De bijeenkomst van de EU en Turkije

De bijeenkomst van de EU en Turkije

Vraag van de heer Peter De Roover aan de eerste minister over "de bijeenkomst van de EU en Turkije". 

 

Mijnheer de eerste minister, ik heb u op 3 december 2015 vanop dezelfde plaats enkele vragen gesteld over hetzelfde thema. Ik ben toen begonnen met de spijtig genoeg heel realistische vaststelling: “Vrienden kies je, bondgenoten overkomen u.”

Ik herinner mij trouwens dat CD&V toen ook op dezelfde manier, lachend, gereageerd heeft. Plus ça change, plus ça reste la même chose.

Wij zijn vandaag ruim drie maanden verder. Sommigen willen het buitenlands beleid blijkbaar voeren in een vacuüm, alsof er buiten dit halfrond met zijn hooggestemde idealen geen andere realiteit zou bestaan.

Toen minister Reynders en een aantal andere ministers deze week naar Ankara vertrokken, wou het toeval dat dit in een bijzonder pijnlijke periode gebeurde. Ik meen toch dat wij niet kunnen toegeven aan het idee dat wij ons aan de realiteit van de wereld kunnen onttrekken en kunnen doen alsof de buitenwereld alleen handelt volgens de principes die in dit halfrond naar voren worden geschoven.

Wij zijn voorstander van een realistische en pragmatische benadering. Maar, mijnheer de eerste minister, dit gezegd zijnde, de indruk ontstaat… Enkele maanden geleden, op 19 oktober 2015, heb ik u in de commissie voor de Europese Aangelegenheden ook over deze zaak aangesproken. Ik heb toen gezegd dat wij dreigen terecht te komen op een hellend vlak, dat wij dreigen terecht te komen in een interne Turkse agenda, en dat wij dreigen terecht te komen in een chantagesituatie.

Ik moet vaststellen, mijnheer de eerste minister, vijf maanden na mijn eerste interventie en drie maanden na mijn tweede, dat de feiten ons wat dat betreft niet hebben gerustgesteld. Vandaag lezen wij dat de Turkse minister voor Europese Zaken heeft gezegd dat het akkoord alleen geldt voor toekomstige vluchtelingen, en dat het op zijn best gaat over enkele honderdduizenden, niet over miljoenen, mensen.

Vandaar de vragen die ons bekommeren, tegen de achtergrond van een pragmatische benadering.

Hoe kunt u ons garanderen dat Turkije, dat zoals gezegd door vorige sprekers een weinig vertrouwenwekkend verleden heeft wat afspraken betreft, de afspraken enigszins zal naleven? Hoe kunt u ons garanderen dat de middelen die wij ter beschikking stellen voor de opvang van vluchtelingen ter plekke, iets waar wij in principe zeer zeker voorstander van zijn, niet misbruikt zullen worden door het regime? Hoe kunt u garanderen, en dat gaat misschien net iets verder, dat de routes die bijvoorbeeld over zee vandaag onderdeel uitmaken van het akkoord, niet worden omzwermd door andere routes, ook over Turks grondgebied, over land, zodat de inhoud van deze afspraken ook door Turkije zou kunnen worden uitgehold? Onze bekommernissen daarover, mijnheer de eerste minister, zijn uitermate groot.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------

Mijnheer de voorzitter, het is hier vastgesteld dat alles waarover wij het vandaag hebben het gevolg is van een compleet falend Europees beleid aan de buitengrenzen. Daarvoor betalen wij vandaag een zeer hoge prijs.

Tegen die achtergrond ben ik toch blij dat onze ministers zich tijdens hun bezoek aan Turkije deze week niet willoos aan de voeten van de Turkse opponent hebben gegooid en daar, onder meer in het licht van de wijze waarop Turkije met de Koerden omspringt, duidelijk hebben gezegd dat wij voor bepaalde waarden staan en niet bereid zijn om in alle omstandigheden alles te accepteren.

Mijnheer de eerste minister, wat de toekomstige toetreding van Turkije betreft, er zijn vandaag talloze voorwaarden waaraan absoluut niet is voldaan. De voorbije maanden is men verder af van een lidmaatschap gegaan in plaats van dichterbij. Ik wil daarover het volgende zeggen. Alle verdedigers van de Europese gedachte in dit halfrond moeten zich er ten volle van bewust zijn dat een eventuele toetreding van Turkije tot de Europese Unie de draagkracht van het hele Europese verhaal wellicht definitief zou doen barsten. Elke vriend van de Europese gedachte moet weten dat op dat ogenblik dat verhaal wellicht ten einde zal zijn. Dat is ook een argument in dit debat.

In de Tachtigjarige Oorlog kwam een aantal mensen bij Margaretha van Parma. En als wij het over Europa hebben, wil ik afsluiten met een citaat van Berlaymont, die toen tegen Margaretha van Parma zei: "N'ayez pas peur, madame, ce ne sont que des gueux". Ik mag hopen dat wij niet als schooiers Turkije tegemoet blijven treden.

 

Plenaire vraag van 10 maart 2016

Foto: Belga