De staatsgreep van de staat

De staatsgreep van de staat

 

De voorbije week stootte ik op drie artikels waarin – gemeten naar de maatstaf van vandaag – bizarre meningen worden geventileerd. Dat alle drie de auteurs behoren tot de verdachte categorie der blanke mannen van middelbare leeftijd, verklaart wellicht dat er rare dingen in staan.

De eerste uit het setje, Gerry van der List, laat boven zijn artikel in Elsevier als kop afdrukken: ‘staatsgreep: de opmars van het neosocialisme’. Van der List is daar niet van gediend en merkt op dat ‘de coronacrisis leidt tot een verregaande overheidsinterventie die heel moeilijk terug te draaien zal zijn’. Die overheid ‘grijpt diep in het economische en maatschappelijke leven in en bemoeit zich werkelijk overal mee’.

Overal? Van der List overdrijft aantoonbaar. Wie mag welke deel van de openbare ruimte betreden; wie wordt voor welk economisch verlies vergoed en wie moet daarvoor aan welke voorwaarden voldoen; wie mag wie waar zien: het klinkt verregaand maar dat de overheid ‘zich werkelijk overal mee’ bemoeit, kan je niet beweren als het ons toch nog vrij staat om te beslissen wat we ’s avonds eten en naar welke Netflix-reeks we daarna zullen kijken. Er rest beslist nog ruimte waarnaar de overheid de grijparmen kan uitbreiden.

Van der List vermoedt dat het allemaal moeilijk zal terug te draaien zijn, want de beweging past allemaal ‘goed in allerlei progressieve wensdromen’. Mens en samenleving plannen, dat blijft inderdaad dé natte droom van de linkerzijde. Het socialisme heet bij aanhangers niet voor niks een wetenschap. Passend dan ook dat de macht doorschuift naar ‘experten’.

Dat we best wennen aan het idee dat de overheid niet zo snel weer in haar kot zal kruipen, steunt op de wetmatigheid die Milton Friedman – ook een blanke man - verwoordde als ‘niets is zo permanent als een tijdelijk overheidsprogramma’. Daarmee schuif ik naadloos door naar de volgende buitenissige figuur, want Hans Hoogervorst haalt bovenstaande wijsheid aan in een interview met De Volkskrant. Die Hoogervorst diende onder meer als minister van Nederlandse financiën maar verliet de politiek dertien jaar geleden, stilaan lang genoeg om het vermoeden te doen rijzen dat hij de vrijheid verworven heeft zich onbevangen te uiten.

Hoogervorst ziet het behoorlijk mislopen met die hongerige overheden. ‘De centrale banken zijn verworden tot de geldautomaten van overheden. Dat moet wel uitlopen op een financiële ramp’, klinkt het paniekerig. Zijn weinig opbeurende boodschap sluit af met: ‘Uiteindelijk gaat er iets onvoorspelbaars gebeuren. Ik weet niet of dat hoge inflatie of een grote depressie is, maar dit kan gewoon niet goed aflopen. Gratis geld bestaat niet, er is altijd een prijs.‘ Laat u door deze Cassandra niet van de wijs brengen (het lot dat Cassandra’s nu eenmaal beschoren is). Hoogervorst is 64, een boomer dus en vermoedelijk al licht dementerend. In een wereld waar het idee grens in het defensief zit, moet grenzeloze schuldenmakerij aan de goede kant van de geschiedenis gesitueerd worden.

Bart Sturtewagen, leverancier van hoofdartikels voor De Standaard, heeft zijn boomerstatus ook niet helemaal onder controle. Hij voltooit mijn trio middels een waarschuwing dit weekeinde in zijn krant: ‘Er heerst een bedrieglijke rust over de financiële fall-out van de coronacrisis.’ Lage winsten zorgen voor lagere belastinginkomsten en dus nemen de overheidsuitgaven niet alleen sterk toe – want ook voor de Sint bestaan er geen seizoenen meer en dus beleeft de gulle mensenvriend een berenjaar – bovendien nemen de inkomsten sterk af. Een doodlopend straatje, dacht u met Sturtewagen? Dat is gerekend buiten de allesoplosser ‘rijkentax’. (Bizar genoeg kan dé linkse remedie alleen werken als er rijken zijn, wat de linkerzijde er logischerwijze toe moet aanzetten te ijveren voor het in stand houden van de rijke klasse…). Dat gat kan uiteraard ook dichtgereden worden met versgedrukte, nog naar de inkt ruikende biljetten uit de overuren draaiende persen van de centrale banken. Als Hoogervorst beweert dat die remedie erger dreigt te worden dan de kwaal, vergalt hij boosaardig een bijzonder aantrekkelijke, want ogenschijnlijk pijnloze oplossing. De gewezen Nederlandse bewindsman verstoort de bedrieglijke rust waar we zo naar snakken in deze onduidelijke tijden.

Gery, Hans en Bart – de namen alleen al! – botsen op de tijdsgeest. Als dijken breken, moeten de schouders even tegen elkaar om te hozen op het commando van een ploegbaas, daar is wel iedereen het over eens. Krijg die daarna echter nog maar eens in zijn kot.

De vrije markt, waar mensen de eigen portefeuille moeten trekken, vertoont nogal wat mankementen, zal beargumenteerd worden. Klopt ook helemaal, niet aan te twijfelen.

Daarentegen, zal de indruk gewekt worden, loopt alles op wieltjes op de overheidsmarkt, waar de spelers met de centen van andere mensen jongleren.

Ik klinkt wellicht als een boomer als ik daar wel aan durf twijfelen. Gery, Hans, Bart en Peter – de namen alleen al!

 

Tekst verschenen op mijn Facebookpagina op 17 mei 2020. 

Labels