Peter De Roover: “We zijn met veel te veel parlementsleden. Vijftig sterke figuren volstaan”

Peter De Roover: “We zijn met veel te veel parlementsleden. Vijftig sterke figuren volstaan”

Interview met De Standaard

Van Vlaams-nationalistische voorvechter tot eerste burger van België: niemand weerspiegelt beter de gedaanteverandering van de N-VA dan Kamervoorzitter Peter De Roover. Hij praat openhartig over zijn partij, de regering en zijn parlement. “Er zijn veel te veel parlementsleden. Heel brutaal: vijftig sterke figuren zijn voldoende.”

“Eerlijk gezegd, ik ben nog altijd stomverbaasd over de loop van mijn carrière”, zegt N-VA-oudgediende Peter De Roover (63) in de statige trappenhal van het federaal parlement. Zijn portret zal er ooit aan de muren vereeuwigd worden, een opmerkelijke speling van het lot voor de voormalige voorvechter van de Vlaamse Volksbeweging. Intussen heeft hij zich feilloos omgeschoold tot gerespecteerd voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en dus ook tot eerste burger van België.

Voelt het belangrijkste zitje van België al comfortabel aan voor een Vlaams-nationalist?

“Goh, comfortabel. Dit instituut staat vooral in voor veel bevoegdheden die heel belangrijk zijn voor de Vlamingen, zoals de pensioenen, de fiscaliteit of defensie. Wij móéten hier als N-VA zo veel mogelijk aanwezig zijn. Ik hou een hele reeks lezingen bij onze lokale afdelingen en daar leg ik altijd het onderscheid uit tussen Vlaanderen en de Vlamingen. Vlaanderen beheert maar een stukje van de bevoegdheden waar Vlamingen mee te maken hebben, en vooral een belangrijk stuk niet. Daarvoor moet je hier zijn. De realiteit is wat ze is.”

Het blijft nodig om dat uit te klaren bij de achterban?

“Als je dat uitlegt aan onze leden dan snappen die dat. Die vinden echt niet dat wij in deze ruimte afwezig moeten blijven.”

Maar het zit wel heel ver af van de revolutionaire ideeën waarmee Peter De Roover en de N-VA ooit in de politiek zijn gestapt.

“Dat is een pijnlijke vraag, want ik noem mezelf eigenlijk fundamenteel antirevolutionair. Revoluties zijn interessant om te bestuderen en om erover te lezen, maar ze wekken altijd frustraties op. Uiteraard willen wij dat alle bevoegdheden zoveel mogelijk onder Vlaanderen vallen. Maar er zijn voorlopig heel weinig hefbomen om dat mogelijk te maken. Daarvoor moeten we politieke meerderheden vinden en de geesten zijn op dit ogenblik niet rijp. Onze bondgenoten in het zuiden van het land (regeringspartijen MR en Les Engagés, red.) zijn misschien wel bondgenoten op sociaal-economisch vlak. Ze zijn dat zeker niet op institutioneel vlak. Kijk naar de problemen bij de afschaffing van de Senaat, terwijl dat nog maar een niemendalletje is.”

Intussen stellen jullie zich tevreden met het bezetten van het federale fort?

“We stoten op beperkingen, dat probeer ik onze achterban duidelijk te maken. We zijn de grootste partij van Vlaanderen en de grootste partij van België. Maar we hebben, en ik zal Jean-Marie Dedecker nog meetellen, amper 24 van de 150 zetels in de Kamer. Dan moet je de mensen geen dingen beloven die je niet kunt waarmaken.”

De N-VA kiest vol voor de realpolitik, maar neemt het Vlaamse bewustzijn daarmee niet af?

“Het gewone, banale gevoel van ‘ik ben een Vlaming’ verdwijnt niet bij de bevolking. Maar het politiek geproblematiseerde gevoel van Vlamingen in België neemt wel af. We leven niet langer in het België van ooit, onze mars door de instellingen is duidelijk succesvol. En toch blijven we ook vandaag nog geregeld op onze limieten stoten in deze staatsstructuur. Dat stellen we nog vaak vast op ons partijbestuur en dat geeft onze voorzitster Valerie Van Peel ook aan.”

“In het huidige België botst zelfs Bart De Wever op zijn limieten” en “het is vechten tegen de bierkaai”, zei Van Peel in het Nieuwsblad. Zo succesvol klinkt dat verhaal niet.

“Het belangrijke verschil met de regering-De Croo is wel dat de regering-De Wever een ambitieuze hervormingsagenda heeft en daar al een groot deel van heeft uitgevoerd. De regering zit nu eigenlijk al voorbij het regeerakkoord, met bijkomende uitdagingen. Maar we moeten eerlijk zijn: de homogeniteit van deze Arizona-coalitie (met N-VA, Vooruit, CD&V, MR en Les Engagés, red.) is na de verkiezingen hoger ingeschat dan ze feitelijk is.”

Ook door uzelf en De Wever?

“Bart die te optimistisch is? Dat verwijt heeft hij nog nooit gekregen. (lacht) Ik bleef er zelf ook altijd rustig onder. Sommigen dachten op den duur dat iedereen die in Franstalig België niet voor de PS stemde, dan wel een soort halve N-VA’er was.”

Dat was hard ontwaken. Het is juist de MR, jullie zogezegde sociaal-economische bondgenoot, die vandaag nog het meest op de rem staat. Wat dacht u toen u MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez in het parlement openlijk tekeer zag gaan tegen De Wever?

“Als Kamervoorzitter hou ik van een levendige tent en geniet ik daar eigenlijk wel van. Als N-VA’er natuurlijk iets minder. Het helpt ons niet vooruit, maar ik moet toch niet zeggen aan Bouchez hoe hij politiek moet bedrijven? Ik ben al blij dat Valerie Van Peel als voorzitster wat boven het gewoel blijft staan en niet altijd gaat slapen met de dwanggedachte: ‘Heb ik vandaag nog een nieuw ideetje gelanceerd?’ Los daarvan zijn de Arizona-fracties vrij gedisciplineerd. De meerderheid rolt hier niet vechtend over het Kamertapijt.”

“Als we niet ingrijpend kunnen hervormen, dan hoeft het voor mij niet”, zei De Wever al. Dat leidt intussen tot speculaties dat de N-VA vervroegde verkiezingen overweegt om een nog sterker mandaat te krijgen voor De Wever.

“Bon, je moet opletten met dat soort verwachtingen te koesteren en ik weet ook niet of Bart die zelf koestert. Ik weet wel dat hij helemaal mee is in het regeringsspel van geven en nemen. Bart zei zelf al dat hij tien jaar nodig heeft voor zijn herstelbeleid. Maar zijn Arizona-regering moet wel ergens toe blijven leiden. Zijn ambitie reikt verder dan enkel en alleen het visitekaartje van eerste minister tien jaar mee te dragen.”

U gaat er zelf nog vanuit dat deze regering vijf miljard euro kan vinden in het najaar en daarna gewoon de rit uitdoet?

“Ik voorspel in elk geval dat de regering een krakende wagen zal blijven. Maar naar het schijnt gaan die het langst mee.” (glimlacht)

Nog zoveel jaar met een krakende wagen rondrijden, is geen prettig vooruitzicht.

“Ah ja, zolang het ding maar in beweging blijft. Ik denk wel dat het voor deze regering goed zou zijn dat alle partijen even stoppen met te communiceren alsof het elke week en elk weekend verkiezingen zijn.”


“Los daarvan, met zijn beeldspraak over een ‘stinkende kameel’ (over de btw-hervorming, red.) heeft Bart zichzelf ook geen cadeau gedaan. Die metafoor was typisch De Wever, maar nu achtervolgt ze hem. Hij raakt er niet meer vanaf, de geur van die stinkende kameel hangt nu in heel het huis. Maar die btw-hervorming was nu eenmaal het gevolg van een compromis, zij het geen geslaagd compromis.”

Als u zelf moet kiezen, hoopt u dan niet stiekem dat de PS straks weer de grootste wordt aan Franstalige kant zodat jullie opnieuw de institutionele kaart kunnen trekken?

“Met de PS kunnen we alleszins geen coherent sociaal-economisch beleid opzetten. Mijn dromerige kant zegt dat het wel mooi zou zijn dat de kiezer de kaarten straks zodanig schudt dat we echt in een onvermijdelijke institutionele onderhandelingspositie terechtkomen. Maar dromen zijn bedrog. (lacht) De realist in mij zegt dat het ook wel mooi zou zijn als we het Arizona-verhaal over tien jaar kunnen doortrekken.”

U doet het bijna uitschijnen alsof het een schande is voor politici om dromen na te jagen.

“Het probleem is vooral dat politici nu de neiging hebben om zich voor te stellen als oplossingenmachines. Onze macht wordt overschat, er zijn nu eenmaal beperkingen. De kloof tussen de Wetstraat en de Dorpsstraat is vooral een kloof tussen verwachtingen en uiteindelijke realisaties. Ja, we kunnen altijd nog meer realiseren, maar misschien moeten we ook wat minder verwachtingen creëren.”

Zoals?

“Als Kamervoorzitter moet ik wat op mijn woorden letten, maar kijk bijvoorbeeld naar de energiecrisis. Als de prijzen internationaal de pan uit swingen, moeten we hier niet de indruk wekken dat er ergens een zak geld ligt die we kunnen gebruiken om alles op te lossen. We zijn op dit moment aan het verarmen. Als politicus moet je de eerlijkheid en het lef hebben om dat te zeggen aan de mensen. En in België is onze financiële buffer allang op. De N-VA is op dat vlak het meest realistisch. Maar met dat verhaal roffel je natuurlijk niet met je trommel door de straten.”

Terug naar dit statige huis: bent u als Kamervoorzitter tevreden over het Belgische parlement?

“Alles kan beter. Ik heb zelf het De Roover-algoritme gelanceerd, dat ik iedereen kan aanbevelen. Parlementsleden zouden zichzelf vier vragen moeten stellen voor ze een initiatief nemen. Vormt de aanleiding wel echt een probleem? Moet ‘de politiek’ dat probleem wel oplossen of kan de burger dat zelf? Lost de gesuggereerde oplossing het probleem wel op? En weegt de oplossing wel op tegen de nieuwe problemen die ze schept? Tachtig procent van de parlementaire initiatieven kan voor de bijl als we die vier vragen zouden toepassen. En dan zouden we misschien grondiger aan de slag kunnen met die 20 procent relevante initiatieven.”

Wordt er dan zoveel nutteloos werk geleverd in het parlement?

“We zijn gewoon met veel te veel parlementsleden. Hoe meer parlementsleden, hoe zwakker het parlement. Iedereen wil zich nu tonen en op sociale media de indruk wekken dat ze iets aan het oplossen zijn. Terwijl hun voorstellen hoogstwaarschijnlijk nooit de eindstreep zullen halen. Dat zuigt veel energie weg van belangrijkere problemen waar we beter onze tijd zouden insteken.”

Wat is het ideale aantal parlementsleden dan volgens u?

“Heel brutaal: vijftig. Vijftig sterke en verantwoordelijke figuren. Geen demagogen of meelopers met de waan van de dag. Mensen die de guts en het lef hebben om te zeggen: we gaan iets wel of niet doen. En geef die vijftig parlementsleden dan ook allemaal een klein kabinet aan medewerkers. Nu hebben parlementsleden maar recht op één medewerker. Daarmee staan ze redelijk machteloos tegenover de federale administraties en ministeriële kabinetten die uitpuilen. Al zijn de kabinetten wel al wat teruggeschroefd door deze regering.”

Toont de regering vandaag voldoende respect voor het parlement? De Wever krijgt de kritiek dat hij soms zijn kat stuurt naar belangrijke parlementaire discussies.

“Ik zal mijn boutade maar herhalen: ‘Je krijgt Bart met geen stokken naar het parlement. Maar als hij er is, krijg je hem met geen stokken meer buiten.’ Hij is een geboren debater en houdt zich in de parlementaire discussies niet in.”

“Een premier kan soms wel kiezen welk debat hij zelf opneemt of overlaat aan anderen. Maar hij moet daar wel mee opletten. Ik denk dat hij soms toch wat meer zelf de bal in het veld kan trappen. Daar dring ik als Kamervoorzitter ook op aan.”

Kunt u zelf als voorzitter met alle parlementsleden door één deur?

“Ik probeer met iedereen op een heel normale, menselijke manier om te springen en ik denk wel dat iedereen dat op prijs stelt. Ik zit ook niet bij de N-VA omdat dat per definitie de tofste groep mensen is. Er zijn zeker PS’ers die sympathieker zijn dan sommige N-VA’ers. Fractieleider Pierre-Yves Dermagne, bijvoorbeeld. En ook met PVDA-voorzitter Raoul Hedebouw heb ik geen slechte band. Ik vroeg hem al om mij een dag op voorhand op de hoogte te brengen als zijn glorieuze communistische revolutie aanbreekt, zodat ik op tijd het land kan verlaten. Hij beloofde mij om dat zeker te doen. Zo zie je maar hoe belangrijk het is om met iedereen goeie contacten te onderhouden.” (lacht)

Gepubliceerd op 10 april 2026