Mijmeringen op de dag dat België geen wereldkampioen werd

Mijmeringen op de dag dat België geen wereldkampioen werd

Over Zijn en Schijn

 Dat hebben we op het wereldkampioenschap voetbal alvast geleerd: nationalisme is, ook in onverwachte kringen, bon ton in dit land. Maar de kloof tussen Zijn en Schijn speelt ons wel parten.

Benieuwd wie vanavond met de beker naar huis – Berlijn of Buenos Aires – vertrekt. Brussel zal het alvast niet worden al groeide het wereldkampioenschap voetbal bij ons uit tot een mega-evenement.  Na jarenlang Rode Duivelgekwakkel trad er eindelijk nog eens een talentrijke generatie in het strijdperk en de verwachtingen waren (te) hoog gespannen.

 

Voor de meesten was het een feest, voor de liefhebbers van het genre een voetbalfeest. Maar voor anderen mocht of kon voetbal geen voetbal zijn, noch voor veel Vlaams-nationalisten, noch voor talrijke belgicisten. Over één ding waren die het deze weken met elkaar eens: het zwart-geel-rood, in welke volgorde ook opgehangen, was geen sportieve clubvlag maar – en toen werden ze het oneens – het symbool van deze vermaledijde strook Europa waar de normale democratische wetmatigheden niet fatsoenlijk werken respectievelijk het kenteken van een heroplevende en hoopgevende belgitude.

 

Tegen de stelling dat we getuige zijn van een heropflakkerend België-gevoel kan worden ingebracht dat we dan ook moeten vermoeden dat die talloze Jupilervlaggen wijzen op een structureel alcoholprobleem in dit land. In welk ander land hangen zoveel mensen ongegeneerd vlaggen van een biermerk uit het venster?

 

De uitschakeling van de Red Devils (we blijven graag communautair neutraal) deed het debat niet uitdrogen. Het bleef bijdragen regenen over de sfeer van verbondenheid, samenhorigheid, groepsgebonden geestdrift, #tousensemble en de diepere betekenis daarvan. De maatschappelijk-politieke polemiek stelde die over de tactische talenten van bondscoach Marc Wilmots in de schaduw. Bij het thema Rode Duivels ruimt het sportieve aspect nu helemaal plaats voor de politiek. Zo gaat dat blijkbaar in België.

 

Boeiende vaststelling bij dat alles: groepssamenhorigheid rond nationale symboliek bejubelen is weer helemaal bon ton in dit land, ook bij mensen die we doorgaans kennen als virulente tegenstanders van elke vorm van Vlaams-nationalisme. Nochtans bestaat er maar één term die past bij het stimuleren van groepssamenhorigheid rond nationale symboliek, in dit geval de Red Devils, namelijk ‘nationalisme’.

 

Blijkbaar zit het bij het begrip Vlaams-nationalisme voor vele commentatoren niet fout bij het onderdeel ‘nationalisme’ maar bij het onderdeel ‘Vlaams’. Waar het Belgische nationalisme (dat zich haast nooit zo noemt) zich met succes een imago aanmeet van geestdrift, feest, openheid en samenhorigheid, zou de Vlaamse variant staan voor bekrompenheid, verdeling en zurigheid. Dekt die framing een realiteit?

 


Zouden de progressieve ophemelaars van de geslaagde diversiteit van de Rode Duivels dan echt niet beseffen hoe ‘neoliberaal’ het sportmodel is?


 

Tja, Zijn en Schijn gaan niet altijd als vriendjes door het leven. Neem nu de oproep om voetbal te gebruiken als inspiratiebron voor de uitbouw van onze samenleving. Zouden de progressieve ophemelaars van het reddevilmodel dan echt niet beseffen hoe ‘neoliberaal’ sport is? Ik verwijs graag naar het korte stukje Voetbal is niet groen.

 

Schoonselhof

 

Wie vrijdag op het Antwerpse Schoonselhof de bloemhulde voor 11 juli bijwoonde, kon vaststellen hoe vals die tegenstelling tussen inclusief belgicisme en uitsluitend Vlaams-nationalisme in feite is. De Vlaams-nationale partij N-VA is de belangrijkste bestuurspartij in Antwerpen en dus mogen we aannemen dat die partij wel een vingertje in de pap te brokkelen had bij de organisatie van deze bloemenhulde op 11 juli.

 

Naast burgemeester Bart De Wever namen drie Antwerpenaren het woord. De aanwezigen moesten in afwachting van de receptie geen vervelend nummertje gemeenplaatsen doorstaan.

 

Bülent Özturk, de regisseur die de prijs voor de beste kortfilm in Venetië won vorig jaar, kwam als student in Vlaanderen terecht. Hij bracht een sfeervolle en gevoelige getuigenis over zijn jeugd in Koerdisch Turkije en legde de koppeling naar zijn nieuwe thuis, Antwerpen en Vlaanderen. Sihame el Kaouakibi van Lets Go Urban zag het levenslicht in Boom en is vandaag een ondernemende Vlaamse met Marokkaanse wortels die er voor heeft gekozen de stier bij de horens te vatten en zo mee vorm geeft aan onze samenleving. Tussen beide Vlamingen-met-tintje deed Erwin Joos van het Eugeen Van Mieghemmuseum een boeiende greep uit de Vlaamse ontvoogdingsgeschiedenis, die de clichés oversteeg.    

 

Na Bart De Wever legden gouverneur Cathy Berx (CD&V) en districtsvoorzitter Zuhal Demir een krans neer. Zuhal, ook N-VA-kamerlid, plaatste die dag in Knack een zeer knap opiniestuk waarin ze uitlegt waarom 11 juli ook haar feest is.

 

De drie gastsprekers zijn geen N-VA’ers en noemen zich ook geen Vlaams-nationalisten. Maar hun getuigenissen stootten bij het publiek, in meerderheid wel behorend tot die club van zogenaamde bekrompen malcontenten, absoluut niet op afkeuring. In tegendeel, al lof wat de klok sloeg net zoals voor Zuhals opiniestuk.

 

Die onmiskenbare kloof tussen Zijn en Schijn is heel erg te betreuren maar we moeten er wel onze ogen voor open houden. Want de fout uitsluitend ‘bij de anderen’ leggen is toch net iets te gemakkelijk. Samenleven, groepsgebondenheid, samenhorigheid: het zijn kernelementen van ons Vlaamse verhaal. We mogen ze ons niet laten ontfutselen door de profeten van de nieuwe belgitude.

 

Het bijna voorbije wereldkampioenschap sloeg onze tegenstanders alvast één wapen uit de handen: ze kunnen nooit meer beweren dat nationalisme per definitie slecht is, want ze hebben er zich zelf met volle teugen aan gelaafd.

 

Geplaatst: zondag 13 juli 2014

 

FOTO: Brasil 2014

 

TIP: Dankzij internet kunnen wij ook veel mensen bereiken buiten de klassieke media om. Help daarbij en deel dit artikel. Gewoon op de knop hieronder drukken.

Labels