Het vergeten Gat in de Kloof tussen Dorps- en Wetstraat

Het vergeten Gat in de Kloof tussen Dorps- en Wetstraat

 

Uit het kiesonderzoek waar De Standaard vandaag (23 mei 2020) ruim over bericht blijkt dat de kiezer geen vertrouwen heeft in de 'zakkenvullende' politieke klasse die blijk geeft van onvermogen.

Verrassend kan die vaststelling niet genoemd worden. De zogenaamde 'boze kiezer' manifesteerde zich al eerder en Corona heeft het ongenoegen zeker niet verminderd met de mondmaskersaga als opvallende illustratie van het idee dat politici er niets van bakken.

Begin dit jaar hield ik nogal wat nieuwjaarstoespraken en daarin bekeek ik dat fenomeen van de 'boze kiezer'. Hieronder de tekst zoals ik hem nu van spreek- naar leestaal heb overgezet. Een stevige boterham weer, dus spek voor de liefhebbersbek. Het mag al eens meer zijn dan een tweet als het dergelijke belangwekkende zaken betreft.

Essentie van het stuk: naast zeven veel genoemde oorzaken van die boosheid, wordt een achtste graag vergeten: politici beloven gewoon te veel, ook dingen die de overheid niet kan nakomen (en soms, durf ik zeggen, gelukkig maar).

Door Europa waart het spook van de boze burger, zo leren verkiezingsuitslagen of een blik op de sociale media. De politiek levert niet wat de burger verwacht of, erger nog, levert niet wat die politiek zelf beloofde. Die strook van die Kloof wordt in de talrijke analyses te gemakkelijk vergeten, al vormt ze misschien wel de belangrijkste.

Voor alle zekerheid raadpleegde ik het exemplaar uit mijn boekenkast voorleer te citeren. Ziehier de correcte aanhaling van de eerste zin uit het Communistisch Manifest dat Karl Marx en Friedrich Engels, a.d. 1848 in Elsene bij elkaar penden: “Een spook waart door Europa – het spook van het communisme”. Ik schuif de brochure nu weer snel op de plank tussen twee andere werken van Marx om daar opnieuw jaren onberoerd te blijven. Jawel, de rode afdeling van mijn boekenverzameling is goed gevuld maar wordt spaarzaam geraadpleegd.

Ik dis die regel uit 1848 uitsluitend op om ze parafraseren. “Een spook waart door Europa – het spook van de boosheid”. Het fenomeen ‘boze burger’ spreidt zich wijd uit over zowat alle democratisch bestuurde landen. Vele kiezers zijn boos en verliezen hun vertrouwen in de politieke klasse. Boos, zich getergd voelend wenden ze zich tot radicaal systeemkritische partijen. Dat die amper of geen kans maken om betrokken te geraken bij het beleid na de verkiezingen lijkt eerder een argument pro dan tegen want beleid als zodanig wordt fundamenteel rot geacht, net zoals dé politiek. Het wantrouwen domineert.

DESINTERESSE ALS MENSENRECHT

Enkele inleidende kanttekeningen daarbij nuanceren. Eén: het fenomeen is natuurlijk niet nieuw. Soortgelijke voorbeelden uit het verleden zijn legio. De successen van de nieuwelingen Volksunie, Agalev/Groen, Vlaams Blok en, tot op zekere hoogte, N-VA, om me te beperken tot de naoorlogse periode, zijn daar binnenlandse voorbeelden van. Het genoemde duo Marx/Engels hoort ook in die categorie. Wanneer zo’n spelbrekers zelf doordringen tot in het spel – wat de bedoeling mag geacht worden – moeten ze op de tellen passen omdat ze dan langs het vermaledijde establishment gaan schuren en voor ze het weten er kenmerken van beginnen vertonen. Vraag het na bij de Franse president Macron.

Twee: dé kiezer bestaat al evenmin als dé politicus. Heel veel kiezers hebben van die boosheid minder of geen last, ofwel omdat ze niet boos zijn en nog wel (genoeg) vertrouwen behouden in de instellingen ofwel omdat ze zich gewoon weinig aan het politieke bedrijf gelegen laten. Noem desinteresse in het politieke bedrijf maar een weinig onder de aandacht gebracht en niet in verdragen vastgelegd mensenrecht.

Toch lijkt die boosheid vandaag prominenter aanwezig dan in de rustigere naoorlogse jaren het geval was. Via de sociale media kan ze bovendien gemakkelijker worden vastgesteld. Het fenomeen heeft ook alle recht van bestaan. Waarom zouden kiezers niet boos mogen zijn? Die boosheid wegzetten als verzuring van verwende alleseisers of domme egoïsten, volstaat niet, zelfs als een deel van het fenomeen daardoor te verklaren kan zijn. Trouwens, dat deel verdient dan weer zelf een verklaring.

Die boosheid is uitlegbaar en zelfs logisch voor zo ver ze voortvloeit uit frustratie. Dat woord duidt de kloof aan tussen verwachting en realisatie. Als een meisje ‘neen’ zegt op de jongen die haar ‘uit’ vraagt, frustreert dat de kerel in kwestie. Had hij er toch niet op gerekend of voegde ze er ‘misschien volgende week’ aan toe dan is die frustratie kleiner dan wanneer hij zich onweerstaanbaar acht of zij hem meedeelde dat ze nog niet zou instemmen als ze samen op een verder onbewoond eiland waren gestrand. Wekte zij vroeger de indruk in te zijn voor zo’n ontmoeting, daarmee zijn verwachting aanvurend, dan komt voelt de douche van de afwijzing nog kouder aan. De breedte van de kloof tussen verwachting en realisatie kan variëren en daarmee ook het gevoel van frustratie.

‘We’ verwachten van de politiek dat die A doet wanneer die dat in het vooruitzicht stelt en stellen dikwijls vast of vermoeden dat slechts B uit de mand rolt. Dat verschil tussen A en B heet dan de frustrerende kloof tussen de Dorpsstraat en de Wetstraat. Het woord Kloof verschijnt verder met de hoofdletter die het hier als hoofdrolspeler verdient,

ZEVEN VERKLARINGEN EN NOG EEN

De afstand tussen verwachting en realisatie is niet in één verklaring te vatten. Zelf kom ik al snel aan acht te onderscheiden pijnpunten. Zeven daarvan komen in de talrijke analyses in verschillende verhoudingen uitgebreid aan bod. De laatste wordt te dikwijls maar volkomen onterecht verwaarloosd.

De eerste is naar mijn aanvoelen de minst belangrijke, hoewel die aan cafétogen en op sociale media hoge ogen gooit. Politici zouden bedriegers zijn die de kiezers in campagnes bewust wat wijs maken, goed wetende dat ze anders zullen handelen wanneer de kans zich voordoet. Bewust bedriegende politici bestaan maar zijn echt te gering in aantal om die Kloof voor meer dan slechts een uitermate klein deeltje te verklaren.

Tel bij deze categorie de angst om de kiezer altijd ‘de waarheid’ te vertellen, dan komen we al wat verder. Waarom werd de pensioenleeftijd verhoogd, terwijl daar bij de campagne in 2014 niets over was gezegd? Juist, omdat politieke partijen vrezen dat juiste en zelfs noodzakelijke maar onpopulaire boodschappen vooral leiden tot stemmenverlies. Aangename verhalen verkopen nu eenmaal beter en op de verkiezingsmarkt blijven politici toch ook verkopers. Die angst om kiezers voor de borst te stuiten, verklaart alleszins een grotere strook van de Kloof dan het bewuste, kwaadaardige bedrog. “The truth? You can’t handle the truth”, zou Jack Nicholson daartoe geprovoceerd uitbarsten.

Een derde verklaring voor de Kloof zit in het feit dat ze deels berust op misverstanden. De perceptie is soms slechter dan de realiteit. Alle statistieken tonen aan dat de koopkracht (een beetje) steeg tijdens de vorige legislatuur. Maar stijgende prijzen in de winkel maken meer directe indruk dan statistieken, hoe juist die ook mogen zijn. Het juiste inkomen, met fiscale afrekeningen die pas jaren later volgen, is moeilijker in te schatten dan het prijsetiket in het winkelmandje.

Ander voorbeeld: de graaiende politicus. De jongste 20 jaar werden de privileges van beroepspolitici zwaar teruggeschroefd en meestal terecht. Het ongenoegen over het ‘graaipotentieel’ van politici lijkt omgekeerd evenredig aan de omvang ervan.

Goede informatie kan een beetje remediëren maar hoe groter het wantrouwen tegenover de politieke klasse, hoe minder helend kruid hiertegen gewassen is.

Verklaring vier voor de Kloof: het coalitiefenomeen. Partijen die geen volstrekte meerderheid halen moeten compromissen afsluiten met partijen die andere doelstellingen nastreven. Dan voeren die partijen ook zaken uit die de coalitiepartner in het regeerakkoord liet inschrijven maar waarop zij zelf veel minder happig zijn en die zeker niet terug te vinden waren in hun eigen verkiezingsprogramma. Daar is al helemaal niets aan te doen, behalve geduldig uitleggen – voor zo ver de compromissen geen te grote breuk met de eigen doelstellingen inhouden en dus uitlegbaar blijven - en hopen dat zo veel mogelijk kiezers oor hebben voor die basisregel van het democratische spel.

Dat laatste valt dikwijls best tegen als je zelfs vaststelt dat het onomstotelijke feit dat de N-VA en het Vlaams Belang samen geen meerderheid van de zetels in het Vlaams Parlement bezetten blijkbaar velen er niet van weerhoudt om tot vandaag te betreuren dat de N-VA die keuze niet heeft gemaakt. Dat het – los van de problemen die ze zou opwerpen – helemaal geen keuzemogelijkheid was, doet bij een deel van het electoraat niet eens ter zake. Zo gaapt er tussen de ogenschijnlijk vergelijkbare zinnen ‘wij zitten in de meerderheid’ en ‘wij zijn de meerderheid’ een wereld van verschil waar wel gemakkelijk totaal aan voorbij gegaan wordt.

We komen aan schijf vijf van de Kloof: de omgevende machtsstructuren. Internationale verdragen vormen als maar meer zo’n praktisch bezwaar tussen droom en daad. Ze kunnen met reden de heilige boeken van de 21e eeuw genoemd worden. Heilig omdat ze een soort statuut van onaanraakbaarheid kregen, ook wanneer ze tot stand kwamen in totaal andere omstandigheden als vandaag en de concrete toepassing ervan vandaag veel rechterlijke creativiteit vereist en interpretatieruimte laat. Ze zijn ook vergelijkbaar met heilige boeken in de zin van onveranderbaar, zeker wanneer ze tot stand kwamen tussen vele deelnemende landen en als niet meer onderhandelbaar beschouwd worden.

Ook alternatieve krachten bij de besluitvorming diepen de Kloof tussen politieke belofte en praktische realisatie uit en vormen punt zes. Vakbonden en werkgevers die het monopolie opeisen in het belangrijke sociale overleg, ambtenaren die dwars liggen bij de uitrol van beleid, lobbygroepen die hun duivels ontbinden in de donkere achterkamers van de concrete beleidsvoering; het zijn enkele cruciale hinderpalen bij het uitvoeren van beloftes die bij verkiezingen werden gemaakt. Of die weerstanden altijd en per definitie te betreuren zijn, is een andere kwestie. Dat ze bestaan, staat buiten kijf.

Nog een stevige Kloofbevorderaar, de zevende, vormt de bevoegdheidschaos. Uiteraard hindert regelgeving van de EU het nationale beleid heel dikwijls, ook weer los van het antwoord op de vraag of dat een goede of kwade zaak is. De onuitgegeven Belgische staatsstructuur draagt natuurlijk per definitie de uitdieping van de Kloof in zich, zeker wanneer de meerderheden op de diverse niveaus sterk van elkaar verschillen. Vlaamse plannen die geen genade vinden op het Belgische plateau en daar geen verlengstuk krijgen, Franstalige overheden die Vlaams beleid dwarsbomen via belangenconflicten… en ja, omgekeerd kan ook natuurlijk; het fnuikt elke vorm van ernstig beleid. De Belgische koterijstructuur verklaart ontegensprekelijk een flinke strook van de Kloof. Daar bestaat een oplossing voor: het platdrukken van het Belgische niveau tot een absoluut minimum. De bondgenoten om dat varkentje te wassen, laten nog even op zich wachten. Terugkeren naar het oude unitaire bestel, klinkt ook als een remedie maar het is geen toeval dat die optie ooit werd verlaten.

SHIT HAPPENS

Voila, met die zes oorzaken hebben we een flink stuk van de Kloof verklaard maar er mankeert er nog één die te veel uit het oog verloren wordt. Bij verkiezingen en regeringsvormingen worden ook gewoon onhaalbare beloften gemaakt, die de mogelijkheden van de politiek verre te buiten gaan. Politici willen vooral niet de indruk wekken machteloos te staan, ook al is dat dikwijls gewoon het geval. Suggereren dat het geluk van de kiezers volkomen in handen ligt van de politiek, is een fatale vergissing met verregaande gevolgen aangezien daarin de breedte van de Kloof grotendeels besloten ligt.

Het onuitroeibare idee dat alle problemen politiek opgelost kunnen of zelfs moeten worden, is wellicht dé oorzaak van de diepe Kloof, de daaruit voortvloeiende frustratie en boosheid omdat ze het verwachtingspatroon onrealistisch ver oprekken. Forest Gump peperde het ons nochtans allemaal in: shit happens. Politici, partijen en regeringen kunnen van die waarheid wegkijken en doen alsof die voor hen niet telt maar de feiten zullen politicus én kiezer er voortdurend met de neus op drukken. Dan reageert die kiezer bij elke ‘shit’ terecht: hadden jullie niet beloofd de goegemeente daarvoor te behoeden?

Jawel, de Kloof tussen verwachting en realisatie kan en moet inderdaad verkleind worden door meer te realiseren, al leren de eerste zeven oorzaken dat zoiets nooit helemaal zal lukken. Dat de kiezer in de naoorlogse decennia toch behoorlijk tevreden leek met wat de politiek presteerde, is misschien verrassend veel verklaarbaar door het meer bescheiden verwachtingspatroon dat de burger toen had ten aanzien van de overheid.

Die burger stond nog wat steviger op eigen poten dan vandaag, kon ‘shit’ aanvaarden en was veel terughoudender in het inroepen van de hulp van de overheid. Gaandeweg verslapte in die tweede helft van de 20e eeuw de kracht van die eigen benen, onder meer doordat die overheid steeds meer ging ondersteunen. Zo kwam de vicieuze cirkel op gang. (Dat we nu in een tijdsspanne leven die de oude stabiele verhoudingen veel meer uitdaagt en onderuit haalt, speelt ook een grote rol. Dat aspect vraagt een apart artikel en laat ik hier buiten beschouwing.)

De woonbonus biedt een actueel voorbeeld. De invoering daarvan in 2005 zorgde voor een bijkomende opstoot van de huizenprijzen en kwam dus vooral makelaars en notarissen ten goede omdat zij op procent werken. De koper betaalde, zonder het te beseffen, gewoon meer voor de woning maar kreeg de valse indruk ‘geholpen’ te worden door het verzorgende vadertje staat. De logische afschaffing leidt echter tot paniek want we zijn die woonbonus gewend geraakt.

De indruk dat we als maar vroeger met pensioen zouden kunnen gaan, vormt ook een treffend voorbeeld uit de categorie overspannen beloften. De levensverwachting neemt toe én het als minimaal geachte consumptieniveau voor ouderen stijgt dus kan het systeem steeds vroegere pensioneringen niet aan. Nochtans werd die indruk tientallen jaren lang wel gewekt door de politici. Mag het dan verbazen dat de goedgelovige kiezer verbolgen reageert wanneer de pensioenhorizon wordt verlegd?

Een bijkomend gevolg van die overspannen ambities van de overheid laat zich raden. Ze komt er dikwijls niet meer toe basistaken geloofwaardig waar te nemen. Beleid pakt uit met ‘bijkomstigheden’ en blijft in gebreke als het over kerntaken gaat. We denken daarbij uiteraard meteen aan de terechte verwachting van burgers om te kunnen rekenen op een snel en accuraat werkend justitieapparaat. We kunnen ook correcte belastinginning noemen of bestrijding van zware criminaliteit. Ieder kan dat lijstje aanvullen. Uiteraard dringt een indijking van het ambtenarencorps zich op maar dan wel graag waar de staat het leven van burgers beknot en niet waar een goede dienstverlening van de overheid mag verwacht worden. Minder ambtenaren volgt op het terugdringen van de overheid; omgekeerd leidt het alleen tot slechtere dienstverlening.

De Kloof moet dus ook aangepakt worden door de verwachtingen in ‘de politiek’ terug te dringen. Minder verwachtingen scheppen, minder beloven dus, verkleint de Kloof tussen die beloftes en de uiteindelijke realisaties, kortom zorgt voor minder frustratie en minder boosheid, ook omdat de overheid dan meer ruimte schept om de gemaakte beloftes wel meer na te komen. Het gaat ook de verslapping van het eigen benenstel van de burgers tegen.

Uiteraard is geleidelijkheid hier meer dan geboden maar de omslag zou een zegen zijn. Het kerntakendebat wordt al jaren aangekondigd en de pleidooien komen terug als waren het seizoenen om op dezelfde manier weer te verdwijnen. Intussen zwelt het overheidsoptreden steeds verder aan en leiden voorstellen tot schrappen van taken steevast tot protesten en verwijten van kaalslag.

Paradoxaler wijs zal wie deze achtste oorzaak van de boosheid van de burger aanpakt, zeker op korte termijn een andere boosheid oproepen. Het revalidatietraject om het eigen benenstel weer aan te sterken oogt niet als een geschenk. Het klinkt inderdaad weinig idealistisch om te pleiten voor minder politieke ambitie maar realisme blijft een betrouwbaardere vriend in het echt leven, zeker wanneer we willen vermijden dat politiek steeds meer een zaak zou worden van ongeloofwaardige beloften gemaakt door zichzelf overschattende want machteloze charlatans.

De vaststelling dat het spook van de boze burger het gevolg is van een hernieuwde opkomst van het spook van het communisme, rondt deze bijdrage alvast mooi af.

 

Tekst verschenen op mijn Facebookpagina op 23 mei 2020. 

Foto: Belga.

Labels