Peter De Roover (N-VA): ‘Het parlement is vandaag het kneusje van de politiek’
Het zit de Kamervoorzitter niet lekker dat Knack in een uitgebreide analyse ('Minder zitjes, meer macht: waarom N-VA en Vooruit het parlement kleiner willen maken') zijn voorstel om het aantal Kamerleden te verminderen tot vijftig inpaste in een analyse over de steeds grotere greep van de partijhoofdkwartieren.
Peter De Roover: 'Eerlijk, ik wilde gewoon een debat op gang brengen om de Kamer de versterken. Dat doe ik op mijn manier, dus een beetje provocerend. En daarom heb ik in een interview in De Standaard inderdaad voorgesteld om het aantal Kamerleden te verminderen tot vijftig.
'Ik begrijp wel dat politologen als Bart Maddens en Pascal Delwit in Knack daar vragen bij stellen en argumenteren dat in het parlement hoe dan ook diverse maatschappelijke strekkingen vertegenwoordigd moeten blijven. Maar om mij daarom te verdenken van trumpiaanse motieven… mag het ernstig blijven?'
Vijftig parlementsleden was al in 2014 een voorstel van de N-VA.
De Roover: Dat past in ons voorstel voor een hervorming van het federale België: als er minder bevoegdheden overblijven, kan het natuurlijk met minder parlementsleden. Vandaar dat ik ook niet vasthoud aan die vijftig. Het mogen er evengoed 75 zijn. Ik wil het vandaag namelijk hebben over de verhouding tussen wetgevende en uitvoerende macht. Dus over het parlement en de regering.
Als Kamervoorzitter voelt u aan dat uw instelling een probleem heeft?
De Roover: Welja. In de klassieke trias politica is er een evenwicht tussen de drie machten: de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht. Vandaag is dat evenwicht zoek. De rechterlijke macht is aanzienlijk versterkt: het Grondwettelijk Hof kan beslissingen van de regering of van het parlement ongedaan maken. Dat is op zich een correct systeem: de rechterlijke macht fluit de uitvoerende macht terug als die haar eigen wetgeving niet respecteert. Maar het parlement moet ten volle de mogelijkheid behouden om die regels eventueel aan te passen.
Tegelijk is de vrijheid om wetten te maken sterk beperkt door tal van internationale verdragen en nieuwe spelregels van de Europese Unie. Ook daar heb ik geen probleem mee. Veel moeilijker is het dat het al lang niet meer gaat om de regels zelf, maar om nieuwe en in veel gevallen steeds verdergaande interpretaties van die regels. Dat beperkt in toenemende mate de bandbreedte van de parlementaire autonomie.
Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen stelde eerder deze week een wetsontwerp voor om de toegang tot sociale media te verbieden voor kinderen onder de dertien. Je zou denken dat zoiets door het Vlaams Parlement of eventueel de Kamer wordt beslist.
De Roover: Het debat over de Europese en nationale bevoegdheden is springlevend. Er is een evolutie waarbij de nationale parlementen aan macht inboeten. Je zou denken dat in een parlementaire democratie – zo noemen we onze staatsvorm toch – het parlement de primus inter pares is van de politieke machten. Het is namelijk de meest democratische macht: onze leden worden rechtstreeks verkozen door de burgers van het land. Toch spoort dat niet meer met de realiteit. Het parlement is verworden tot het kneusje van de politiek. Er zit te veel zand in het raderwerk van de politieke besluitvorming. En het parlement heeft het meest aan invloed ingeboet, niet de regering of de wetgevende macht.
Is dat een persoonlijke klacht na twaalf jaar lidmaatschap van de Kamer van Volksvertegenwoordigers?
De Roover: Het is een frustratie die bij zowat elk zichzelf respecterend parlementslid leeft. De wetgevende macht verliest pluimen en dat vind ik geen goede zaak. Dat zie je ook aan de manier hoe – helaas – steeds meer parlementsleden naar zichzelf kijken. Op knack.be stond het voorbeeld van Thijs Verbeurgt van Vooruit, die amper een paar weken nadat hij was aangesteld tot fractieleider in het Vlaams Parlement, ontslag neemt en promoveert tot kabinetschef. Ik gebruik bewust het woord: promoveert.
Je ziet het bij alle partijen. Tijdens de vorige regeerperiode nam Jessika Soors (Groen) al na een paar maanden na haar eedaflegging ontslag om politiek directeur en woordvoerder te worden van Sarah Schlitz (Ecolo), toenmalige staatssecretaris voor Gendergelijkheid, Gelijke Kansen en Diversiteit. Te veel parlementsleden zien het parlement als een wachtkamer voor andere dingen.
Ex-ministers vinden het vaak een degradatie als ze weer naar het parlement 'moeten'.
De Roover: Dus denk ik: laten we tot een parlement komen met sterkere figuren, die toegewijd zijn aan hun taak als parlementslid. Een uitstekend voorbeeld is de Amerikaanse Senaat. Elke staat levert welgeteld twee senatoren, en zowel de Republikeinen als de Democraten tellen gezaghebbende figuren in hun rangen die vanuit het Capitool een wezenlijke invloed uitoefenen op de Amerikaanse politiek.
De macht en invloed van die leidende senatoren is groter dan die van de meeste uitvoerende functies in de regering. Ik zou ook graag bij ons zien dat meer parlementsleden hun werk hier als de voltooiing van hun carrière zien, en niet meer als een noodzakelijke stap in de opbouw van hun loopbaan.
U wilt meer Ted Kennedy's of John Mc Cains in het Paleis der Natie?
De Roover: Ik wil meer parlementsleden die vanuit de Kamer een belangrijke inbreng hebben in de politieke en maatschappelijke debatten die er toe doen, ja.
Daarom zie ik mijn voorstel 'minder parlementsleden' vooral niet als een besparing. Het zal wel tegen de wind in plassen zijn, maar onze parlementsleden moeten beter ondersteund worden dan vandaag. In ons land hebben de meest parlementsleden hooguit één medewerker, die ze vaak moeten delen met hun collega's. Zo'n parlementslid staat dan tegenover al die goed bemande kabinetten en administraties.
In een kleinere maar betere Kamer krijg je parlementsleden die de bal in het doel moeten trappen, en niet meer het hele dossier van A tot Z zelf moeten uitvlooien. Daarvoor kunnen ze dan rekenen op hun medewerkers.
Sinds de bestuurscultuur van de paarse jaren, nu toch al zo'n twintig jaar geleden, vinden we het bijna normaal dat de partijhoofdkwartieren voor zichzelf mensen én financiële middelen inpikken die eigenlijk de parlementsleden toekomen. Dat maakt de partijvoorzitters en hun entourage alleen maar sterker. Ook omdat ze de toegang tot de media voor zichzelf reserveren en de media natuurlijk graag focussen op 'bekende namen'. Het is een systeem dat zichzelf versterkt.
De Roover: Ik ben blij dat u het zegt. Met degelijk parlement werk alleen is het aartsmoeilijk om de media te halen. Kijk, ik ben geen tegenstander van enige particratie. Partijen geven de kiezers houvast. Stel je voor dat elk parlementslid gewoon zijn eigen zin doet. Dan wordt het als kiezer heel moeilijk om je stem nog te controleren. Politiek is een ploegsport. Maar binnen die ploeg zullen de parlementsleden een zwaardere stem hebben als ze met minder zijn, maar wel meer te zegen hebben.
En uiteindelijk, hoop ik, krijg je een nieuwe dynamiek. Vandaag zijn parlementsleden vooral loyaal aan hun eigen partij, en vanuit dat perspectief doen ze aan politiek. In een sterkere Kamer krijg je automatisch meer trots en gehechtheid aan de eigen instelling. Dan kan de Kamer zo nodig collectief de rug rechten in haar relaties met de andere machten en krachten in dit land. Een weerbaar parlement: het kan de democratie maar versterken.
Walter Pauli
Knack, 17 september 2026
- Login om te reageren