Peter De Roover: ‘Ik ga liever naar de kiezer dan hem in het gezicht te spuwen’

Peter De Roover: ‘Ik ga liever naar de kiezer dan hem in het gezicht te spuwen’

Interviewreeks: wat na de crisis?

 

De huidige coronacrisis is du jamais vu en zal wellicht de geschiedenisboeken ingaan als de zwaarste economische en sociale schok die de wereld sinds de Tweede Wereldoorlog te verwerken kreeg. Vandaag is het nog alle hens aan dek om de schade zoveel mogelijk te beperken en om zoveel mogelijk levens te redden, maar wat staat ons binnen enkele maanden te wachten? En hoe wil de politiek, eens die opnieuw aan de knoppen zit, ons land dan opnieuw op de rails krijgen?


Doorbraak interviewt vijf weken lang vijf toppolitici over de lessen die ze uit deze crisis trekken, én over hun maatschappelijke en politieke toekomstvisie. Vandaag: Peter De Roover, N-VA-fractieleider in de Kamer. Volgende week (slot): Björn Rzoska (Groen).

VRAAG: Wat zijn de belangrijkste lessen die deze coronacrisis u als politicus geleerd heeft?

ANTWOORD: ‘Nogal wat. Om te beginnen dat ook experts in hun vakgebied de facto heel vaak aan politiek doen. Ook zij gaan ervan uit dat je de volle waarheid soms beter verknipt en in stukjes naar buiten kan brengen. Toen ze de bevolking aanvankelijk afraadden om mondmaskers te dragen, was de voornaamste reden daarvoor dat er gewoonweg een tekort aan mondmaskers was. Experts die zich laten gebruiken om eerst te beweren dat een mondmasker zinloos is en enkele weken later plots iedereen aanbevelen om wél een mondmasker te dragen, ondergraven hun eigen geloofwaardigheid.’

‘Nu, ik wil mild blijven. Ook zij hebben tijdens deze pandemie een leerproces moeten doormaken, maar laat ons daar ook dan ook heel duidelijk en eerlijk over zijn. Het is niet omdat een expert iets beweert dat dit ook in marmer moet worden gebeiteld.’

Bescheiden politici

V: Maar wat dan met de rol van de politici in dit verhaal?

A: ‘We kregen af te rekenen met experts in diverse vakgebieden waarvan de aanbevelingen soms botsen. Onvermijdelijk gaat de keuze van politici dan ook altijd wel ergens tegen een expert in. Mensen willen graag zekerheid, ook als die er niet is. Ze kijken daarvoor naar politici, zeker in crisistijden. Ik denk dat je je ook als politicus in deze omstandigheden heel bescheiden moet durven opstellen, en toegeven dat je zelf ook aan het zoeken en tasten bent.’

V: Kan een politicus zich dit veroorloven?

A: ‘Daar leg je de vinger op de wonde: kan de publieke opinie die harde waarheid aan? Als we binnenkort op deze crisis terugblikken, zullen we absoluut een onderscheid moeten maken tussen enerzijds de verkeerde beslissingen die deel uitmaakten van een leerproces en anderzijds de échte fouten en blunders.’

V: Dat leerproces zal er wellicht voor zorgen dat er ook de komende maanden nog heel wat beslissingen genomen worden op basis van soms bijzonder wankele uitgangspunten. Dit lijkt me slecht nieuws voor de nu al beperkte geloofwaardigheid van de politiek?

A: ‘De politiek hoort doordrongen te zijn van veel meer bescheidenheid. Terwijl het adagio tot vandaag tot nog altijd grotendeels luidt: “Wij zullen het voor u oplossen.” Dit is natuurlijk het verhaal dat politici zelf altijd graag ophingen, maar het verklaart ook de boosheid van vele kiezers. De kiezer is boos om vele redenen, maar een van de belangrijkste is toch dat politici te veel beloftes doen die ze gewoon niet kunnen nakomen.’

Zelfredzaamheid

‘Dat de politiek de voorbije weken niet meteen de beste beurt gemaakt heeft, is duidelijk, en mijn suggestie aan politici is dan ook: wees eerlijker. Wek niet de indruk dat het onze taak is om de mensen gelukkig te maken. Ik denk dat het een goede zaak zou zijn dat we ons als politici enigszins terugtrekken, veel minder beloftes doen en ons op de basistaken concentreren. Misschien kunnen we die beloftes dan wél nakomen. Ik ben voorstander van een zelfstandig Vlaanderen, maar ook van zoveel mogelijk zelfredzaamheid. Ik geloof niet in de overheid als gelukkigmaker, terwijl de politiek wel de gedachte voedt dat de overheid alles kan oplossen.’

V: Vandaag horen we vooral ter linkerzijde nochtans een duidelijk pleidooi voor méér overheid na deze crisis?

A: ‘Ik stel dat samen met u vast, maar de voorbije weken is toch wel duidelijk geworden dat de overheid niet zo’n betrouwbare partner is om op terug te vallen. We wachten nog altijd op voldoende mondmaskers. In dit land wantrouwt de burger de overheid en de overheid wantrouwt de burger, en dit vertaalt zich in een gigantisch complexe regelgeving. Ik pleit ervoor om net meer vertrouwen te schenken aan de burger, maar daar hangt uiteraard ook een grotere verantwoordelijkheid van die burger mee samen. Als burger moet je in eerste instantie op jezelf en je netwerk vertrouwen.’

‘In dit land zijn we — onder invloed van de individualisering — de voorbije jaren almaar meer aan de overheid gaan uitbesteden wat we vroeger in vrienden- of familiale kring organiseerden. Van kinderopvang tot bejaardenhulp. De natuurlijke solidariteit hebben we min of meer omgezet in belastingen. Ook ik vind een stevige sociale zekerheid belangrijk, maar ik vrees dat we daar in dit land wat in doorgeschoten zijn: we betalen heel veel belastingen, en verwachten dat de overheid in ruil daarvoor alles voor ons organiseert. Dat is geen goede trend.

V: Wat is de grootste systeemfout die deze crisis heeft blootgelegd?

A: De structuur België, zonder meer. In normale omstandigheden is die al hinderlijk, in crisistijd zijn de huidige bevoegdheidsverdeling en het gebrek aan leiderschap dat hieruit voortvloeit manifest ongeschikt om snel en adequaat te reageren.

‘Huidig status quo werkt niet’

V: U kent het antwoord dat heel wat politieke tegenstanders van uw partij hierop zullen geven: herfederaliseer aan aantal bevoegdheden die de voorbije decennia naar de deelstaten zijn verhuisd.

A: ‘Kijk, we kunnen na enkele tientallen jaren verschuiven richting deelstaten nu nog eens enkele tientallen jaren herverschuiven richting federale overheid, maar daarmee raken we dus geen stap verder. De enige échte oplossing ligt in maximaal één belangrijke overheid tussen enerzijds het lokale niveau en anderzijds het Europese niveau.’

‘Ik kies dan uiteraard voor het Vlaamse niveau, maar ook zij die opteren voor het Belgische niveau delen minstens toch mijn analyse dat de huidige staatsstructuur niet werkt. Hoe langer ik in het parlement zetel, hoe meer ik daarvan overtuigd raak. Ik zie bij sommigen inderdaad ook een hernieuwd belgicisme ontstaan, vanuit hetzelfde gevoel dat het huidige status quo niet werkt. Alleen houdt dit hernieuwde belgicisme helemaal geen rekening houdt met minstens één essentieel feit, in casu een totaal verschillende politieke realiteit in het noorden en het zuiden van het land.’

Efficiëntiewinst

V: Uw partij toonde zich voor deze crisis al een pleitbezorger van een efficiëntere en bij voorkeur ook goedkopere gezondheidszorg. Hoe hard en consequent wil N-VA na deze pandemie op die nagel blijven kloppen?

A: ‘Kijk, de overheid bedeelt zich vandaag in dit land zoveel taken toe dat ze haar basistaken niet meer aankan. Ze is disfunctioneel, bijvoorbeeld op vlak van justitie maar dus ook in de gezondheidszorg. Terwijl dat me nu wel een basistaak lijkt.

‘Ik ben ervan overtuigd dat we met een efficiëntere aanpak evenveel gezondheidszorg kunnen blijven aanbieden. Als de overheid een dergelijke miljardenpot beheert, is het haast onvermijdelijk dat er door ondoelmatigheden in het systeem een bepaald percentage van dat geld wegsijpelt. Die miljardenpot is immers ook een honingpot, en daar zwermt dus heel veel volk rond. Het idee dat elke euro die we extra investeren in gezondheidszorg ook tot een betere zorg leidt, klopt niet. We moeten niet aan de gezondheidszorg prutsen, we moeten ze wel een stuk efficiënter maken.‘

V: Maakt u die efficiëntiewinsten eens wat concreter?

A: ‘Neem nu de uitgaven voor mensen die arbeidsongeschikt worden bevonden en daarna op een ziekte-uitkering terugvallen. De uitgaven daarvoor gaan in stijgende lijn, maar wij denken dat het rigide zwart-witsysteem — je kan werken of je kan niet werken — totaal achterhaald is. Het is niet omdat je niet langer geschikt bent om een welbepaalde job uit te voeren, dat je helemaal niet meer kan werken. We moeten die rigiditeit doorbreken en onze systemen minder binair maken, waardoor heel wat mensen minstens gedeeltelijk opnieuw hun weg naar de arbeidsmarkt zullen vinden.’

‘Ook de voorbije weken botsten we overigens al op diezelfde rigiditeit: een technisch werkloze die graag een handje wilde toesteken op het veld, dreigde daardoor meteen zijn hele uitkering te verliezen. Waardoor we nu de vraag krijgen om hier opnieuw Oost-Europese landarbeiders toe te laten. Dit is toch te gek voor woorden? We zitten in dit land nog veel te veel in een systeem waarbij deactivering wordt ondersteund in plaats van activering te stimuleren. Terwijl zo’n activering net tot heel wat besparingen in de sociale zekerheid kan leiden, nog los van de gezondheidsbonus daarvan.’

Verankering strategische sectoren

V: Corona legde ook de vinger op een andere wonde: we zijn in Europa sociaal én economisch heel kwetsbaar geworden omdat we zelfs in basissectoren volledig afhankelijk zijn geworden van de China’s van deze wereld. Tijd voor minder globalisering en meer economische verankering?

A: ‘Dat we er niet slecht aan zouden doen om een aantal strategische sectoren hier sterker te verankeren, dat beweren wij al vele jaren. Daar komt evenwel bovenop dat wij — als consumenten — ook echt verslaafd zijn geraakt aan die globalisering, en dat we die niet zomaar eventjes kunnen terugschroeven.’

‘Maar we moeten ook eerlijk zijn: een groot gedeelte van die globalisering steunt eerder op een vervalsing dan een op werking van de markt. We moeten nu concurreren met mensen en landen die in heel andere omstandigheden veel goedkoper kunnen produceren, waardoor ze onze bedrijven uit de markt prijzen. Met andere woorden: die concurrentie voldoet niét aan een aantal marktvoorwaarden.’

‘Ook hier pleit ik opnieuw tegen het zwart-witdenken: we gaan dit niet zomaar snel even kunnen keren, na afloop van deze crisis. Net omdat we ook allemaal verslingerd zijn geraakt aan die goedkope wegwerpproducten die de globalisering ons oplevert. Tegelijk zie ik hier wel degelijk een rol weggelegd voor de politiek: we kunnen geleidelijk een aantal aanpassingen doorvoeren die het korteketenmodel stimuleren. Ik geloof niet in het idee dat alles plots anders wordt na deze crisis — de meeste mensen zouden dat overigens ook niet willen — maar er moet wel plaats zijn voor een aantal verstandige graduele aanpassingen en correcties. Eerder de beweging dan de breuk dus.’

V: U lijkt op dat vlak het politieke momentum wel tegen te hebben: de luidste roepers hebben vandaag de wind in de zeilen?

A: (droog) De revolutie zorgt vooral voor dode mensen. En vreet op termijn ook haar eigen kinderen op. Ik geloof niet in roepers in de politiek.

Wijdbeens op twee paarden

V: Intussen wordt ook de N-VA stilaan tot het politieke establishment gerekend, waardoor uw partij wel eens stevig in de klappen zou kunnen delen als de afrekening van deze crisis ooit in het stemhokje wordt gemaakt?

A: ‘Tja, we zitten vandaag natuurlijk wijdbeens gespreid op twee paarden: we hebben deze regering niet gesteund, maar hebben wel ons fiat gegeven voor de volmachten. We stellen ons federaal constructief-kritisch op, terwijl we op Vlaams niveau wél in de regering zitten. Dat is voor een groot deel van de publieke opinie behoorlijk ingewikkeld: enerzijds willen we mee de verantwoordelijkheid opnemen, anderzijds blijven we ook systeem kritisch. Tegelijk is dit nu eenmaal ook de unieke positie van onze partij in dit land. Ik voel mee daar niet zo slecht bij, maar het valt niet altijd zo vlot uit te leggen, dat klopt.’

V: En dus zou Vlaams Belang wel eens de grote winnaar kunnen worden?

A: ‘Ik denk niet dat het Vlaams Belang nu spontaan gepercipieerd wordt als de partij die de gezondheidscrisis goed zou aanpakken. Ik vrees daarentegen wél dat een verder uitstel van de economische heropstart die partij vleugels zou kunnen geven. Eén maand zonder inkomen, dat lukt voor de meeste mensen nog, maar twee of drie maanden in deze situatie zal ongetwijfeld zwaar inhakken op de middenklasse. En een gefrustreerde middenklasse is altijd al een vruchtbare voedingsbodem gebleken voor extreemrechts.’

‘Een snelle economische doorstart is nu zonder meer een must, anders dreigt de Lock down een knockdown te worden. En let wel: ook daar zullen we op gezondheidsvlak een zeer hoge prijs voor betalen. De heropstart van de economie is echt wel een daad van solidariteit, en dat zou links toch ook moeten beseffen. Ironisch genoeg is het risico niet denkbeeldig dat die linkerzijde — door nu op de economische rem te gaan staan — het bedje zal spreiden voor extreemrechts, als de middenklasse door zo’n economische knockdown stevige klappen moet incasseren.’

V: Laat ons nog even vooruitblikken: hoe diep zijn de wonden nog, na wat er in het weekeind van 15 maart is gebeurd?

A: ‘Die wonden waren daarvoor al behoorlijk diep, maar er is toen echt een smerig spelletje gespeeld. Wij wilden onze verantwoordelijkheid opnemen in een regering zonder een volwaardig programma, dat is niet zo evident. Maar blijkbaar was alles beter dan de N-VA mee te nemen in de regering, en vandaag blijkt almaar duidelijker dat de huidige aanpak niet werkt.’

‘Zelfs bij de linkse partijen begint het besef nu stilaan door te dringen dat ze het vertrouwen hebben gegeven aan een regering met volmachten die geen links maar een uitgesproken grijs profiel heeft. En bovendien zijn die regeringspartijen de voorbije maanden ook niet bepaald meer naar elkaar toegegroeid. Dus rijst almaar meer de vraag: Et maintenant?‘

Politieke impasse

V: Wordt het omgekeerde dan nu plots wel mogelijk? Of stevenen we finaal toch op verkiezingen af?

A: ‘In een democratie moeten verkiezingen sowieso altijd een optie zijn. Dat gezegd zijnde: we zijn bereid en beschikbaar om onze verantwoordelijkheid op te nemen, maar je kan niet verwachten dat wij in een regering zullen stappen om het PS-programma uit te voeren. Als men ons de keuze geeft om naar de kiezer te gaan of hem in het gezicht te spuwen, dan ga ik liever naar de kiezer.’

‘Dit houdt voor ons ook een zeker risico in, dat besef ik, maar het is aan ons om die kiezer ook te overtuigen. En misschien moet die kiezer ook maar eens beseffen dat het net de verzwakking van de N-VA is die er na de vorige verkiezingen voor gezorgd heeft dat de PS nu opnieuw in het midden van het bed ligt.’

V: Je kan van de PS bezwaarlijk verwachten dat ze in een regering stapt die enkel rechtse recepten op tafel tovert. Hoe raken we dan ooit nog uit de impasse?

A: ‘Door een regering op de been te brengen die de mogelijkheid biedt om zowel de rechtse Vlaamse kiezer als de linkse Waalse kiezer deels te bedienen. Maar goed, ik kan het niet voldoende herhalen: we zitten in dit land in een totaal disfunctioneel systeem, en dus zal het ook met zo’n regering altijd aanmodderen blijven.’

 

Interview verschenen op Doorbraak op 2 mei 2020.
 

Labels