Over Roger en die andere Vlaming

Over Roger en die andere Vlaming

 

Mijn poging om een politiekloze zondagsmijmering neer te tikken lukte me bijna. Bijna...

Gisteren begon de lente. Gewezen leraar aardrijkskunde zijnde, laat ik de kans niet schieten om even in herinnering te brengen/uit te leggen (schrappen wat u niet past) wat dat begin van de lente dan wel mag betekenen. Ziehier: op die eerste lentedag staat de zon loodrecht boven de evenaar en duren de dagen op de hele wereld net even lang als de nachten, uiteraard twee keer 12 uur. Het etmaal daarna blijft het langer licht dan donker op het noordelijk halfrond en omgekeerd op het zuidelijke, terwijl het op de evenaar gewoon het hele jaar 12/12 blijft. Wanneer de zomer begint, keert de zon weer en vandaar dat we de plaats waar ze die dag loodrecht staat, een keerkring noemen. En voor de liefhebbers van uitersten: vandaag komt de zon op aan de noordpool om binnen zes maanden weer onder te gaan. Ijsberen die van een mooie zonsopgang houden; dat was vanochtend. Pinguïns die de romantiek van de zonsondergang wel kunnen smaken; die hebben het voor dit jaar ook alweer gehad.

Even googlen leert dat de zon dit jaar op 17 maart 11.59uur boven de horizon uitkwam en op 18 maart 12.03uur. Tussen bovenverhaalde theorie en de beleefde praktijk gaapt dus een kloofje van amper twee dagen. Knap, meestal zit er meer ruimte tussen wat hoort en wat daadwerkelijk gebeurt. Maar goed, we gaan het dit keer niet over politiek hebben. Dat biedt wel de kans om het over heiligen te hebben.

Over Sint-Jozef bijvoorbeeld want die vierden we eergisteren. Wat een drukke week toch alweer. Gisteren kreeg ik van zoonlief een appje met een ‘gelukkige vaderdag’-wens en verontschuldigingen omdat die een dag te laat kwam. Verklaart onze Antwerps-Kempische achtergrond die koppige keuze voor 19 maart als vaderdag? In de rest van het land valt die op de tweede zondag van juni, naar het schijnt. Doen wij dus nadrukkelijk niet aan mee. Laten we die eer toch aan Sint-Jozef die zich wellicht al niet zo geweldig voelde in zijn rol van voedstervader die het zowaar moest afleggen tegen een duif. Gun hem dan tenminste deze eer.

Mijn vader zaliger ving twee vliegen in één klap op 19 maart aangezien moemoe en vava hem Jozef hadden gedoopt en de rest van de wereld hem Jos noemde. Even pauzeren voor volgende hier niet los van staande en er dus niet met de haren bij gesleurde anekdote. Leraar vroeg aan de klas van klein Joske, we schrijven beginjaren ’30, de huiselijke toestand op te schrijven. Joske noteerde benevens die rist andere namen van broers en zussen ook ‘Jan’. Leraar (die de familie in dat dorp best wel kende, ook zonder dat papiertje): “Hebben jullie ook een Jan thuis?” “Jaja”, zei kleine Jos, “maar wij noemen die Jeanne.” Tja, als Jos uitgesproken wordt als zjos, dan zal zjan ook wel geschreven worden als Jan zeker? Theorie en praktijk botsten ook op de lagere school in Beerse.

Terug naar 19 maart want die dag was het voor vader eigenlijk zelfs driemaal scheeprecht aangezien de Jozefklassieker werd betwist, Milaan-San Remo dus. Met vader zat ik, gekluisterd aan het scherm, elk jaar weer het gefriemel op de Poggio te volgen alsof ons persoonlijk wel en wee er bepaald werd. Dat was trouwens ook zo, want ik herinner me de euforie waarmee het avondmaal werd verorberd wanneer onze favoriet als eerste de streep had geslecht. De uitbarsting na die adembenemende laatste kilometers… Ik voel ze nog net als de tijdelijke maar diepe depressie wanneer de bloementuil in andere handen terecht kwam (wat eigenlijk meestal gebeurde).

Nu wordt het moeilijk om de politiek helemaal buiten beeld te houden want die favoriet heette niet toevallig Roger De Vlaeminck. Die familienaam deed het hem natuurlijk bij ons. Eddy Merckx stond symbool voor het opportunistische belgicisme, hetgeen een ondoordringbaar schot optrok tussen ons en de Kannibaal. Later ontdekte ik nog een ander verschil dat bevestigde waarom ik wellicht meer thuishoorde in dat De Vlaeminck-kamp. Merckx was een machine, buitenmaats, feilloos, ernstig, egaal, onbereikbaar; De Vlaeminck een mens, wispelturig, genialiteit koppelend aan gebrek, topprestaties aan falingen, ludiek, frivool, wispelturig. Ooit zei De Vlaeminck dat hij zich na enkele ritten in de Ronde van Frankrijk bij een spurt liet vallen om naar huis te kunnen, naar zijn Marleen. Het verhaal riep de romanticus in mij wakker en wel zo indringend dat ik het tot vandaag herinner.

Tja, Eddy bleef bij zijn Claudine en Roger en Marleen zijn al heel lang uit elkaar. Feilloos versus falend. Altijd doorzettend versus grillig. Door de jaren ben ik Merckx wel meer op prijs gaan stellen, zonder ooit maar in de buurt te komen van één van zijn talrijke kwaliteiten.

En dat vies-bruine Molteni-tenueke kon het al helemaal niet winnen van die Brooklyn-trui. Alain Mouton, beroepsmatig fervent wielerliefhebber en hobbygewijs Trends-redacteur, zette een Milaan-San Remo-foto op twitter uit 1976 met Merckx, De Vlaeminck en Freddy Maertens. Ze reden er zich het lentezweet uit de poriën niet beseffend dat je in de pokkenhete zomer die zou volgen maar naar een fiets moest kijken om het zoutwater over je rug te voelen stromen.

De Flandria-trui van Maertens roept ook herinneringen op want De Vlaeminck begon natuurlijk in dat shirt. In ruil voor Mars-wikkels konden we trouwens mits opleg zo’n truitje bestellen. Dat leidde tot een huiselijk conflict aangezien vader De Roover kledij met reclame op maar niks vond. “Daar moet je niet voor betalen; daar moeten ze je voor betalen”, was zijn overtuiging. Moeder De Roover was minder principieel aangelegd en dus koerste ik enkele weken later in rood-wit truitje uitgedost door de straten van Den Haan (het was toen, in mijn herinnering, permanent zomer). In 1976 was de Mars al wel verdwenen van Maertens' borst en rug.

Later ging De Vlaeminck dus de Italiaanse toer op, eerst bij Dreher later bij Brooklyn. Die ploeg droeg het mooiste truitje dat ooit wielrennersbasten tooide. Ik herschilderde mijn ‘coureurekes’ indertijd. Voor de Brooklyn-truitjes moest ik wel extra mijn best doen, een beetje Merckx-achtig, maar voor Roger had ik dat graag over. En het resultaat maakte me apetrots. Geniet mee op de foto. Enkele van die rennertjes dienen nu als bureau-ornament.

Die Amerikaans klinkende naam Brooklyn stond overigens voor Italiaanse kauwgom. Toen bestonden er nog grenzen en Italiaanse ‘tutterfrut’ drong niet door tot Vlaamse snoepwinkels. Maar eens zelf de Italiaanse grens doorstoken hebbend, pakte ik gretig naar zo’n reep die daar grijprijp in de winkel lag. Die kauwgom moest het zijn, geen andere. Mijn vader schatte de impact van reclame echt wel juist in.

Enfin, gisteren rolde Jasper Stuyen als eerste over de streep in San Remo. Vorig jaar deed Wout Van Aert hem dat voor. Mouton wist meteen te melden dat het van 1972/1973 geleden was dat twee verschillende landgenoten na elkaar de Jozefklassieker wonnen. Toen waren dat, jawel, Merckx en De Vlaeminck. Net als nu dus twee Vlamingen, want Eddy kwam uit Meensel-Kiezegem, uit Vlaanderen dus.

 

Zondagsmijmering verschenen op mijn Facebookpagina op 21 maart 2021.

Labels