Gespartel om pandemiewet te activeren

Gespartel om pandemiewet te activeren

Vandaag stond de stemming over de al dan niet activering van de pandemiewet op de agenda van de commissie Binnenlandse Zaken. Voor de meeste burgers een fait divers, voor een klein, maar zeer vocale groep terecht een reden tot kopbrekens. Zoals wel vaker werd de bespreking in de commissie een dovemansgesprek, waar meerderheid en oppositie in een andere realiteit lijken te leven. De meerderheid was klaar om gedwee en serviel mee te gaan in de vraag van de regering om volmacht te verlenen maar was duidelijk vergeten de kleine letters te lezen. Hieronder een overzicht van deze veelbewogen dag.

De laatste week kreeg ik zo’n 2.000 mails van Vlamingen die zich uitspraken tegen de activering van de pandemiewet en me vroegen om ook zo te stemmen. Echt nodig had ik die mails niet want uiteraard zijn en blijven wij tegen die pandemie-volmachtenwet. Het toont wel aan dat het thema van de burgerlijke vrijheden en de rol van het parlement in het beteugelen van deze sanitaire crisis heel wat mensen beroert, al blijft een groot deel van de media daar helaas Oost-Indisch doof voor.

Het afgelopen jaar heeft de regering via MB’s allerlei vrijheden afgepakt, zonder dat daar ten gronde over gedebatteerd en gestemd werd in het parlement. Met de activering van de pandemiewet zou het parlement de regering een blanco cheque geven om drie maanden lang naar eigen goeddunken maatregelen te treffen die ze zelf proportioneel vindt. Daarmee zet het parlement zich de facto buitenspel, al mogen we nog elke maand debatteren over de reeds genomen beslissingen, zonder daar echter iets aan te kunnen veranderen.

Regering treedt aan in volle formatie

We mochten zowel de premier als ministers Verlinden en Vandenbroucke verwelkomen in de commissie. Het toont het belang van de passage van de pandemiewet voor de regering aan.

Het trio excellenties nam elk een tiental minuten voor hun rekening om de noodzaak van de bekrachtiging van de epidemiologische noodsituatie te bepleiten. Hoewel de premier te kennen gaf dat er geen nieuwe maatregelen zitten aan te komen, leert de recente geschiedenis ons dat wanneer een liberaal iets belooft een alerte boer best gauw op z’n ganzen past.

Ons fundamenteel probleem in deze gaat ook niet over de (on)zin van maatregel x of y, maar wel dat de regering opnieuw het parlement opzij wil zetten en ons reduceert tot toeschouwer. “In plaats van volmachten te nemen, vraagt u ons nu om ons hoofd zelf op het kapblok te leggen”, gaf ik mee in mijn tussenkomst. Op mijn vraag of de regering bij activering van de pandemiewet zelfs zonder akkoord van de deelstaten een nachtklok, een samenscholingsverbod en andere inbreuken op de privésfeer kan uitvaardigen bleef men het antwoord schuldig. De premier zei dat de regering enkel “proportionele” maatregelen zou treffen, maar over die proportionaliteit beslist Vivaldi dan dus zelf. Montesquieu zou een dergelijke invulling van de scheiding der machten met lede ogen aanzien.

Makke meerderheid

Na mijn tussenkomst was het de beurt aan de meerderheid waar zoals verwacht maar weinig kritisch geluid viel op te merken. De gestolde inertie van de meerderheid in al z’n glorie. Er heerst een fundamenteel verschil tussen N-VA en Vivaldi wat betreft de visie op deze pandemiewet. Wij beweren dat het een eufemisme is voor een volmachtenwet, terwijl de meerderheidspartijen met uitgestreken gelaat erin slagen te zeggen dat het parlement hier juist meer betrokken wordt bij het beleid. Dat zeggen als je jezelf drie maanden lang buitenspel zet, vereist toch enige intellectuele creativiteit. Het klapstuk was toch dat de communisten van de PVDA de liberalen nog de levieten kwamen lezen over burgerlijke vrijheden en de verdiensten van het parlementaire debat en de democratie. ’t Kan verkeren, wist Bredero al in de 17de eeuw.

Welles-nietesspel

Omdat deze pandemiewet aan alle kanten rammelt vroegen we samen met onze collega-oppositiepartijen een tweede lezing van het koninklijk besluit dat de epidemische noodsituatie afkondigt. CD&V-collega Servais Verherstraeten was er niet over te spreken en sprak van een "majeur incident".

De pandemiewet bepaalt dat het kb dat binnen de vijftien dagen bekrachtigd moet worden. Gebeurt dat niet, dan vervalt het koninklijk besluit, is er geen sprake meer van een epidemische noodsituatie en dus ook niet van de pandemiewet, die op dit moment de wettelijke basis is voor de geldende coronamaatregelen, zoals de mondmaskerplicht in winkels. De regering heeft zich dus met haar amateurisme in potentiële nesten gewerkt.

In het verslag van de conferentie van voorzitters, het orgaan dat wekelijks de werkzaamheden in de Kamer bepaalt, staat dat het bewuste koninklijk besluit deze maandag en indien nodig ook nog morgen besproken wordt in de Commissie. Het akkoord binnen de conferentie van voorzitters zegt echter niet dat er geen tweede lezing mag worden gevraagd. Zo’n tweede lezing vindt echter pas plaats ten vroegste vijf dagen na de goedkeuring van het verslag. En dan haalt het parlement de termijn voor de validatie van het koninklijk besluit niet en vervalt de hele boel.

De meerderheid schoot in een kramp en begon driftig rond te bellen toen alle oppositiepartijen die tweede lezing vroeg. Zelfs de premier greep in door Kamervoorzitster Eliane Tillieux (PS) te contacteren, die als “neutrale scheidsrechter” moet zeggen hoe de afspraken binnen de conferentie van voorzitters geïnterpreteerd moeten worden. Als blijkt dat een en ander niet is opgenomen in het verslag van de conferentie van voorzitters wordt plots een heel ander vat opengetrokken namelijk dat on deze situatie geen tweede lezing mogelijk is. Tiens? Plots kon dat niet meer. Ik kan alleen maar hopen dat de meerderheid niet al te creatief wordt met het gebruik van het reglement en haar meerderheid misbruikt om de reglementen plots heel anders re interpreteren om toch haar gelijk te halen.

Deze tekst verscheen op Facebook op 8 november 2021.