Wereldpolitiek in onze straten

Wereldpolitiek in onze straten

Met zo’n 3000 betoogden ze gisteren in Brussel onder de slogan #freepalestine. Dit Midden-Oostenconflict bereikt daarmee onze straten. Enkele korte bedenkingen.

1. Ik ben als lid van de commissie buitenlandse zaken zowat wekelijks getuige van de drang van Kamerleden om wereldleidertje te spelen. Het alwetende vingertje gaat driftig heen en weer, wellicht in de overtuiging dat de mening van een parlementslid in de Belgische commissie buitenlandse zaken ook maar een zier impact heeft op dergelijk wereldprobleem. Die illusie koester ik alvast niet.

2. Als verkozene van Vlaamse burgers concentreer ik me liever op de dingen die directe betekenis hebben voor die Vlamingen. Opstoten in onze steden als gevolg van wat gebeurt in Jeruzalem of de Gazastrook, die zelfs kunnen leiden tot geweld, zijn niet in het belang van mijn kiezers.

3. Mijn ervaring, onder meer opgedaan in een aantal reizen naar Israël, de Westoever en de Gazastrook, leerde mij dat het conflict een stuk complexer in elkaar zit dan velen doen voorkomen. Wat zich momenteel afspeelt, gaat bovendien gepaard met een wederzijdse propagandastroom die het vrijwel onmogelijk maakt om correcte feiten te onderscheiden van manipulatie.

4. Dat zijn drie goede redenen waarom het me verstandig lijkt dat politici in deze materie de nodige nuance aan de dag leggen wanneer ze zich daarover publiek uiten. Elke vorm van ophitsen is totaal uit den boze.

5. Ik ben onverminderd voorstander van de vrije meningsuiting. De #freepalestine-optocht in Brussel vind ik spijtig omdat ik vrees dat daar alleen verdere wederzijdse radicalisering uit zal voortvloeien maar dat betekent niet dat ik het recht op betogen voor deze zaak niet ten volle verdedig. Vrije meningsuitingen zijn niet alleen aanvaardbaar wanneer je het er (helemaal) mee eens bent; dat is nogal wiedes.

6. Ook neutrale waarnemers getuigen dat er antisemitische slogans en oproepen tot geweld werden gescandeerd. Dat gaat voorbij het recht op vrije meningsuiting en ik neem aan dat minister Verlinden (CD&V) daar op de passende manier mee aan de slag gaat.

7. Wanneer ik me niet vergis leven we nog in een tijd van strenge coronamaatregelen. De bijeenkomsten in Terkameren onder de naam #laboum werden door de ordediensten met veel machtsvertoon en een reeks aanhoudingen aangepakt omdat de coronamaatregelen niet werden nageleefd. Minister Verlinden verdedigde die aanpak. Gisteren was van dergelijk gespierde optreden niets te merken hoewel deze optocht ook niet meteen corona-proof verliep. Aangezien er geen rellen uitbraken, was deze aanpak van de ordediensten misschien zelfs te verkiezen maar het gebruik van twee maten en twee gewichten valt heel erg op. Ziet minister Verlinden in dat haar corona-handhaving bij La Boum fout was of kreeg de betoging van gisteren een voorkeursbehandeling om inhoudelijke redenen? Is het thema Palestina de minister liever dan dat van de inperking van de basisrechten in dit eigen land?

8. Er zijn dus wel degelijk politici die in deze zaak erg extreme standpunten verkondigen. Dat is het geval voor de PVDA en dat hoeft premier De Croo (Open VLD) niet te verontrusten. Maar in het parlement vindt een zeer eenzijdige kijk op de zaak ook woordvoerders bij Ecolo/Groen en de PS, in mindere mate bij Vooruit en CD&V. Je merkt dat minister Wilmès (MR) een stuk voorzichtiger, diplomatischer blijft. Als behoorlijk extreme standpunten echter gedragen worden door een meerderheid van de coalitiepartners, dan zit de premier De Croo toch met een ernstig probleem. Ik heb daarover vragen ingediend bij minister Wilmès.

Deze bedenking verscheen voor het eerst op Facebook.

 

Labels