Openingstoespraak 5e verjaardag FIRM
Geachte aanwezigen,
Namens de Kamer van Volksvertegenwoordigers heet ik u van harte welkom in het Paleis der Natie voor dit verjaardagsfeest. Het FIRM mag inmiddels vijf kaarsen uitblazen en het is mij een eer hier vandaag het voorprogramma te mogen verzorgen. Het is overigens een verstandige programmatie: wie mij vooraan plaatst, mag er doorgaans op rekenen – zo beweren kwatongen – dat de dag qua inhoudelijke kwaliteit een stijgend verloop zal kennen.
Het centrale thema vandaag luidt, dat zal u niet verbazen, “de mensenrechten”. Het is een begrip dat hoog op de politieke agenda staat – zo hoog zelfs dat het zelden nog ontbreekt in toespraken, regeerakkoorden of opiniestukken. Er zijn maar weinig politici die zich niet op “mensenrechten” beroepen. Sommigen doen dat uit overtuiging, anderen uit gewoonte, en nog anderen als een soort stopwoord, gezien het morele aureool dat het de gebruiker verleent.
Het is interessant en leerrijk om stil te staan bij de wortels van dit concept. We kunnen teruggaan naar de 18e eeuw, maar dan begeven we ons al snel meer op het terrein van de filosofie dan een politicus doorgaans wordt toevertrouwd. De grote internationale doorbraak kwam er na de Tweede Wereldoorlog met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Na de ongeziene barbarij van het nazisme formuleerde de internationale gemeenschap een normatief kompas dat richting moest geven aan het samenleven van volkeren. Het feit dat ook de Sovjet-Unie daaraan meewerkte, toont overigens aan hoe rekbaar de interpretaties toen al konden zijn.
De verdere juridische verankering op ons continent volgde met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de daarop gebaseerde rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Daarmee ontstond een afdwingbaar juridisch kader.
Burgers kregen de mogelijkheid hun eigen staat ter verantwoording te roepen. Historisch gezien was dat een revolutionaire stap. Opmerkelijk is bovendien de evolutie dat burgers zich vandaag niet alleen tegenover overheden kunnen beroepen op hun rechten maar in bepaalde gevallen ook tegenover andere burgers, wat het probleem opwerpt van de beknotting van de rechten van de ene ter vrijwaring van die van de andere.
Ook in ons land is een hele reeks instellingen, middenveldorganisaties en experts actief rond deze materie. Dat is op zich een teken van een levendige democratie, al blijken zij het soms onderling grondig oneens over de interpretatie van diezelfde mensenrechten.
Ik beschik hier slechts over vijf minuten spreektijd en wil die benutten om één kanttekening te formuleren die soms wordt vergeten.
Staan de mensenrechten in dit land of in Europa werkelijk zwaar onder druk, zoals menig opiniestuk suggereert? Ik meen van niet, dat het best meevalt. Het fundamentele idee dat elke mens een onaantastbare waardigheid bezit, wordt in onze samenleving breed gedragen.
De grootste uitdaging ligt naar mijn mening elders. Zij vloeit voort uit het feit dat de teksten waarin die rechten zijn verankerd nauwelijks wijzigbaar zijn, terwijl samenleving en wereld in snel tempo veranderen. Zo ontstaat een interpretatiedebat dat bijvoorbeeld ook in de Verenigde Staten levendig is bij de lezing van de Grondwet door het Amerikaanse Hooggerechtshof en wrijving kan oproepen tussen maatschappelijke draagkracht en rechterlijke interpretaties.
Vaak worden mensenrechten ruim geïnterpreteerd, waardoor de bandbreedte waarbinnen de politiek kan optreden aanzienlijk wordt ingeperkt. Maar rechten bestaan niet in een vacuüm. Zij veronderstellen ook plichten, grenzen en een democratische context waarin belangen tegen elkaar worden afgewogen.
Wanneer sommige actoren beleidskeuzes die hun niet zinnen al te gemakkelijk framen als een “schending van mensenrechten”, dreigt het begrip te inflateren. En wat inflatie doet met geld, doet ze ook met waarden: ze holt ze uit.
We moeten niet zelfgenoegzaam zijn maar wanneer we rond ons kijken in de wereld, mogen we best enige trots koesteren over onze westerse rechtstaten. In veel delen van de wereld gelden deze evidenties immers niet. Gelukkig leven wij niet in een van de vele regio’s waar – al dan niet religieus geïnspireerd – obscurantisme en autocratische regimes het dagelijkse leven bepalen, waar rechten van vrouwen systematisch worden beknot, waar politieke dissidenten verdwijnen in gevangenissen en waar verkiezingen niet meer zijn dan schijnvertoningen.
Ik denk daarbij nu uiteraard in het bijzonder aan Iran en aan de moedige burgers die de voorbije jaren hun vrijheid en zelfs hun leven op het spel hebben gezet om zich te verzetten tegen hun perfide theocratische dictatuur. Hun strijd herinnert ons eraan dat mensenrechten – en in dit geval gaat het over onmiskenbare, zware schendingen – geen abstract academisch concept zijn maar een existentiële realiteit. Het zijn rechten waarvoor mensen op straat komen, waarvoor zij gevangenis en geweld trotseren.
Moge uw instituut een bondgenoot blijven bij het bewaken van de grenzen binnen een maatschappelijk gedragen evenwicht tussen de klassieke machten van ons staatsbestel. Dat ik als voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers daarbij graag het belang van de rol van de wetgevende macht onder de aandacht breng, zult u mij ongetwijfeld niet euvel duiden.
Ik wens u een boeiende dag van reflectie.
- Login om te reageren