Zondagse mijmering: Hoeveel nadeel verantwoordt het voordeel?

Zondagse mijmering: Hoeveel nadeel verantwoordt het voordeel?

Is het een indruk of vielen ze de voorbije weken echt als vliegen? Hoe ouder je wordt, hoe vertrouwder de necrologierubriek oogt. Het zal dat zijn.

Nu Mikis Theodorakis, Jean-Paul Belmondo en Ed Asner (jawel, Lou Grant) weer. En dan was Charly Watts nog maar pas uitgetrommeld. Met 96, 88 en 91 als eindscore mogen die drie eersten niet klagen - mochten ze het nog kunnen - maar het komt toch altijd wat als schok. Zeker in Theodorakis’ geval ook wel een beetje als “oh, leefde die nog?” Watts’ tikte af op 80 en dan begin je toch te denken dat het meer had kunnen zijn.

Wilfried Van Moer rondde maar ternauwernood de klip van driekwart eeuw. Net niet meer piepjong. Dat nieuws greep best stevig aan maar Gerd Müller bleef voor mij toch hét schokoverlijden van het jaar. Der Bomber - in hetzelfde jaar opgeleverd als sympathieke Wilfried - maakte furore bij Bayern München tot 1979, tot mijn 17e. Diens carrière omspande dus mooi mijn dweepjaren.

Beieren fungeerde enkele jaren als gezinsvakantiestemming en de warme koeienstalgeur uit Unterammergau verlaat mij nooit meer. Wie die ooit beschrijft met de term ‘stank’ heeft het bij mij definitief verkorven.

Dé club uit Beieren kon dan ook op de bijzondere sympathie van mijn vader en mezelf rekenen. Voor Gerd Müller was de boon nog groter dan voor Sepp Maier. Kortgeblokte stevigheid, bovenmaatse dijen, opportunistische nettenprikker. Deel die kwaliteiten door tien en je kwam bij mij in de buurt (af en toe koesterde ik de puberillusie dat het volstond te delen door vijf of zelfs twee).

De laatste dag van augustus, amper twee weken na Müller, legde Francesco Morini op 77-jarige leeftijd het loodje. Müller en Van Moer zijn grootheden, Morini stond een trapje lager te voetballen maar toch bij Juventus en het Italiaanse Squadra Azzurra. Hij werd vijf keer Italiaans kampioen, won mee één Italiaanse beker en een UEFA-beker. Er zijn spelers die hun tijd op een veld minder succesrijk doorbrachten.

Liefst 372 officiële wedstrijden speelde Morini, op hoog clubniveau dus. Tel er elf bij voor de nationale ploeg. En nu komt het: niet één keer trof hij de netten. Niet één keer.

Hij heeft het verscheiden van zijn antipode Müller dus nog net meegemaakt. Die legde ze in het mandje alsof er geen centrale verdedigers bestonden, meer dan 1200 voor zijn club, meer dan één per wedstrijd.

Morini kon leven mijn zijn scoorloze loopbaan. “Ik moest ze niet maken, ik moest vermijden dat ze gemaakt werden.” Het leven is een schouwtoneel, ieder heeft zijn rol, ieder zijn deel. In Morini’s tijd stond de Italiaanse competitie bekend voor de schaarsheid der doelpunten, dus hij heeft zijn deel gedaan.

Jos is ook overleden en zaterdagochtend hebben we hem begraven. Jos was familielid van het derde knoopsgat. Veel dichter dan het zevende maar wanneer we elkaar zagen heette die momenten toch familiefeest of begrafenis. Mijn vader - ook Jos - placht met zijn apart gevoel voor humor op een koffietafel afscheid te nemen van het gezelschap met het al te ware: “Tot volgende keer allemaal. Allez, allemaal, op ene na dan.”

Dit keer was deze Jos dus de afvaller. Het was al even geleden dat ik Jos nog had gezien en zo was die plots 91 geworden. Jos zag er altijd veel jongere uit dan hij was maar toch… 91! Het leek toch op een drukfout op de doodsbrief. Voor de zomer ziek geworden en nu kaars uit.

Jos was een coronaslachtoffer. Besmet werd hij niet maar wel een slachtoffer. Zoals al die lotgenoten zag deze familieman klein- en achterkleinkinderen zowat anderhalf jaar niet meer, tenzij achter glas, en knuffelen zat er al helemaal niet meer in. De jongste achterkleinzoon kreeg zijn naam: Josse. Het ventje is nu vijf of zoiets. Jos had oogappel Josse éénderde van die tijd niet mogen vastpakken. Die corona-klap werd Jos, meer dan de laatste aandoening zelf, fataal. Slachtoffer van corona, niet van de besmetting wel van de corona-maatregelen.

Begrafenissen lijken over de dood te gaan maar vormen toch vooral uitgelezen momenten om te mijmeren over het leven. Leven dat dus meer is dan de optelsom van jaren. Op dat stoeltje van dat crematorium besefte ik gisteren, luisterend naar de pakkende getuigenissen, weer eens dat politieke keuzes zelden gaan tussen goed of kwaad maar over de heikele kwestie welke prijs betaald wordt voor welke doelstelling en wanneer die te hoog wordt. Of om het in voetbaltermen te zeggen: welk nadeel we aanvaarden voor welk voordeel, dat is die moeilijkste aller vragen.

Fijne zondag en groeten van op onze familiedag in Plopsaland.

Deze zondagse mijmering verscheen op Facebook op 11 september 2021. 

Labels