Coronabestrijding en Vrijheid: het ongemakkelijke koppel

Coronabestrijding en Vrijheid: het ongemakkelijke koppel

 

Vrijdag was ik te gast bij Ivan De Vadder op de eindeweekversie van De Afspraak. Dat programma geeft wat meer ruimte om voorbij het ene treffende citaat te gaan. De uitzending duurde vrijdag 11 minuten langer dan gepland, dus de ‘makers’ vonden het wel fijn lopen, vermoed ik. Tafelgenoten Rik Van de Walle, Gentse rector, en Bart Brinckman, DS-journalist, maakten een gesprek met inhoud mogelijk.

Maar het blijft een programma op televisie met alle beperkingen van dien. Toen ik over het corona-probleem wat wilde terugkeren van de directe politieke agenda naar een naar mijn mening onderbelicht basisprobleem, kwam De Vadder tussenbeide. (Zie fragment. Later in de uitzending kwam ik er nog even op terug.)

Ik begrijp de moderator wel enigszins. Zijn programma overloopt de politieke actualiteit van de week en ik stapte toch wel wat buiten mijn strikte rol van parlementslid.

Maar, zoals gezegd, probeerde ik een kernprobleem bij de corona-bestrijding aan te snijden. Goede verstaanders hebben de kern van mijn analyse wel opgepikt maar ik verwoord ze hier graag een beetje uitgebreider, zonder het probleem helemaal uit te putten trouwens. Een zondagsaanzet zullen we het noemen.

IN EEN SCHUIT

Het corona-virus vormt een ernstig en breed maatschappelijk probleem. Niemand ontkomt er helemaal aan en het kan niet opgelost worden voor enkelen. We krijgen het onder controle voor iedereen of voor niemand. We zitten in één schuit.

Iedereen kan echter vaststellen dat de maatregelen niet algemeen worden opgevolgd. Dan reageren beleidvoerders graag door ze te verstrengen.

Nemen mensen met meer dan de toegelaten 5 promille alcohol in het bloed toch nog het stuur in handen? Dan pleiten bepaalde politici voor het verlagen van die 5 naar nul als oplossing terwijl het niet-naleven van de bestaande grens het probleem vormt. Ik heb die logica nooit gesnapt en ze ondermijnt de ‘draagkracht’ (jawel) van nieuwe maatregelen bij degenen die de oude braaf volgden.

Terug naar corona. Het probleem zit dus bij het gebrek aan handhaving, zo lijkt het. Juist, eenvoudiger wordt het daarmee echter niet.

Maximaal 4 mensen thuis ontvangen. Mooi, maar we willen toch geen agenten in de woonkamer om te controleren?

Bovendien (en daar faalt het federale beleid schromelijk) steunen vele maatregelen niet op deugdelijke juridische onderschoring zodat een rechter onlangs een corona-boete zowaar als ongrondwettelijk afwees. Al te repressieve/willekeurige overheden vormen natuurlijk ook een gevaar.

GEZAG OF GEZAAG

Maar er is nog een maar. Het betwisten van gezag vormt zowat dé grootste culturele omslag, al ingezet bij de reformatie en de Verlichting (steunend op nog oudere voorbeelden) maar op een roetsjbaan geduwd sedert de zogenaamde mei ‘68-revolutie.

Priesters werden opzij geduwd en verdwenen. Vaders, leraars, bewindvoerders... ze ondergingen allemaal dezelfde degradatie.

Het slaafs buigen voor gezag dat alle geloofwaardigheid verspeelde, is zonder meer een goede zaak. Het versteende ‘Waarom? Daarom!’ werd terecht aangeklaagd maar in die beweging promoveerde de permanente Twijfel tot enige waarde. Elke vorm van corrigerend optreden kreeg het odium ‘repressie’ en evolueerde van verdacht naar onaanvaardbaar. Gezag en gezaag werden tot synoniem verklaard.

Geef toe, we zijn allemaal kind van die cultuuromslag - ik alleszins heel erg. Mijn hals is niet geoefend in de beweging die het ja-knikken vereist.

VRIJ OF ONGEBONDEN

Leve de vrijheid, wat zeg ik, leve de Vrijheid. Maar bij die slagzin kan het niet blijven. Die gehechtheid aan Vrijheid dwingt ons uiteraard daar een inhoud aan te geven. Dikwijls wordt vrijheid vereenzelvigd met ongebondenheid. Daar loopt het echter mis.

Ongebondenheid is doorgaans een codewoord voor gebondenheid aan directe eigen impulsen. Dat pad eindigt in ongebreideld egoïsme waarbij het enge directe eigenbelang overblijft als enige criterium om eigen doen en laten te beoordelen. Tegenover de andere rest onverschilligheid - tenzij het eigenbelang anders vraagt - handig verpakt als tolerantie, er zodoende nog een politiek correcte draai aan gevend.

Vrijheid kan niet losstaan van het streven naar het goede (en wat dat dan is, daarover verschillen tijden en ruimtes van mening maar dat het in een bepaald tijdvak en een concrete ruimte niet zou bestaan, is toch een eerder nieuwerwetse opvatting).

Als vrijheid losgekoppeld wordt van de verantwoordelijkheid die te gebruiken ten bate van het goede ontstaat er een vacuüm tussen ongebreideld de eigen goesting doen en de handhavende, repressieve overheid.

Een vacuüm vult zich altijd. Ofwel doet ‘de ongebreidelde goesting’ dat en dan volgt de strijd tussen mens en mens en daarop de chaos, met bijvoorbeeld uitslaande virussen als gevolg; ofwel vult ‘de handhavende’ overheid het gat ter bestrijding van die chaos en dan schuiven we op, zeker in crisistijden, naar repressieve en totalitaire toestanden met tot in de diepste poriën van ons bestaan binnendringende overheden.

Die strijd speelt zich vandaag af onder onze ogen en dat bekommert me zeer want ik vrees beide sollicitanten om dat vacuüm op te vullen.

“En met welke tovermaatregel los je dat op politicus De Roover?” Ik zei toch dat ik me hier even buiten mijn rol van wetgever plaatste. Op zondag iets breder nadenken, contempleren over wat aan het gebeuren is, daar is die zevende dag toch voor geschapen?

 

Artikel geplaatst op mijn Facebookpagina op 25 oktober 2020.