Interview Peter De Roover (N-VA): “De Vlaming is geen chantagemiddel”

Interview Peter De Roover (N-VA): “De Vlaming is geen chantagemiddel”

 

Hoewel de N-VA bij de verkiezingen stevig verloor, bleef ze de grootste partijpolitieke formatie. Deze gebeurtenis roept evenwel vragen op, zoals welke richting de N-VA op lange termijn moet opgaan. En wat met het Vlaams Belang? ‘t Pallieterke legde deze vragen voor aan N-VA-fractieleider Peter De Roover. “Wij zijn een bestuurspartij en hebben de bedoeling om aan de macht deel te nemen. Partijen die deze ambitie niet hebben, zijn een hobbyclub”, klinkt het.

Hoewel de afwijzing van het Vlaams Belang door de N-VA door verschillende waarnemers, zoals Hendrik Vuye, meteen was voorspeld, was dat nieuws voor veel Vlaams-nationalisten een bittere pil. Dat de Vlaams Belang-oproep tot Vlaamse frontvorming geen gehoor kreeg, kon initieel op weinig bijval rekenen, ook al verklaarden zowel CD&V als Open Vld regelmatig vastberaden: “Nooit met het Vlaams Belang.”

“Zowel het afwijzen als niet-afwijzen was niet eenvoudig”, stelt De Roover. “De N-VA kijkt, in tegenstelling tot de andere partijen, naar de inhoud. Zo zouden de socialisten, ook al wil het Vlaams Belang morgen heel het sp.a-programma uitvoeren, niet met die partij samenwerken. Die houding nemen we niet aan, maar we zijn ook niet opgericht om het Belang te helpen. Zo stellen wij ons de vraag hoe we onze doelstellingen het beste kunnen verwezenlijken. Op dat vlak is het Belang voor ons een mogelijke partner.”

Een puur inhoudelijke aanpak, dus?

Ja, het enige wat voor ons telt is het regeerakkoord en de loyaliteit ten aanzien van dat regeerakkoord. We hebben, gelet op het signaal van verschillende kiezers, met het Vlaams Belang gepraat en dan stel je vast dat het Vlaams Belang misschien wel de makkelijkste partij zou zijn om een coalitie mee te vormen. Het idee om erbij te zijn volstaat bijna voor hen. Geeft men het Belang een wit blad, de aanwijzing om te tekenen en de mededeling dat wij het zouden invullen, zouden ze bijna ja zeggen.

En het argument van de linkerzijde, dat er regelmatig ‘onfrisse’ Facebookberichten opduiken?

Dat is het probleem van het Belang. Kunnen ze die mensen onder controle houden en kunnen ze het opgestelde regeerakkoord loyaal uitvoeren? Persoonlijk had ik wel eens graag gezien hoe ze dat probleem zouden aanpakken. Nu zit het Belang in een zetel en kunnen ze in dezelfde zin zowel schande spreken over het begrotingstekort als de te lage pensioenen. Zolang het Belang niet bestuurt, kan het – zoals Groen en de communisten – doen alsof er ergens een zakje goud ligt waar de andere partijen niet aan durven komen. Nu komt het Vlaams Belang daarmee weg, omdat men haar niet gaat beoordelen op basis van hetgeen ze doet in een regering.

Waarom niet samen met het Vlaams Belang een front vormen?

We waren niet van plan om de Vlaming als chantagemiddel te gebruiken. Ook dat, de noodzaak om een werkbare meerderheid te vinden, is democratie. En ja, het dogmatisme van CD&V en Open Vld is volgens mij een heel flauwe manier om aan politiek te doen.

Wat behoort federaal tot de mogelijkheden?

Er zijn er drie: een nieuwe poging om het record te breken (onbestuurbaarheid), een regering met een meerderheid (wat neerkomt op de PS- of N-VA-kiezer in zijn gezicht spuwen) of vaststellen dat dit een politiek onland is en dat er structurele oplossingen moeten komen. Dat laatste heeft onze voorkeur, uiteraard. Wel kan ik u voorspellen dat heel wat serieuze pennen de tweede optie zullen bepleiten en een regering bestaande uit N-VA en PS zullen steunen, los van de inhoud van het regeerakkoord dat daar de basis van zou vormen. Ook al vergeet men op die manier de verkiezingen, want onze kiezer vroeg ons niet om het PS-programma uit te voeren en omgekeerd is dat evengoed het geval, neem ik aan.

Heeft de N-VA wel voldoende partners? Om het zacht uit te drukken: het enthousiasme bij Open Vld en CD&V is uiterst miniem.

Bij Open Vld al zeker niet, gelet op hun sterke belgicistische stroming. Van de klassieke partijen hebben de christendemocraten nog het meeste affiniteit met het confederalisme, maar ook daar bestaat er tegenkanting. Dat valt te wijten aan emotioneel-dogmatische redenen: België moet niet alleen behouden blijven, maar de analyse van de N-VA mag en zal onder geen enkel beding worden bevestigd. Wij hebben immers hun lief, de kiezer, afgepakt en die persoon geef je – emotioneel gezien – natuurlijk geen gelijk. Had de N-VA nooit voor het confederalisme gepleit, dan zouden de traditionele partijen misschien zelfs zeggen: “Hé, zou dat confederalisme geen oplossing zijn?” (cynisch) We zullen in de komende maanden zien wat de brave Belgisch-gerichte partijen verkiezen: het vieze confederalisme, of de vieze onbestuurbaarheid. Ik voorspel u dat ze het confederalisme viezer gaan vinden dan onbestuurbaarheid.

En wat met een samenwerking met de PS om structurele hervormingen te verwezenlijken?

Als we zo de staat structureel kunnen hervormen, graag. Andere structurele hervormingen met PS lijken me heel onwaarschijnlijk. Om een groot staatsman (Kris Peeters, nvdr.) zijn woordgebruik te hanteren: een ‘business as usual’-regering met de PS vormen zou zeer onwijs zijn. De Zweedse regering kostte al bloed, zweet en tranen. In tegenstelling tot een eventuele regering met de PS moesten we dan nog niet eens iets tegen ons programma doen. Voor alle duidelijkheid: wij zijn een bestuurspartij en hebben de bedoeling om aan de macht deel te nemen. Partijen die deze ambitie niet hebben, zijn een hobbyclub, maar in tegenstelling tot de traditionele partijen blijft oppositie voor ons een optie.

Wat is op lange termijn de richting die de N-VA zou moeten uitgaan?

Ik ben zelf een conservatief, minstens om de anderen wat te provoceren. De benadering om op te passen voor de menselijke overmoed spreekt me aan. Met een lumineus idee afkomen en dat uitvoeren, werkt goed voor ingenieurs die een brug moeten bouwen, maar met betrekking tot mens en samenleving overtuigt het idee van die maakbaarheid, dat vermogen om alles en iedereen naar dat ene perfecte idee te kneden, mij absoluut niet. Sterker nog: in zekere zin verleen je de samenleving veel gunsten wanneer je ruimte geeft aan het maatschappelijk weefsel.

Moet de N-VA het conservatisme, naast het Vlaams-nationalisme en het economisch-liberalisme, niet meer promoten? Hoewel De Wever regelmatig over het conservatisme spreekt, lijkt het zich te beperken tot een soort intellectuele hobby.

Ik zou al willen dat er in elke partij een paar conservatieven zitten. ‘Conservatief’ dan wel in de betekenis van mensen die hun neiging om alles op te lossen met een nieuw wetje, kunnen beteugelen. Wel moet men, indien men zoals de N-VA een brede volkspartij wil zijn, verschillende snaren kunnen bespelen.

Wie moet zich in die volkspartij erkennen?

De 51ste Vlaming, om terug te grijpen naar de slogan die ik bij de VVB lanceerde. Dat is de gemiddelde Vlaming, iemand die niet al te veel revolutionaire dingen wil en op een aangename manier wil leven. Het kernwoord voor mij is zelfbestuur. Uiteraard in de klassieke betekenis (Vlaams zelfbestuur), maar ook in de betekenis van ‘de burger de mogelijkheid geven om zichzelf te kunnen ‘besturen’.’ Geef mensen zelfbestuur en creëer als overheid een omgeving waarin dat voor mensen mogelijk is. Uiteindelijk heb ik veel vertrouwen in de mogelijkheid van Jef en Angelique om hun eigen leven te organiseren.

Wat is de rol van het middenveld in dat verhaal?

Het middenveld hinkt hier op twee poten: een sympathieke (het verzamelen van mensen en het vormgeven aan de maatschappij) en een onsympathieke (als onderdeel van de politieke besluitvorming). Wij als partij worden gehinderd door die tweede, politieke poot. Ook al wint men verkiezing na verkiezing, in bepaalde gremia heeft de kiezer maar zeer indirect invloed. Net dat aspect van het middenveld speelt ons parten en tast misschien het beeld van de N-VA over het middenveld aan. Persoonlijk vind ik dat net de N-VA de partij van het levende middenveld moet zijn. Wie zit immers in dat middenveld? Vlaamse mensen die hun leven organiseren met anderen. Dát middenveld, niet het parlement, is Vlaanderen.

Mist uw partij geen organisaties die sympathiek staan ten opzichte van het N-VA-verhaal of het mee helpen ontwikkelen? Neem bijvoorbeeld de liberalen die met Liberales wel over organisaties beschikken waar ze hun ideologie kunnen ontwikkelen. Een (centrum)rechtse kiezer is meer verplicht om naar de politiek te staren.

Ik zie het probleem, maar moet N-VA satellietorganisaties gaan oprichten? Langs de andere kant vormen zulke ‘clubs’ wel de gist voor ideeën en zou het niet slecht zijn dat we er in Vlaanderen meer hadden. Persoonlijk kom ik zelf – met mijn achtergrond bij Doorbraak – uit zo’n ‘club’. Hetzelfde gaat op voor SCEPTR. Dit verhaal heeft ook nog een andere component. Persoonlijk – net omwille van bovenstaande bekommernis – schrijf ik graag. Wat doet de pers echter wanneer er nog maar een minuscuul verschil bestaat tussen N-VA’er A en N-VA’er B? Koppen drukken over vermeende existentiële crisissen. Een dergelijke aanpak is ronduit nefast.

Wat is volgens u de grootste bedreiging voor de N-VA?

Het in stand houden van het evenwicht. Zo is er sprake van een aantal grondstromen: de vrijemarkt-, de conservatieve, de Vlaams-nationalistische en de proteststroming. Tussen die grondstromen moeten we een evenwicht zien te bewaren. Een ander element waarvoor we moeten oppassen, is dat we ons basisverhaal kunnen blijven koppelen aan voldoende zin voor realisme en die brede middengroep aan Vlamingen blijven aanspreken. Kortom, de afweging tussen het bewaren van ons profiel en machtsdeelname.

Ter afsluiting: ik vermoed dat Jan Jambon dat profiel mag gaan bewaken?

Koppen doen er in de politiek inderdaad toe. Jan is iemand met zo’n profiel en hij heeft de mogelijkheid om een project te belichamen.

Was dat niet het probleem van de vorige Vlaamse regering? Bot gezegd: de Vlaamse regering was een goede boekhouder, maar het federale niveau ging met de aandacht lopen.

De meest sexy thema’s bevinden zich natuurlijk op het federale niveau. Daarnaast, wat voor de pers interessanter is, hadden we federaal een kibbelkabinet. Verder is Geert Bourgeois vooral een politicus van de inhoud, niet van de verpakking. Zoiets ligt moeilijker in onze samenleving.

 

Interview verschenen in 't Pallieterke op 28 augustus 2019. 

Labels