Grenzen als voordeuren

Grenzen als voordeuren

mijn nooit uitgesproken repliek

Omdat Charles Michel het ontslag van zijn regering Michel II aankondigde vooraleer we in het kamerdebat toekwamen aan de replieken, bleef mijn tussenkomst onuitgesproken. Hieronder reconstrueer ik ze omdat ik ze wel graag had gedebiteerd.

“Je prends dès lors la décision de présenter ma démission et mon intention est de me rendre chez le Roi immédiatement.” Met die woorden trok premier Charles Michel op 18 december om 19.42 uur de stekker uit de regering Michel II, het enige logische besluit dat hij kon trekken want zijn kabinet steunde op amper één derde van de parlementsleden. Dat is uiteraard ruim onvoldoende in een parlementaire democratie en zijn verrassende opening eerder die vooravond naar de linkerzijde sloeg onvoldoende aan om toch nog een voldoende kamerschraging bij elkaar te scharrelen. Eerder die week wees hij het voorwaardelijke aanbod af van de N-VA om de erfenis van Michel I parlementair mee uit te voeren en dus restte geen andere weg dan één door het park naar de koning.

Die dinsdag 18 december kwam een reeks collega’s tussen bij de interpellaties aan het adres van de premier. In een eerder kamerdebat zette ik namens onze fractie het N-VA-standpunt al uitgebreid uiteen en dus liet ik deze beurt voorbij gaan. Wel plande ik een tussenkomst in de replieken op het antwoord van de premier. Hoe noodzakelijk ook, het ontslag van Michel II kwam in die zin dus toch nog net even te vroeg want het kamerdebat sloot daarmee af werd en mijn repliek bleef in de vorm van steekwoorden kleven op mijn notitieblaadje.

Het slot van die nooit uitgesproken woorden laat zich raden. Het zou ongeveer zo geluid hebben: “U hebt onze uitgestoken hand afgewezen. Wij namen onze verantwoordelijkheid om de gemaakte afspraken na te leven met de waarschuwing om geen handpop te worden van de oppositie, nadat u altijd - ten onrechte - het verwijt kreeg de handpop van de N-VA te zijn. Er bleven na uw afwijzing van ons aanbod nog maar twee wegen over: een bocht naar links of de tocht naar de koning om uw ontslag aan te bieden. U zei daarnet een derde weg te zien maar die bleek identiek aan de eerste: de bocht naar links inzetten. Premier, bespaar het land en uzelf deze marteltocht en maak een eind van de onbestuurbaarheid door het ontslag aan te bieden van deze regering die weigert het vertrouwen van het parlement te vragen.” Deze woorden moesten dus niet meer uitgesproken worden, zo bleek tijdens de voorafgaande mededeling van Michel.

Het vroegere deel van wat ik wilde zeggen, zet ik nu maar even op tekst omdat het aangeeft waarom wij deden wat we gedaan hebben. Ik wilde eerst nog – als reactie op de strekking van tussenkomsten in het begin van de zitting – opmerken dat vele collega’s het debat inhoudelijk ontwijken door de streep te trekken tussen de zelfgeproclameerde Goeden en de tot Slechten gediskwalificeerden. Die vaststelling is angstwekkend want we komen erg dicht bij het discours van het totalitarisme wanneer andersdenkenden worden gereduceerd tot vijanden van het Goede en pleitbezorgers van het Kwade (in deze sfeer van moralisme passen hoofdletters bij die woorden). Het verwijt treft zeker ook stemmen aan de rechterzijde, bijvoorbeeld op sociale media, maar in het parlement probeer ik toch, soms balancerend op de rand weze toegegeven, de fundamenten van de open democratie aan te hangen waarbij scherpe debatten niet betekenen dat het basisrespect voor de andersdenkende moet verdwijnen.

Wanneer bijvoorbeeld naar Oost-Europese landen die andere keuzes maken in het migratiedebat alleen maar neerbuigend en overlopend van onbegrip uitgehaald wordt, dan wijst dat toch op een groot gebrek aan open geest voor de eigen historische ervaringen van deze landen. De sociaaldemocraat Paul Scheffer verwijst in zijn nieuwste werk ‘De vorm van vrijheid’ bij wijze van voorbeeld naar de auteur Harry Mulisch die zich volgens Scheffer in de jaren ’70 en ’80 bezondigde aan Hollandse hoogmoed. “Wij beschouwen ons land als gidsland en nemen anderen de maat. (…) We verwachten te vaak dat andere landen zich voegen naar onze zienswijze.” In genoemde decennia werd die houding met de term Hollanditisch geijkt en de begenadigde auteur Mulisch stond bepaald niet alleen maar paste in zijn maatschappelijke opstelling gewoon naadloos in dat even kortzichtige als dominante denkkader. Dat is niet verdwenen, in tegendeel, wie het maatschappelijke debat volgt, stelt vast dat de Hollanditisch intussen de zuidergrens overstak. Pleitbezorgers voor open grenzen geven daarbij niet altijd blijk van een open geestesgesteldheid want hun linksliberale kosmopolitisme blijft blijkbaar de maat van alle dingen en andere benaderingen verdienen slechts geringschattende hoon.

Waarover ging het debat de jongste weken? Achter het VN-migratiepact school de vraag in welke mate grenzen nog een betekenis hebben. Scheffer citeert de Duitse filosoof Peter Sloterdijk: “Wat de huid is voor een mens, is de grens voor een staat.” Hij voegt er zelf aan toe: “Ik ben ervan overtuigd geraakt dat een open samenleving alleen binnen grenzen kan gedijen.” En, ter inspiratie van de linkse moralisten, volgt er op: “Een toekomstgericht idee begint met het begrijpen van de rationele kern van de kritiek op de globalisering en het niet wegzetten van alle onbehagen als irrationeel.”

Het besef dat grenzen kunnen zorgen voor geborgenheid zit diep ingebakken in wat we maar het gezonde boerenverstand zullen noemen. Het is passend grenzen te vergelijken met voordeuren, een concept dat iedereen kent die ooit een huis bouwde, kocht of huurde. Een huis met alleen muren heet een verstikkende bunker (klopt zelfs niet, het woord ‘bunker’ dient hier al zwaktebod bij gebrek aan beter aangezien het fenomeen niet voorkomt en dus geen naam draagt). Niemand komt op het idee zo’n bouwsel neer te poten, laat staan als verblijfplaats te kiezen. Een huis met gaten waar een deur verwacht wordt, is koud en biedt geen geborgenheid. Ook zo’n optrek komt niet voor als woning, ze dient hoogstens in de vorm van shelter om bbq-gangers bij een plotse regenbui even droog te houden.

Iedereen beseft het belang van een voordeur met slot. De kwaliteiten daarvan zijn bekend: ze kunnen open gedaan worden en ook weer dicht en op slot. Eigenaars van huizen zullen daarom de sleutel altijd zelf onder controle houden, zodat ze kunnen beslissen wanneer de deur open gaat of dicht. Uitlenen gebeurt alleen aan wie ten volle vertrouwd wordt. Neen, grenzen zijn geen muren, grenzen zijn deuren en het is cruciaal daar de controle over te houden opdat ze niet zouden dichtroesten noch uit de hengsels getrokken worden. Grenzen bieden de vorm voor vrijheid evenals voor veiligheid en herverdelende welvaart.

Daar ligt de kern van ons verzet tegen het Marrakesh-pact, waarbij de N-VA zich opstelt tussen de bouwers van muren rond Vlaanderen en de installateurs van klapdeuren aan onze grenzen. Alle standpunten hebben hun plaats en logica maar wij kiezen bewust voor de onze; grenzen trekken, rond landen maar ook in onze politieke opstelling.

Politiek gaat over de vraag welke keuzes we maken. Het Marrakesh-debat ging in feite nog fundamenteler over de vraag in welke mate we überhaupt nog keuzes kunnen maken. Kortom, het gaat over de vraag hoe ver we onze democratie laten uithollen.

Dat ongeveer – want ik schrijf mijn tussenkomsten vooraf nooit helemaal uit - wou ik zeggen in mijn repliek. Maar toen was premier Michel al op weg naar de koning.

 

Foto’s: ik ’s ochtends enkele notities nemend voor een tussenkomst die nooit zou worden uitgesproken – de premier in de vooravond wanneer hij zijn ontslag aankondigt.