De krant van 1926

De krant van 1926

Ouders die na je geboorte niet meer verhuizen, het klinkt ouderwets maar heeft onmiskenbare, toegegeven emotionele, pluspunten. Zo blijft je kinder-/adolescentenkamer nagenoeg onaangeroerd en wordt die jaren later een echte teletijdmachine naar een tijd die de meesten onder ons toch wel als ‘mooi’ zullen omschrijven. Ik stootte in een lade op een doos half opgebruikte kleurpotloodjes en een slijper alsof ik ze daar gisteren heb achtergelaten, terwijl dat in de echte tijdstelling zowat vier decennia geleden is. Op een stapeltje ergens opzij lag het boekje ‘Peter leert autorijden’ waarin ene Peter, waarmee ik me om voor de hand liggende redenen zeer verbonden voelde, zich waagt aan het stuur van een sportwagentje op kindermaat, zich daarmee één keer ontrukkend aan zijn normale bijrolletje in de Tiny-reeks. Het blijft allemaal, ook na die lange tijd, zo vertrouwd. Wat een onmetelijke stockageruimte bevindt zich toch tussen de beide mensenoren.

Helemaal ongebruikt bleef die kamer na mijn vertrek uit de ouderlijke woning overigens niet. Mijn vader palmde ze in als bureau, maar met veel respect voor de bestaande inrichting. Aan de muur hing intussen wel een door hem daar aangebrachte kader houdende een afdruk van de voorpagina van Gazet van Antwerpen van 23 juni 1926. Op die dag is ‘onze papa’ geboren als Joske en ergens in de jaren ’90 bood de Frut de mogelijkheid om een afdruk van voorpagina’s van een gewenste datum aan te schaffen, een aanbod waarop we dus gretig ingingen dat jaar dat we niet weer eens een das wilden kopen ter zoveelste viering zijner baring. (Toen ik ouder werd, kocht ik voor zijn 23e juni steevast een boek waarop dan even steevast zijn plagerige en niet helemaal los van de feiten staande reactie volgde, na het openmaken van het pakje: “ah, dus dat boek had je graag eens gelezen”. Gelukkig voor ons beiden overlapten onze boekvoorkeuren zich in voldoende mate.)

Calotteken

Ik bekeek de kader met die voorpagina en stelde weer vast hoe gedreven toeval er naar streeft om de eer af te dwingen met een hoofdletter geschreven te worden. Want Toeval was nadrukkelijk aanwezig op die voorpagina.

Op de dag dat mijn vader werd geboren, verscheen vooraan in Gazet van Antwerpen een stukje geschreven door een zekere Wannes. Zesenzestig jaar later, toen geen der betrokkenen enige weet had van die voorpagina, werd een kleinzoon van hem geboren en vond de schakel tussen hen beiden – ik dus – het geen slecht idee, in volle overeenstemming met de moeder van de pasgeborene trouwens, dat nieuwe wicht Wannes te noemen. Straf Toeval toch, vond ook ‘bompa’ toen hij de vaststelling deed, trouwens slechts luttele jaren na de geboorte van die kleinzoon.

Dat ‘stukje’, column zouden we nu zeggen, van die Wannes verhaalt de historie van een man die zijn vrouw bij de coiffeur onder handen laat nemen omdat ze zich “een calotteken” had laten aanmeten. Dat zinde hem niet en daarom “dwong hij de figaro niet het haar er weer aan te doen, het eenigste dat zou logiek geweest zijn, had het gekunnen, maar zijne vrouw zoodanig met de tondeuze te bewerken, dat zij van onder de handen kwam gelijk een schacht van het voormalige Pruisisch leer.” Dergelijk vrouwonvriendelijk gedrag lokte Wannes’ verontwaardiging uit want “we zijn hier Godlof nog bij de Zuid-Afrikaansche mooren niet”. “Sedert wanneer is de man in België zo meester over de haardracht van zijne wederhelft, als over die van zijn hond of zijn ezel?”, klaagt Wannes. Met grof geweld dreigen, zoals de manskerel in kwestie had gedaan, is dat “in den grond niet eene groote lafheid? Het meerendeel van de mannen dragen baard en snor gelijk hunnen vrouw liefst heeft. En nochtans, zij dreigen noch met vuisten, noch met tondeuzen. Laat er ons eens op denken, mannen, of wij ook langs dien kant niets van onze vrouwen af te leeren hebben.”

De kader onthult dus uit 1926 een pleidooi voor het wijs gebruik van soft power, een subtiele toespeling op wat veel later ‘extensions’ zouden gaan heten en vooral een Wannes die blijk geeft van een diep inzicht in ’s mensens psyche, bij vrouwen als bij mannen.

Op zijne beurt donderden

Op de voorpagina verder een groot stuk over ‘het Eucharistisch congres”, met het oog op de zielenzorg van de lezers van deze krant die van haar katholieke inborst geen moordkuil maakte. ‘Rusland een afgrond van zedeloosheid’ klinkt het boven de in grotere opmaak gezette hoofdtitel ‘’echtscheidingen en kindermoorden’ bij een ander artikel. Dat in het communistische Rusland een mondelinge aanvraag volstaat voor echtelijke scheiding en kindermoord (het gaat over abortus) gratis wordt uitgevoerd, ook wanneer die wordt uitgevoerd om reden van persoonlijke aard, toont volgens de redacteur voldoende de ontaarding aan van de Sovjet-Unie. Monseigneur Van Roey wordt gehuldigd in Kempenland als “zoon van de eigen streek”, want geboren in Vorselaar waar de onderwijssporen daarvan tot vandaag het dorp kenmerken. Op 25 april, amper een maand voor deze krant verscheen, was hij gewijd tot aartsbisschop van Mechelen. Dergelijke prestigieuze promotie zou in zijn geboortestreek niet ongevierd blijven want, besluit het artikel, ‘Zóó is Turnhout’.

Naast een mededeling uit het Staatsblad over de pensioenen, een stukje over de oudste man (105) en de oudste vrouw (108) van het land en een forse analyse over de politiek in ‘Rumenië’ beslaat een ruim verslag van de kamerzitting daags daarvoor een andere ruimte op de voorpagina van die woensdagkrant. Het besproken debat betrof ‘de perequatie der pensioenen’, in het bijzonder van legergeneraals. We mogen de diverse standpunten leren kennen. “De heer DE CLERCQ (front, in ’t Vl) staat verwonderd over de houding van den socialist Melckmans, die zulke hooge wedden voor de gepensioneerde generaals verdedigt, terwijl sommige invalide soldaten verplicht zijn de hand uit te reiken om te kunnen bestaan.” We vernemen verder onder meer: “de heer JACQUEMOTTE (comm.) dondert eens op zijne beurt”. Zo kennen we de communisten.

Jawel, toen namen kranten nog de moeite op de voorpagina uitgebreid verslag uit te brengen over het kamerwerk. Vandaag ervaren we dagelijks dat veel journalisten niets eens zelf nauwkeurig weten wat er in het parlement gebeurt, laat staan dat ze de lezer daar van op de hoogte zouden mogen brengen.

Over de (on)macht van het parlement wil wel eens laatdunkend gesproken worden en niet helemaal onterecht. De jongste weken probeer ik het onevenwicht een weinig te herstellen. Men zou evenwel de mening kunnen toegedaan zijn dat kranten voldoende subsidies ontvangen om uitgebreid en gedegen verslag uit te brengen van wat in de Kamer gebeurt én met kennis van zaken. Het zou de relevantie van onze wetgevende macht zeker ten goede komen en daarmee de kern van de democratie weer meer doen ontluiken. In 1926 deed een populaire krant als Gazet van Antwerpen daartoe haar duit in het zakje. Vergelijken met vandaag doet melancholisch mijmeren.

Enfin, Toeval alweer. Op de geboortedag van mijn vader schreef Wannes iets op de voorpagina en werd uitgebreid verslag gedaan van een kamerzitting. Zijn kleinzoon zou later Wannes heten en zijn zoon kamerlid worden. Ik merk het maar even op.

Kroeglopen

Zo’n stukje als dat van Wannes heet nu column maar stond eind vorige eeuw ook bekend als cursiefje. Kent u Simon Carmiggelt nog? Als Kronkel schreef hij jarenlang cursiefjes op de voorpagina van Het Parool, de Nederlandse verzetskrant waarvoor hij, zelf actief geweest zijnde in dat verzet, de pen voerde. Het laatste verscheen in 1983. Het feit dat hij op tournee ging met Willem Elsschot legt toch een iets nauwere band met Vlaanderen dan de opmerking dat ik Carmiggelts cursiefjesbundelingen graag kocht. Ik sluit niet uit dat de titel één dezer boekjes, ‘Kroeglopen’, een bezigheid waar de mensen zich eertijds wel eens aan waagden, sterk bijgedragen heeft aan het ontluiken van mijn belangstelling ervoor. Carmiggelts amusante schetsen van allerlei en zeker van de dagelijkse beslommeringen van doorsnee Amsterdammers lazen weg als boterkoek. Dat Kronkel een overtuigde sociaaldemocraat was, hinderde mij als lezer niet.

Onlangs botste ik via Youtube weer op Carmiggelt, in gesprek met Koos Postema. Vóór de VTM-tijd bood de Nederlandse televisie een in Vlaanderen veelbekeken alternatief voor het als saai bekend staande BRT-aanbod. Het ging er toch wat frivoler aan toe bij de televisiemakers ten noorden van ons. Koos Postema ken ik dus nog van die tijd.

Carmiggelt had het met die Postema over het fascisme. Vóór de oorlog liep de jonge journalist Carmiggelt de vergaderingen van fascistische groepen en groepjes af om daar in de krant Het Volk (met de Haagse editie Vooruit) verslag over uit te brengen. We schrijven 1978 als Postema hem over die tijd laat vertellen. Wat Carmiggelt echt eng vond was een slotzin in de Nederlandse vertaling van het op elk van die meetings gezongen fascistenlied Giovinezza: “Het fascisme zal u brengen al het geluk waarnaar gij smacht”.

Dat, vond Carmiggelt, “klinkt verschrikkelijk louche. Ik heb altijd een weerzin gehouden tegen mensen, politici die beloven dat ze ons het geluk zullen brengen. (…) Een politiek stelsel kan de mensen de minimale voorwaarden voor geluk ontnemen. Maar je kan ze niet massaal het geluk brengen. Dat is bedrog. Ik heb dan ook geschreven tegen de nieuwe vertaling van de Internationale waar in de laatste regel aan de mensen het geluk wordt beloofd.” Zoiets was tegen Carmiggelts “zere been”.

Hij vermeldt verder de weduwe van Osip Mandelstam, de dichter die in de kampen van Stalin was omgebracht. “Zij was na de Russische Revolutie een vrouw met veel idealen. Nu zou het allemaal komen. In de Stalintijd had ze dan bemerkt hoe dat in werkelijkheid ging.” Carmiggelt verhaalt dat een oude vriend die ze in Moskou tegenkwam tegen haar opmerkte “Eenmaal in ons leven hebben wij de mensen gelukkig willen maken. Dat zullen we onszelf nooit vergeven.” Ik sluit me graag aan bij de afkeer van de sociaaldemocraat Carmiggelt voor politieke kooplieden die handelen in gelukbrengerij.

Ter afsluiting van deze mijmering dan ook een diepe buiging voor Kronkel met de aanvullende mededeling dat wij onze kat zoveel jaren later – los van Carmiggelt want als knipoog naar Guido Gezelle wiens naam onze toenmalige straat droeg - Krinkel hebben gedoopt. Toeval, wellicht.

 

Zondagsmijmering verschenen op mijn Facebookpagina op 21 februari 2021.

 

Labels