Heerlijk weer naar school

Heerlijk weer naar school

 

Mijn vader vond het een vorm van kindermishandeling, die reclameslogans in augustus: ‘heerlijk weer naar school’. Ze verdwenen in die vorm intussen uit het straatbeeld. Ik had er tegen september minder problemen mee al genoot ik van elk uur zomervakantie en klonken ze begin augustus absoluut ongepast.

Maar de school was me nooit een gruwel. Niet die 19 jaar op de banken, niet die 30 aan het bord.

Nu begint het allemaal opnieuw, de 6e keer alweer zonder dat ik er bij ben. Het zorgt voor gemengde gevoelens.

De eerste keer dat ik niet mee startte, begin september, in 2014, schreef ik een stukje dat eindigde als volgt:

“In een recent verschenen verzamelwerk over onderwijs sluit ik het mij toebedeelde hoofdstuk af met een anekdote. Lees die niet als een pleidooi voor ‘soft’ onderwijs. Alain Finkielkraut schrijft in zijn boek ‘Ongelukkige identiteit’ (blz. 150) over de recente poging in het Franse onderwijs om leerlingen via het vak zedenleer weer wat zelfbeheersing aan te leren: ‘Een loffelijk initiatief. Maar tot mislukken gedoemd, want in tegenspraak met wat de school wil, en ook trouwens met wat de school doet. Dezelfde jongeren aan wie nu respect moet worden bijgebracht, zijn zoals gezegd, juist de jongeren die de school in een democratische opwelling heeft vrijgesteld van alle aidoos (Uit het Grieks; ontzag, vrees, bescheidenheid, schroom - nvpdr), door hen als jongeren te verwelkomen, dat wil zeggen niet als onaffe wezen maar als soevereine subjecten, voor wier eisen, voorkeuren en ongeduld de school eerbiedshalve steeds meer plaats inruimt. Tegenwoordig vragen scholen niet meer dat leerlingen een toontje lager zingen en aandachtig luisteren, maar dat leerkrachten inbinden.’

Finkielkraut legt de vinger op een wonde die ook buiten Frankrijk gaapt. Maar dat wil dan weer niet zeggen dat leraars en leerlingen elkaar vijanden zouden (moeten) zijn. In tegendeel. Vandaar mijn afsluitende anekdote: ‘We schrijven “ergens in de jaren ‘90”, ik had er een decennium lesgeven opzitten. Op de personeelsvergadering ontstaat een discussie over ik-weet-niet-meer-wat. Jos zat, zoals gebruikelijk, in een hoek de zaak ogenschijnlijk weinig geïnteresseerd gade te slaan. Toen vroeg hij het woord. Hij beperkte zijn interventie tot één zin: “Je zult allemaal wel gelijk hebben, maar ik stel me soms de vraag: zien jullie die gasten graag?” Die zin blijft sedertdien door mijn hoofd spelen. Vanaf die dag is voor mij elke regel, elke verplichting, elke richtlijn ondergeschikt aan dat allesbepalende criterium. Bedankt Jos.’

Een beetje melig wellicht, maar sta me toe dat even te zijn op deze schoolstart-zonder-mij.”

Aan alle collega’s en leerlingen: ik hoop dat je allemaal mag genieten van het geschenk dat ‘onderwijs’ heet!

 

Tekst verschenen op mijn FB-pagina op 2 september 2019.

Labels