Een gedachte bestrijd je door een betere voor te stellen

Een gedachte bestrijd je door een betere voor te stellen

 

De ambitie van de fede­rale regering om haat en nepnieuws te bestrijden, baart Peter De Roover zorgen. Dat is niet haar taak.

Minister van Samenleven Bart Somers (Open VLD) wekte in zijn opiniebijdrage de indruk de vrije meningsuiting te verdedigen, maar leek die verderop juist te willen inperken (DS 22 maart). Echt gerust ben ik er niet in, gezien wat federaal op stapel staat. De held van de Belgische revolutie, vrijdenker Louis De Potter, waarschuwde al lang geleden: ‘De liberalen in alle landen begaan de vergissing de gedachten te willen veranderen door wetten. (…) Een gedachte bestrijd je alleen door een betere gedachte voor te stellen.’

Enkele zinnen uit Somers’ artikel zijn wel raak. We herkennen ons inderdaad dikwijls niet ‘in de keuzes die medeburgers maken’ en die zelfs kunnen ‘irriteren’. Somers hekelt terecht dat sommigen anderen willen ‘sturen, in de pas laten lopen’ en vindt ‘de keuzevrijheid van anderen beperken (…) het grootste gevaar voor de toekomst’. Hij prijst de moed van bisschop Johan Bonny (DS 17 maart), die pleit voor tolerantie, ‘niet omdat de wet hem daartoe dwingt, maar uit respect voor de vrijheid die onze beschaving kenmerkt.’

Net op die principes steunt mijn pleidooi voor verregaande meningsvrijheid– de grens is de uitlokking van geweld. Spijtig genoeg is zo’n pleidooi opnieuw noodzakelijk. In het federale regeerakkoord staat dat ‘de regering de maatregelen ter bestrijding van desinformatie en de verspreiding van fake news (zal versterken).’ Daartoe wil ze de sociale media beteugelen. Voor minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) is haat­spraak vervolgen een prioriteit.

Omgekeerde wereld

Gisteren behandelden we in een onopvallend adviescomité van de Kamer een voorstel over socialemedia­gebruik. De tekst doet naar adem happen. Sociale media, die de facto over een soort communicatiemonopolie beschikken, moeten zelf berichten verwijderen die strafbaar worden geacht, zo niet volgen boetes. De Facebookgebruiker of twitteraar die meent onterecht verbannen te zijn, ‘kan’ naar de rechtbank stappen. Welkom in de omgekeerde wereld.

Dat mechanisme kan ronduit nefaste effecten hebben voor de vrije gedachtewisseling tussen burgers. Socialemediabedrijven zullen berichten sneller schrappen om veroordelingen te vermijden. Gebruikers zullen zich vaker koest houden om verbanning te vermijden. Algoritmes staan niet bekend om hun gevoel voor humor of woordspelingen, en hanteren bovendien onduidelijke criteria.

De opsteller van de resolutie, ­Ecolo/Groen-fractievoorzitter Gilles Vanden Burre, blijft achter het federale regeerakkoord staan en achter het gevaarlijke EU-initiatief ‘Digital Services Act’. De tekst heeft het moeilijk met ‘irriterende keuzes’, en geeft die de stempel ‘haatdragend’, wat de keuzevrijheid van burgers beperkt. Socialemedia­gebruikers horen in de pas te lopen. Kortom, de resolutie botst net met die onderdelen van Somers’ tekst waar ik het wél mee eens was.

Uiteraard houdt een volwaardig recht van vrije meningsuiting ook het recht in om te beledigen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bepaalde terecht dat vrije meningsuiting ook moet gelden voor wie ‘een land of een deel van de bevolking kwetst, choqueert of verontrust’. Maar de resolutie verwijst instemmend naar Duitse wetgeving die ingrijpt op berichten die ‘beledigend’ zijn. Het gevolg: hoe langer iemands tenen, hoe meer monden die mag snoeren.

Ministerie van Waarheid

Is haatspraak dan niet laakbaar? Onze wetgeving stelt aanzetten tot haat strafbaar. Het Grondwettelijk Hof bakende dat ‘aanzetten tot’ gelukkig strikt af. Het zou mij diep verontrusten als een wazig concept als ‘haat’ wordt gehanteerd om in te perken wat je wel en niet mag zeggen. De Franse Conseil Constitutionnel vernietigde een Franse wet die socialemedia­bedrijven verplicht hatelijke berichten binnen 24 uur te verwijderen. Die vreest dat zo’n wet socialemedia­giganten aanzet tot zware censuur om sancties te vermijden, wat de vrijheid van meningsuiting aantast. De dag dat moraal vervangen wordt door strafwetgeving, zijn we in een totalitaire staat beland.

De ambitie van de federale regering om nepnieuws van overheids­wege actief te bestrijden, maakt de stap naar een ministerie van Waarheid heel klein. Ooit werd de bewering dat de aarde rond de zon draait door machthebbers weggezet als fake news, met instemming van de overgrote meerderheid. Socrates moest de gifbeker drinken omdat hij niet dezelfde goden erkende als de staat, en was daartoe veroordeeld door een volksrechtbank.

Haat en nepnieuws moeten bestreden worden, maar dat is de taak van de samenleving, van leraars, ouders, wetenschappers, journalisten, pastoors en bisschoppen voor mijn part. Eén categorie hoort zich daarbij te onthouden: de strafwetgever. Niet wie onwelgevallige of irritante gedachten formuleert, zet zich buiten onze vrije democratische ordening, wel degene die meent dat de overheid daar straffend in moet tussenkomen.

‘De geschiedenis is niet mals voor de hoogmoed van degenen die, zoals Galileo’s inquisiteurs, zichzelf benoemen als scheidsrechters van geoorloofd spreken en denken’, schrijft Andrew Doyle, een politieke satiricus, het soort mensen waar algoritmes niet van houden. Zijn alter ego Titania McGrath werd dan ook al enkele keren van Twitter verbannen wegens ‘hate speech’.

 

Opinie verschenen in De Standaard van 24 maart 2021.

Labels