch of cheaters’ zou alle bezwaren kunnen wegnemen want tenminste voor transparantie zorgen over het feit dat de PVDA het publiek in een propagandistische fuik wil lokken.

Ook Ecolo/Groen toont zich weer erg voetbalgezind. Minister Georges Gilkinet (Ecolo) verscheen donderdag opzichtig gesjaald in het parlement. Een ode aan KV Mechelen? Had de excellentie het te koud? Neen, het ging wel degelijk over een gebreid eerbetoon aan de Rode Duivels.

Schreef ik opzichtig? Kon men nog even denken dat Gilkinet het te koud had, dan bleek zijn collega Zakia Khattabi (Ecolo) in de nochtans geairconditionde zaal last te hebben van vapeurkes. Die probeerde ze te verdrijven met een stevig uit de kluiten gewassen abanico, zo’n waaier waarmee Spaanse flamencodanseressen zich tijdens de pauze weer op de juiste temperatuur brengen.

Khattabi’s waaier had echter niks Spaans want bestond uit drie stroken: een zwarte, een gele en een rode. Hoewel ze toch een meter of vijf van mij verwijderd zat, bezorgde haar onstuimige gewapper me ei-zo-na het pleuris. Noem Gilkinets nummer bij nader inzien dan toch nog maar eerder bescheiden.

Om maar te zeggen dat rood en groen zich heel erg voetbal-gezind voordoen. Dat is allerminst nieuw. Kristof Calvo (Groen) pakt elk WK of EK uit met loftuitingen aan het Rode Duiveladres, daar expliciet politieke boodschappen aan koppelend. Reeds in 2013 reageerde ik met een tekst die nog altijd past me dunkt. Vandaar… hieronder andermaal:

Voetbal is niet groen

Vreemd dat een politicus van Groen in de voetbalsport politieke inspiratie zoekt, want dat milieu staat symbool voor alles waar Groen tegen van leer trekt. (Uit Doorbraak september 2013)

‘Was di Rupo maar een Rode Duivel’, schreef Kristof Calvo gisteren in De Standaard. Het Groene kamerlid bepleit een nieuwe belgitude, die inspiratie vindt bij de Rode Duivels. ‘Politici houden best een beetje afstand van het voetbal’, lezen we. ‘Het spelletje is te mooi om te instrumentaliseren. Toch moeten we ook iets leren van onze jonge Duivels, ook politiek en maatschappelijk.’ Heel erg consequent klinkt het allemaal niet, zeggen dat de politiek moet wegblijven van voetbal om er dan een hele politieke recuperatietheorie aan op te hangen.

Dat Calvo de nationalistische toer opgaat, verraadt al een opvallende ideologische rekbaarheid. Maar wat nog meer verbaast, is dat een kamerlid van Groen blijkbaar vindt dat voetbal ook een maatschappelijke vertaling verdient. Behalve het veld is er namelijk niets Groen aan voetbal. Als Calvo voetbal nuttig acht om er politieke en maatschappelijke lessen uit te leren, dan nemen we aan dat hij zich niet beperkt tot die aspecten die in zijn verhaal passen.

Bij voetbal, net zoals bij elke sport, telt alleen het resultaat. Alle aandacht gaat naar de winnaars, voor de verliezers zijn we staalhard: ze degraderen zelfs. De vedetten krijgen alle aandacht; wie wat achterop blijft, wordt genegeerd.

In voetbal is er geen sprake van herverdeling. Op het einde van het seizoen moet Anderlecht geen belasting betalen in de vorm van het afgeven van behaalde punten, die dan worden overgeheveld naar minder fortuinlijke ploegen als Beerschot bijvoorbeeld. Wie met 4-0 wint, krijgt de volle drie punten en mag die onbelast toevoegen aan het al eerder verworven kapitaal. De verliezer krijgt niets. Keihard.

Fouten worden bestraft, desnoods met radicale uitsluiting. Geen alternatieve straffen, geen gedoe bij een strafschopfout of de betrokken verdediger misschien een moeilijke jeugd heeft gehad en verzachtende omstandigheden kan inroepen. Blijft een fout onbestraft, dan huilt de massa langs de zijlijn voor gerechtigheid, te weten de consequente sanctionering van wie de regels overtreedt. Zero tolerance is de regel.

De concurrentie is moordend en een elftal telt slechts elf spelers. Als iemand doorstoot tot de eerste ploeg, dan moet iemand anders er onverbiddelijk uit. Het lieve ‘iedereen mag meedoen’, is geen optie. Wie niet voldoet, wordt naar de bank verwezen en mag niet meespelen. In de jeugdreeksen heerst een strikt selectiesysteem waarbij de minder talentrijken de elitegroep moeten verlaten en zich voegen bij andere kneusjes. Wie door ongeluk invalide wordt, wordt uit het wereldje verwijderd.

De voetbalwereld denkt ook in strikte wij-zij-termen. Degenen op het veld die niet voor ons zijn, zijn tegen ons. Geen bruggenbouwers tussen de twee ploegen gewenst, streven naar verzoening vormt een fundamentele inbreuk op de basisfilosofie van het spel. Eigen Ploeg Eerst is een onbetwiste wetmatigheid. Solidariteit bestaat, maar uitsluitend met de wij-groep. Wie een mooie voorzet geeft aan een tegenstander om te scoren, wordt uit de ploeg gezet, door de pers zwaar aangepakt en door de eigen aanhang weggehoond. Hulp verlenen als tegenprestatie aan iemand van de zij-groep heet omkoperij en leidt tot schorsing.

Ploegen worden puur met geld samengesteld. Spelers zijn koop- en verkoopwaar, waarbij de centen de alles dominerende waarde uitmaken. Van enige beperking van toplonen is geen sprake en wie niet voldoet wordt naakt ontslagen. Mensen worden behandeld als afvalproducten wanneer er wat sleet op komt. Succesrijke kapitalisten kopen en verkopen zelfs volledige ploegen zonder dat vragen worden gesteld naar de herkomst van hun omvangrijke kapitalen.

De hele voetbalwereld is ook doordrongen van reclame en commercie. De consumptiemaatschappij wordt er gestimuleerd en verheerlijkt.

We houden er mee op, want worden er zelf een beetje mistroostig bij. Deze opsomming volstaat om vast te stellen dat zeker een politicus van Groen elke maatschappelijke vergelijking met de (voetbal)sport moet mijden als de pest want een vuiger kapitalistischer milieu dan dat waarin iemand als Vincent Kompany actief is, bestaat er niet. We zwijgen dan nog over het dominerende nationalisme dat er heerst.

Aanvulling anno 2021 ten behoeve van de kameraden van de PVDA: beroepsvoetballers betalen op hun doorgaans zeer riante lonen minimale sociale bijdragen. Dan heb ik het nog over de braven: de anderen domiciliëren zich in Monaco of een ander fiscaal-vriendelijk oord. En voor de professionele clubs - toch een soort multinationals - bestaat er een gunstig fiscaal regime. La lutte continue!

Geniet u, lieve lezeres en dito lezer, alvast van uw zondag en moge de onze winnen… Oei, toch opletten met dat rechtse wij/zij-denken. Neenee, moge de beste winnen… Ai, klinkt dat niet wat sneu voor de minderen, wat té neoliberaal?

Mogelijk begeef ik mij op gedegen progressieve paden door de wens uit te drukken dat elke wedstrijd op gelijkspel moge eindigen, de gevoelens van de doelmannen in acht nemend bij voorkeur op 0-0. Met mijn excuses aan de brildragers die zich hierbij geviseerd zouden voelen.

Deze zondagse mijmering verscheen op Facebook op 20 juni 2021. 

Labels