De Icarusvlucht van Sihame

De Icarusvlucht van Sihame

De naam Sihame El Kaouakibi was de voorbije weken niet uit de media te branden en dat zal haar, tot voor kort godenkind, voor het eerst in haar korte maar steile loopbaan niet geplezierd hebben. Zelfs als er maar een fractie klopt van wat in haar dansschoenen wordt geschoven, dan is ze bij haar vlucht omhoog te dicht bij de zon gekomen.

Ho, ik hoed me er voor een voortijdig oordeel te vellen want lees ook maar de gazetten. En gazetten, die staan vol gazettenpraat. Dus toch nog even het eindoordeel afwachten. Ik beperk me tot enkele losse gedachten daarover om de paasmaandag wat in te vullen.

Veronderstel even dat het allemaal of zelfs maar deels waar is, wat natuurlijk wel zou kunnen, dan zal politicoloog Carl Devos niet de enige zijn bij wie de vraag rijst die hij stelde in De Afspraak op Vrijdag: “Welk systeem laat dat toe?”.

Goede vraag dus maar wat wordt met ‘dat’ bedoeld? Fraude? Daar is gemakkelijk op te antwoorden. Fraude is even oud als de mens; misschien wel één van dé kenmerken die de mens onderscheidt van het dier. Frauderende poedels, ik zeg maar wat, bestaan natuurlijk helemaal niet. Aangezien fraude des mensen is, moet er gecontroleerd worden, dat is duidelijk. Enkele bedenkingen daarover sluiten deze tekst af. Even afwachten dus.

Een andere interessante ‘dat’ betreft de opgang van het allochtone meisje uit dat kroostrijke Boomse gezin dat op slechts enkele jaren tijd het firmament bereikte van de diversiteitsscène en volgens aardig wat waarnemers op het punt stond ook de hoogste politieke tredes te bestijgen. Ze deed dat als social entrepreneur, een woord waar mijn ouders zich niet eens iets bij konden voorstellen maar dat voor haar fungeerde als een deeltjesversneller. Dus even niet over de val maar wel over de klim.

Het lijkt me alvast dat niet alleen ‘het systeem’ fout zit. Een aantal mechanismen die speelden (als het waar is hé, de genoemde slag blijft uiteraard om de arm) hebben niets eens veel te maken met systemen maar wel veel met de condition humaine. De mens zit nu eenmaal wat apart, soms ronduit fout in elkaar en de verzameling van mensen, samenleving genoemd, ontloopt dat euvel absoluut niet.

Oepkoom

“Den oepkoom is alles”, zeggen ze in Antwerpen. In modern Sihame-Nederlands wordt dat dan: “You can only make one first impression”. Jaren geleden, ik weet niet meer waar, deed ik zo’n eerste ‘impression’ op van Sihame. Die is samen te vatten met één woord: charisma. Ze trekt de aandacht van de hele tent, praat mooi, gevat en overtuigend, straalt zelfvertrouwen uit en charme. Zij is zo iemand waar een hele receptie rond draait eens ze door de deur naar binnen schrijdt. Mensen met die gave starten met vele streepjes voor, of ze nu stofzuigers verkopen, een idee of zichzelf.

Een tweede alom gekend fenomeen staat bekend als “het gat in de markt”. Allochtonen komen te veel in het nieuws – terecht én onterecht – met negatief gedoe. Uiteraard staan we graag open voor succesrijke rolmodellen met een kleurtje. Het Sihame-verhaal, met zo veel talent uitgestraald, viel perfect in het gat dat we allemaal – op geharde racisten na – graag ingevuld zien. Wie Sihame ooit bezig zag, zag hoop bevestigd en niet alleen liefde maakt blind; hoop doet dat ook. Niets is zo gemakkelijk te geloven als wat je wil geloven.

Gooi er het Mattheüs-effect bij. “Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden; maar wie niet heeft, hem zal nog ontnomen worden zelfs wat hij heeft”, schreef evangelist Mattheüs in 25:29. Zij had (het) en kreeg. Na de eerste succesrijke bedelbeurt bij Koning (politiek) of Kapitaal (bedrijfsleven) volgt snel een tweede, nog sneller de derde en de rest na een vingerknip.

Vooroordelen, kuddegeest, aflaten en morele chantage

Het is eveneens een kwestie van, jawel, vooroordelen: de redenering ‘als die-met-naam gegeven heeft, dan zal zo’n project wel betrouwbaar zijn’ is natuurlijk niemand onbekend. Het idee van Let’s Go Urban is ook gewoon sterk en aantrekkelijk, laten we dat toch niet vergeten. Mevrouw El Kaouakibi trok de straat niet op om aftandse faxtoestellen te slijten (al was ook dat haar zeker een tijd lang gelukt).

Noem het ook gewoon kuddegeest, het ‘als iedereen geeft aan Sihame, dan kan mijn bedrijf niet achter blijven’-principe. Stel je voor dat je als bedrijf niet kunt uitpakken met steun aan wat snel Vlaanderens troetelchouchou geworden was.

En jawel, haar succes volgde natuurlijk ook uit de toenemende kracht van het woke denken dat uitsluit wie weerstand biedt tegen de slachtoffer-cultuur. Een neen aan het fenomeen Sihame kon snel vertaald worden als een neen aan de diversiteit, een afwijzing van het Vlaanderen van morgen. Dat etiket wil natuurlijk niemand opgekleefd krijgen, toch niemand met geld of macht. In tegendeel, een enveloppe richting Sihame leverde een aflaat op richting het walhalla van de multicultuur.

Kritiek leveren op Sihame leverde dan weer vooral tegenwind op en wie zoekt nu tegenwind als die vermeden kan worden? Los van de vraag of er voldoende controle werd uitgeoefend op het gebruik dat zij maakte van subsidies (overheid) of steun (bedrijfsleven), welke brave controlerende pennenlikker van een ministerie, stadsdienst of financiële afdeling van een bedrijf zou het wagen te suggereren dat icoon Sihame niet helemaal volgens het boekje handelt?

Niemand zat in een positie om het hele plaatje te kunnen overschouwen, daarvoor was het opgezette kluwen wel wat te ingewikkeld. Dan volstaat een vermoeden van eventuele malversaties op een onderdeel niet om het risico op banbliksems op te roepen. Racist? Vrouwenhater? Verzuurde blanke man? Welke brave borst wil zijn rustig kabbelende leven met die verwoestende verwijten verstoord zien?

Pesterige laagheid

Keren we terug naar november 2020. De Standaard interviewt mij en de naam Jan Jambon valt. Je kan over Jan veel zeggen maar niet dat die opstaat en gaat slapen met de bekommernis 'hoe het zit met zijn imago'. Dat zal hem, wellicht te veel zelfs, worst wezen. In antwoord op een vraag daarover laat ik me toch wel het volgende ontglippen zeker: “Jan heeft inderdaad geen marketingbureau in dienst om een figuurtje te creëren, zoals Sihame El Kaouabibi”.

Het floepte er uit. Ik vond haar wel dé illustratie van een politiek marketingproduct. Bij elk optreden van haar verloor ze, vond ik, meer en meer van alles wat onder authenticiteit kan begrepen worden. Dat een marketingbureau iedere stap begeleidt die ze zet, was me bovendien toevallig ter ore gekomen. Onwettig is dat niet maar ik hou niet van die manier van politiek bedrijven. Dat ze op grote voet leeft, was in het Antwerpse geen geheim en misschien wat apart voor iemand die zich laat voorstaan vooral bezig te zijn met kansarme jongeren. Sociaal werk heeft niet de naam bijzonder lucratief te zijn. Noem mijn oprisping gewoon opspelende mannelijke intuïtie maar ik was van mijn geloof gevallen.

Enfin, ik heb het geweten want De Standaard drukte die uitspraak wel mooi af. De VLD-politica reageerde op twitter met het verwijt dat ik “uit het niets projecteerde”. Het leverde haar ruim 700 likes en veel ondersteunde reacties op – voor zo ver ik het me herinner, want gisteren verdween haar tweetaccount plots uit de ether en daarmee die reacties.

Blanke mannelijke verdedigers

Dat een aantal partijgenoten haar verdedigden tegen mijn uitspraak past nog wel binnen een logica. Maar ook anderen reageerden verbolgen op mijn vingerwijzing. Ignaas Devisch, een filosoof, verbonden aan de Universiteit Gent, reageerde fel: “Peter de Roover noemt in DS @SihameElk een 'figuurtje'. Ik ben diep beschaamd in zijn plaats. Tegelijk moet het Sihame sterken in de vaststelling dat ze politiek gesproken tenminste een vorm aanneemt - letterlijk een figuur is - die ergens voor staat.” Het leverde hem ook zowat 700 likes op en talrijke verwijten aan mijn adres. Wat je wil geloven, geloof je immers graag zoals al opgemerkt.

Een korte bloemlezing: “De uitspraak toont aan dat Sihame Peter de Roover irriteert, en dus is ze goed bezig. Respect !”; “N-VA'er Peter De Roover noemt @SihameElk (Open Vld) in De Standaard 'een figuurtje'. Wat een respectloosheid. Wat een pesterige laagheid, alweer.”; “N-VA fractieleider Peter De Roover vandaag in De Standaard: “Jan (Jambon) heeft inderdaad geen marketingbureau in dienst om een figuurtje te creëren, zoals @SihameElk Zo denigrerend. Zo respectloos. Zit vernederen dan toch in hun DNA?”; “Gewoon. Bange blanke oude man.”; “Intelligente, welbespraakte vrouw een figuurtje noemen, maakt van De Roover een kleinzielig, verongelijkt typetje.”; “We wisten toch al langer dat De Roover een lul is. Wat heeft hij voor nuttigs gedaan? De lidwoorden en taalfouten van Wilmès verbeterd.”; “Partijen met Trumpiaanse trekken. The world is watching. Karma is a bitch.” (Karma bleek inderdaad een bitch); “In tegenstelling tot @PeterDeRoover1 heeft @SihameElk tenminste inhoud!”; “Peter de Roover is een anagram voor ‘Kijk daar ’n loser’ #weetje”.

Gewoon even voor de duidelijkheid opmerken dat de negatieve commentaren in grote meerderheid kwamen van blanke mensen, in de meeste gevallen van mannelijk kunne. Ooit uitte mevrouw El Kaouakibi de erg veralgemenende beschuldiging ‘het zijn bijna altijd witte mannen’ en dan blijkt die veralgemening plots heel erg van toepassing op haar eigen supportersclub.

Wie in de keuken staat, moet tegen de hitte van de oven kunnen en dat geldt zeker voor politici. Die reacties brachten mij dan ook niet van mijn stuk, niet omdat ik een heldhaftig type zou zijn maar omdat sociale media nu eenmaal zo werken. Het went, een beetje toch. Ik was ook niet vergeten dat ik ook ooit in haar ban verzeild was geraakt.

Dat mensen die in een minder onafhankelijke positie staan uit zo’n twittersalvo’s leren dat het verstandig is zich niet te verzetten tegen opgehemelde figuren, snap ik ook weer wel. Koppensnellers scheren laag over het maaiveld dus kan bukken een verstandige overlevingsreflex zijn.

Kortom, er zijn nogal wat normale mechanismen in het menselijk optreden die verklaren waarom mevrouw El Kaouabiki zo lang tegenwind heeft kunnen vermijden. Bij elke subsidie of privégift heeft één of meer van die opgesomde mechanismen gewerkt.

Voor de VLD werd dit een uitermate pijnlijk verhaal maar eigenlijk kan dit die partij niet eens echt verweten worden (er zijn veel andere dingen die de VLD wel terecht te verwijten zijn). Somers, Rutten en co. trapten in een val omdat ze verblind waren door de droominvulling van hun droomproject. Dat veroorzaakt altijd wel wat goedertrouwheid, een beetje te veel soms. Het zag er zo mooi uit.

Subsidietrein

Laten we afsluiten met Carl Devos’ vraag waar het systemisch fout zat. Tja, shit happens dus maar als je dan toch naar een systemische verklaring zoekt: subsidies verlenen, houdt per definitie het risico op misbruik in.

Waarom niet meer controle dan? Goede vraag alweer die meteen ook duidelijk maakt dat de kostprijs van subsidies veel hoger ligt dan de som van die subsidies. Er hangt nog een hele trein administratie achteraan, een trein die blijkbaar in dit geval niet eens genoeg wagonnetjes telde.

Politici debatteren over de juiste maatschappelijke doelstellingen; overheidsdienaren stellen de erkenningscriteria op; hun collega’s ontvangen de aanvragen; commissies beoordelen die aanvragen; weer andere ambtenaren stempelen de vinkjes af die het gebruik verantwoorden op basis van dossiers opgesteld door mensen die door de gesubsidieerde instelling worden aangeworven om het subsidiedossier op te stellen en te verdedigen. Vergeten we de evalueerders niet. Kortom, het fenomeen subsidies omvat een klein leger van aanvragers, beoordelaars, controleurs, dossierverdedigers, vinkjesvangers, stempelzetters en commissies waar in beroep kan worden gegaan. Subsidies zijn leuk voor de ontvangers maar ook de overheid wordt er ‘beter’ (lees: ‘vetter’) van.

En op het eind van het verhaal blijkt de overheid dan toch nog niet genoeg controleurs ingezet te hebben, mankeerden er toch nog wagonnetjes zodat de mazen van het net groot genoeg blijven voor malafide subsidieslurpers.

Lees in de vorige regels geen pleidooi tegen elke vorm van subsidiëring, wel één voor een gezond wantrouwen tegen dat overheidsfenomeen. Iets terughoudender mag absoluut want elke subsidie houdt het risico van bedrog in. Het nog verder aandikken van het controleleger legt een nog grotere last op de schouders van de belastingbetaler en vormt dus een remedie die meteen ook een kwaal mag genoemd worden.

(Ja, er is nog van alles over te zeggen natuurlijk maar dat kan u in zowat elke krant lezen. Ik ben voor vandaag uitgemijmerd.)

Deze zondagsmijmering verscheen voor het eerst op mijn Facebookpagina op 5 april 2021.

Labels