Kutcomputer

Kutcomputer

 

Pas nog was het ziedend heet en nu giert de zuidwester ongenadig door het zwerk als staan Lucifer en zijn trawanten al dagenlang op een uiensoepdieet. De geur blijft ons gelukkig bespaard; de macht van die helleclub is niet onbeperkt. Van feest naar tempeest in enkele dagen, zo gaat dat. Dit kortverhaaltje dateert van die voorbije periode toen we weer helemaal mee waren met het siësta-concept.

De dag was jong toen het gebeurde. De nog niet tot volle kracht gekomen belofte van een stralend etmaal goot de ochtend in de vorm van gelukzaligheid. Ons tuintje vormde het decor van het ontbijtritueel; van alles wat vakantie biedt wellicht het weldadigste.

Smeltende boter leek de grootste bedreiging die onze behaaglijke rust zou kunnen verstoren tot de buurman bewees hoe frêle dergelijke momenten zijn.

“Kutcomputer”, klonk het luid over de houten panelen die het mijne van het zijne scheiden. We schrokken op uit onze knusheid want buurmans harteschreeuw liet ons niet onberoerd. Niet alleen maakt een ontbijt in de ochtendzon mild en meelevend, bovendien wortelde zoals elk medevoelen ook dit in de kramp rond het hart die opkomt bij de akelige gedachte dat het jezelf zou overkomen.

Zijn computer deed het dus kennelijk niet. Computers hebben, zoals alle praktisch gerei, de bijzonder beroerde gewoonte het niet te doen wanneer je ze nodig hebt. Een laptop die dichtgeklapt op de tafelrand ligt en het niet doet, die doet het eigenlijk wel want wordt op dat moment geacht het niet te doen. Sterker nog: stel dat die zichzelf dan spontaan openklapt en begint te werken terwijl niemand daar enig manoeuvre toe ondernam, dan moet je eigenlijk zeggen dat die computer het niet meer doet. We willen er wel een beetje meester van blijven, vandaar dat ‘het doen’ betekent ‘doen wat wij willen dat hij doet’.

Het feit dat de buurman niet iets zei in de zin van “Wat nu? Hij doet het plots niet meer” maar koos voor het erg expliciete “kutcomputer” wees er, hem verder altijd als een bijzonder rustige man getaxeerd hebbend, sterk op dat het ding het geregeld laat afweten. En nu dus opnieuw. In zo’n situaties breek ook bij welopgevoede mensen wel eens het verzet tegen het vooraan verrijken van woorden met de naam van genitaliën.

Een voorval van een handvol etmalen eerder deed bovendien sterk vermoeden dat buurman niet treffend geduid wordt door de term ‘techneut’. We hoorden hem toen een bezoeker meedelen dat hij zich een nieuw mobieltje had aangeschaft. “En zit daar nu whatsapp op?”, vroeg de aangesprokene waaruit wij opmaakten dat buurman wellicht een zware kist op zijn anders onverslijtbare Nokia 3310 had laten vallen en op zoek naar vervanging de verleiding niet had kunnen weerstaan zich door een gewiekste stofzuigerverkoper, die toevallig in de telecombranche was terecht gekomen, in één ruk enkele technologiedecennia verder te laten katapulteren.

Het allervervelendste voorval met die haperende ‘kutcomputer’ kon de zon weliswaar niet van haar planning afbrengen maar deed in gedachte over ons beider tuintjes wolkjes drijven.

Dachten we...

want de klanken van zijn kutcomputer-vloek waren amper uitgestorven of hij liet er prompt en verbazend veerkrachtig “dan maar een bakje koffie” op volgen, aangevuld met een gezonde lach.

We keken elkaar verbluft aan. Zelfs in vakantietijden lijkt ons weinig ongerief erger dan een dienstweigerende computer - een verstopt toilet of gesloten ijsjeszaak daargelaten - terwijl buurman zichzelf in dergelijke situatie onverstoord trakteert op een kop koffie, bijzonder treffend ook wel bakje troost genoemd. Zou ‘s mans gelijkmoedigheid verband houden met het feit dat hij tot nu whatsapp-loos van het leven genoot?

Wie aan de voorzijde ons beider woningen bekijkt, zou uit dat zicht kunnen opmaken dat die mensen van plusminus gelijke sociale welstand huizen. Aan de tuinzijde ervoeren wij evenwel dat de andere kant van de palissade een weliswaar statistisch niet geregistreerde maar grote rijkdom herbergt; met name de weelde een computerfalen niet aan het hart te moeten laten komen.

(Het is zondag en ik hoor hiernaast, boven het geraas van de wind, het iele stemmetje van zijn kleinzoontje. Wat moet hij dan ook met een werkende computer? Ik ga koffie zetten.)

 

Tekst verschenen op Facebook op 23 augustus 2020.

Labels