"Ik ontneem u nu het woord"

"Ik ontneem u nu het woord"

 

Gisteren beleefden wij bij de eerste zitting van het parlementaire jaar de totale afgang van een Kamervoorzitter die zich opstelde als handpop van een gênant Vivaldi-maneuver, uitgedokterd door 7 partijvoorzitters, waarvan 6 (zes!) geen Kamerlid zijn, om een formeel engagement in het parlement van mevrouw Wilmès te laten negeren. Hij stond met zijn mond vol tanden toen wij hem onverwacht confronteerden met het Kamerreglement en wist daar niets beter op te verzinnen dan zijn sprakeloosheid kunstmatig uit te breiden naar mij door mijn micro uit te schakelen. Graag informeer ik u daar uitgebreid over.

We beginnen bij het Kamerverslag:

“Le président: Conformément à l’avis de la Conférence des présidents du 16 septembre 2020, vous avez reçu un projet d'ordre du jour pour la séance d'aujourd'hui.

Overeenkomstig het advies van de Conferentie van voorzitters van 16 september 2020 hebt u een ontwerpagenda ontvangen voor de vergadering van vandaag.

Y a-t-il une observation à ce sujet? Zijn er dienaangaande opmerkingen?

03.01 Peter De Roover (N-VA): Mijnheer de voorzitter, u vraagt of er opmerkingen zijn over de agenda van vandaag.

Op basis van artikel 49 over betwistingen betreffende de orde van de werkzaamheden vraag ik het woord. U hebt net de agenda van vandaag voorgelezen, maar ik denk dat daar iets op mankeert op basis van artikel 41 van het Reglement dat het volgende zegt: "Op de agenda van de plenaire vergadering worden rechtstreeks geplaatst de regeringsverklaringen en - mededelingen."

Ik mag u opmerkzaam maken dat eerste minister Wilmès op 17 maart 2020 – u was toen ook aanwezig – het volgende heeft verklaard: "Bovendien zal ik uiterlijk over zes maanden opnieuw het vertrouwen van het Parlement vragen. Daardoor zullen wij het kader van de lopende zaken…"

Twee dagen later, bij het debat, heeft zij nog eens het volgende benadrukt: "De plus, je reviendrai au plus tard dans six mois pour redemander votre confiance."

Dat was geen detail, wel een mededeling van de regering naar aanleiding van het investituurdebat dat wij toen hebben gevoerd.

Dat is niet in dovemansoren gevallen, want meerdere collega-fractievoorzitters hebben daaraan gerefereerd. Het is voor hen zelfs een belangrijk element geweest om de regering toen het vertrouwen te geven. Collega Calvo gebruikte het woord "tijdelijk", collega Verherstraeten sprak over "zes maanden", enzovoort. De belangrijkste toenmalige toespraak werd gehouden door een collega-fractievoorzitter die intussen partijvoorzitter is geworden, die ik nu citeer: "Ook is het duidelijk dat mevrouw de eerste minister Sophie Wilmès erop heeft gewezen dat de huidige situatie voor zes maanden geldt. Daarna oordelen wij opnieuw over wat er moet gebeuren. Onze fractie zal de regering gedurende zes maanden het vertrouwen geven."

Als ik de woorden van mevrouw Wilmès goed lees, dan heeft zij op 17 maart laatstleden gezegd dat zij ten laatste binnen zes maanden een regeringsmededeling zou doen, een regeringsverklaring waarin zij het vertrouwen zou vragen. Dat had ze al eerder kunnen doen, maar vandaag is de laatste dag van die termijn van zes maanden.

Bij toepassing van artikel 41 meen ik dan ook dat wij nu mogen verwachten dat er een regeringsverklaring wordt afgelegd, met aangehecht een vraag tot versterking of bevestiging van het vertrouwen in haar ploeg.

Mijnheer de voorzitter, ook als hoeder van dit instituut, vraag ik u om dat artikel toe te passen en het initiatief te nemen om de agenda in die zin aan te passen.

De voorzitter: Mijnheer De Roover, u hebt een paar vergaderingen van de Conferentie van voorzitters niet kunnen bijwonen.

<Klopt, het was Sander Loones die namens de fractie op die vergadering aanwezig was waar hij helemaal conform onze afspraken heeft gehandeld. Zie later.>

(…)

Voor het overige kan ik u er alleen maar op wijzen dat de agenda in consensus is vastgelegd in de Conferentie van voorzitters. Ik wil daar niet nader op ingaan omdat u anders onrecht doet aan alle collega-fractieleiders die zich wel houden aan de loyauteit die ter zake in de Conferentie van voorzitters bestaat.

<Sander Loones reageerde in een tweet: “Feitelijk onjuist. Op de Conferentie van Voorzitters heb ik herhaaldelijk expliciet gesteld dat N-VA geen consensus kon verlenen aan die aanpak. Van een parlementsvoorzitter zou je een correcte weergave van de feiten mogen verwachten. Niet dus...”>

03.02 Peter De Roover (N-VA): Mijnheer de voorzitter, uw antwoord verbaast mij. U bent voorzitter van het hele Parlement. Het is niet uw taak om de regering van haar engagementen af te houden. De interpretatie die u geeft aan de woorden van 17 maart zijn wel heel creatief.

Ik heb niet begrepen dat mevrouw de eerste minister op 17 maart heeft gezegd: als niemand het initiatief tot een interpellatie neemt, dan zal ik het vertrouwen vragen. Bovendien is een interpellatie niet hetzelfde als de vraag tot vertrouwen.

De woorden van 17 maart dwingen. Dat is een morele dwang. Het heeft mij zeer verbaasd dat mevrouw de premier zich daar zelf niet aan houdt, maar het verbaast mij ook dat u zelf artikel 41 niet wenst toe te passen.

U zegt dat er een akkoord over de agenda is, maar de regering heeft tot het allerlaatste moment het recht, wij hadden erop gerekend dat ze van dat recht zouden gebruikmaken, om te zeggen: juist, het is 17 september vandaag, dat is zes maanden na 17 maart. Vandaag krijgt zij dus voor middernacht dat vertrouwen terug, ofwel biedt zij haar ontslag aan. Dat zou natuurlijk ook kunnen.

Op 31 augustus heeft ze in De Standaard gezegd: "Ik zal niet terugkomen op mijn engagement. Ik zal geen misbruik maken van het vertrouwen dat in mij gesteld is. Voor mij is zo'n gegeven woord belangrijk." Ik heb het hele artikel gelezen. Er stond niet in: ik zal wachten tot mevrouw Pas een initiatief neemt.

De voorzitter: Ik ontneem u nu het woord (…)”

Daarop liet Patrick Dewael mijn micro uitschakelen zodat van wat verder hierover werd gezegd niets terug te vinden is in het officiële verslag. Hij misbruikt zijn functie als voorzitter om een deel van het debat te onthouden aan de publieke opinie en aan al wie de gebeurtenissen later aan de hand van het verslag wil reconstrueren.

Slotsom: de Kamervoorzitter wordt gevat door een vraag van een kamerlid om het reglement toe te passen en weigert daarop niet alleen die vraag te behandelen, hij stopt brutaal het debat. Geen antwoord van hem, geen weerwoord voor degene die de vraag stelde.

Hier en daar klonk op sociale media het verwijt dat ik zou hebben geroepen en getierd. Iedereen kan het nakijken op het cameraverslag van de zitting dat ik heel kalm en rustig mijn punt heb gemaakt, zoals ik altijd doe. Wanneer mijn micro wordt uitgeschakeld en mijn parlementair spreekrecht afgeblokt omdat de voorzitter beseft dat hij het reglement inderdaad niet heeft toegepast, dan moet ik uiteraard mijn stem verheffen en, jawel, dan word ik absoluut boos. Ik buig mijn hoofd niet voor dit machtsmisbruik. Onze fractie bestaat niet uit schapen, in tegenstelling tot de meeste andere groepen in de Kamer die, op twee na, het gezicht hebben afgewend en deze schande over zich heen lieten gaan, zich daarmee medeplichtig makend aan deze mondsnoerderij. Tot zo ver de gehechtheid van de linkerzijde aan het parlementaire spreekrecht.

Ik sluit af met een grappige, nu ja, eerder treffende anekdote. In een krant lees ik: “Gelukkig verloor scheidsrechter van dienst Patrick Dewael zijn greep op de wedstrijd niet. Een sluwe vos met 35 jaar parlementaire ervaring weet als geen ander dat blaffende honden zelden bijten.” U leest inderdaad de woorden ‘scheidsrechter’ (?) en ‘sluwe vos’. Blijkbaar heeft hij na 35 jaar dan toch geen ander wapen gevonden dan het afsluiten van een micro waarover hij als enige de controle heeft. En wie juicht dit droeve machtsmisbruik van de Kamervoorzitter toe? Jawel, een journalist van Het Belang van, wat dacht u, Limburg. Sommige persjongens leven blijkbaar heel erg dicht bij lokale baronnen.

De rest van de pers bleef ook erg ‘voorzichtig’ en had zich hier als kritische medebehoeder van ons democratisch bestel scherper moeten afzetten van deze beknotting van het parlement.

Anderzijds las ik wel meerdere persanalyses waarin de woordbreuk van mevrouw Wilmès en de gekonkel van de pre-Vivaldi-bubbel duidelijk wordt gehekeld. De glans die de supporters over Vivaldi willen polijsten, kreeg gisteren al stevige krassen.

De interpellatie achteraf heb ik dan maar gebruikt om mevrouw Wilmès (en de Vivaldi-bubbel) inhoudelijk het vuur aan de schenen te leggen. Scherp, terzake en flegmatiek kalm, zoals ik altijd ben in de Kamer… als men mijn micro niet uitschakelt. Daarover informeer ik u graag morgen. Wij blijven scherp en houden u op de hoogte. Daar kan u op rekenen.

 

Tekst verschenen op mijn Facebookpagina op 18 september 2020.