Hatelijke aanval tegen de vrije meningsuiting in het parlement

Hatelijke aanval tegen de vrije meningsuiting in het parlement

Laat ik maar met de deur in huis vallen. Ik haat haat. Benepen, zurige, onaangename, betweterige mensen die van achter een echte dan wel digitale sanseveria hun naar ranzige melk geurende haatcommentaren de wereld in sturen, wekken bij mij moeilijk te beheersen haatgevoelens op. Haat is niet productief, ongezond en wekt nieuwe haat op.

Nu dient zich een probleempje aan met betrekking tot het begrip ‘haat’. Er bestaat geen werkbare definitie van. Boodschappen die de eigen heilige waarheid betwisten, worden snel afgedaan als hatelijk. Tegenwerpingen van mensen die wat minder goed ter taal zijn en botter in formuleringen kunnen hard aankomen maar toch de vinger op een wonde drukken, mogelijk iets te diep of onbehouwen en juist daarom onaangenaam hard aankomend. Zelfs wanneer we een uitdrukking onbetwistbaar als ‘hatelijk’ kunnen kwalificeren, moet de overheid dan optreden als verbieder? Zou iemand overtuigd worden door repressieve bestraffing van een uiting? Hij of zij dreigt juist versterkt te worden in het idee dat ‘de waarheid gecensureerd’ wordt en vervolgens ondergronds gelijkgezinden opzoeken. Kortom, burger De Roover haat haat maar politicus De Roover acht zichzelf noch zijn collega’s geschikt om hierbij als scheidsrechter te gaan optreden.

We leven trouwens in een wereld waar de tenen als maar langer worden. Toen ik student was, konden wij dingen zeggen die vandaag absoluut niet meer aanvaard worden. In die zin lijkt onze samenleving steeds meer op het Sovjetregime dat wij in onze studententijd zo hekelden. In 1989 scheurde het IJzeren Gordijn open maar de indruk wordt als maar sterker dat die scheur de wind vanuit de verkeerde hoek liet doorwaaien.

Benepen gebekt blauw vogeltje

Gisteren verwees ik in mijn zondagsmijmering naar de Spaanse politicus die werd geweerd van het sociale 280-tekensmedium met het blauwe vogeltje omdat hij schreef dat mannen niet zwanger kunnen zijn bij gebrek aan de daartoe noodzakelijke lichaamsorganen. Daarmee verwoordde die wat meer dan 95% van de mensen als vanzelfsprekend beschouwen maar voor het blauwe vogeltje, dat vraagt dat wij zingen zoals hij gebekt is, ging het te ver “wegens het plaatsen van materiaal dat andere mensen bedreigt, lastigvalt of beledigt op basis van hun ras, etnische afkomst, nationaliteit, seksuele geaardheid, geslacht, genderidentiteit, religie, leeftijd, handicap of ziekte”. Dit surrealistische maar uit de realiteit gegrepen voorbeeld is symptomatisch voor de verkramptheid die onze samenleving aan het overvallen is. Er kunnen dus niet genoeg veiligheidskleppen aanslaan.

George Orwells beroemde uitspraak “Als vrijheid iets betekent, dan wel het recht mensen de dingen te vertellen die ze niet willen horen” staat onder immense druk. Het recht om niet beledigd te worden, wordt hoger geacht dan het recht om te zeggen wat vanzelfsprekend is. De volgende stap bestaat er in ‘beledigd worden’ gelijk te stellen aan ‘slachtoffer zijn van haatboodschappen’. Op die manier wordt het laakbare begrip ‘haat’ geïnstrumentaliseerd om het recht op vrije meningsuiting aan banden te leggen.

In de Kamer van volksvertegenwoordigers was de zaak Jurgen C. vorige donderdag uiteraard hét hoofdthema. Peter Buysrogge (N-VA) bevroeg minister van defensie Ludivine Dedonder (PS) daarover. In haar antwoord meende ze onze partij als volgt te moeten aanvallen, uiteraard in het Frans kwestie van uit haar woorden te geraken: “Monsieur Buysrogge, j'hérite du chaos, oui, mais du chaos dont vous êtes à l'origine par votre désinvestissement dans ce département, pour avoir fermé les yeux, atténué la norme, accepté ce qui n'était pas acceptable, pour avoir alimenté depuis des années le populisme et la haine de l'autre.”

____________________________________________

Verwijt aan #haatspraak te doen is hét argument geworden voor wie het inhoudelijk argumenteren wil ontlopen.
Tweet, Peter De Roover, 23 mei 2021
____________________________________________

Met haar politieke aanval tegen voorganger Steven Vandeput (N-VA) heb ik op zich geen probleem, hoe onjuist die ook is. Politiek is een zaak van uitdelen en ontvangen. Maar de passus “de chaos die ik erfde omdat jullie de ogen sloten, de norm afzwakten, aanvaard hebben wat onaanvaardbaar is, gedurende jaren het populisme en de haat tegenover anderen gevoed hebben” zet aan het denken. Als de N-VA haat verspreidt, moet dan, in de logica van de strijd tegen haatspraak, de N-VA niet de mond gesnoerd worden? Of is wat Dedonder ons in de schoenen schuift juist te beoordelen als een haatboodschap en moeten de rechtbanken tegen haar optreden?

Bestraffen en vervolgen

Deze week komt dat debat in de commissie Grondwet en Institutionele Vernieuwing. Kristof Calvo (Groen) en drie van zijn fractiegenoten willen artikel 150 van de Grondwet wijzigen “zodat alle vormen van aanzetten tot haat, geweld of discriminatie op dezelfde manier bestraft kunnen worden: voor de correctionele rechtbank”. De citaten komen uit hun neergelegde tekst. “Maar deze efficiënte vervolging van haatboodschappen is een uitzondering”, noteren ze met spijt. Ze rekken daarmee trouwens de wetgeving ongegeneerd op want haatboodschappen zijn niet strafbaar, wel aanzetten tot haat met bijzonder opzet.

Wat is hun probleem? Persmisdrijven – en dat begrip gaat heel ver want ook geschreven sociale mediaposts vallen daar onder – worden in de regel vervolgd door het hof van assisen. De grondwetgever wilde vermijden dat rechters de vrije meningsuiting via het woord zouden inperken. Dergelijk oordeel komt aan een jury van burgers toe, vonden ze in 1831.

Calvo en co. sommen in hun voorstel een indrukwekkende lijst wetten op die het aanzetten tot haat intussen strafbaar hebben gesteld want, stellen ze correct vast, “onze samenleving heeft op dat vlak de voorbije decennia een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt. Mede onder impuls van het internationaal recht nam ons land verschillende wetten aan ter bestrijding en bestraffing van discriminatie, haat en geweld.”

Uiteraard is de vrije meningsuiting niet onbegrensd. Aanzetten tot geweld is nooit aanvaardbaar. De evolutie om ook ‘aanzetten tot haat’ strafbaar te stellen, is echter ronduit gevaarlijk en de ontwikkeling die we de voorbije decennia daarin doormaakten durf ik betreuren.

Wat Groen nu beoogt, het sneller en gemakkelijker vervolgen en bestraffen van haatboodschappen, zet ons een stap verder richting de door de overheid gestuurde censuurmaatschappij. Zal dat lukken met de steun van de andere meerderheidspartijen, inclusief de liber-alen? Dat moeten we dus nog even afwachten al toonde minister van justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD!!!) zich al herhaaldelijke bondgenoot van die vervolgingslogica. Wij zullen ons alvast met hand en tand verzetten.

Laat me deze bijdrage afsluiten met een citaat: “Men kan niet zeggen dat het verbieden van het bepleiten van raciale, nationale of religieuze haat een schending vormt van de persvrijheid van vrije meningsuiting (...) Persvrijheid en vrijheid van meningsuiting kunnen niet dienen als voorwendsel om opvattingen te propageren die de publieke opinie vergiftigden.”

De woorden werden uitgesproken door Alexander Bogomolov die namens de Sovjet-Unie na de tweede wereldoorlog mee aan tafel zet bij het uitwerken binnen de Verenigde Naties van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Hij stootte toen in de late jaren ’40 nog op weerwerk van het vrije westen maar krijgt nu postuum zijn zin. Vandaar dat ik me afvraag naar welke kant het IJzeren Gordijn doorscheurde in 1989/1990. 

Deze bedenking verscheen voor het eerst op Facebook.

Labels