Afghanistan: Kroniek van 20 jaar collectief falen

Afghanistan: Kroniek van 20 jaar collectief falen

Dat Afghanistan de blijvende nasleep van de overstromingswaterellende heeft weggedrukt uit de media, roept de vraag op naar de wispelturigheid van onze nieuwsgaring. Welke aandacht kreeg Afghanistan vóór de toestand uit de hand liep? Waarom wordt de dagelijkse strijd van mensen in Pepinster, Trooz en de andere Chaudfontaines alweer naar de binnenbladzijden verwezen, als ze überhaupt nog op enige aandacht mogen rekenen?

Morgen donderdag staat er eindelijk een commissiezitting in de Kamer op de agenda over de Afghanistan-situatie. Onze fractie vroeg die al weken geleden. Eindelijk komt ze er.

Nog langer geleden, eind juli, drongen wij aan op een dringende zitting van de commissie binnenlandse zaken over de falende aanpak bij de watersnoodramp. Die zal plaatsvinden op 1 september, jawel ruim vier weken na ons schrijven aan de parlementsvoorzitter (PS) en de commissievoorzitter Binnenlandse Zaken (VB). Onbegrijpelijk.

Wij blijven de overstromings-tragedie strikt opvolgen. Vandaag ga ik even in op het thema dat morgen (eindelijk) op de Kameragenda staat.

Afghanistan: Kroniek van 20 jaar collectief falen

… en van het einde van een illusie

De beelden die ons de afgelopen week vanuit Afghanistan bereikten, zullen niet licht uit het collectieve geheugen verdwijnen. Chaos aan de luchthaven, wanhopige mensen die zich vastklampen aan het landingsgestel van vliegtuigen en te gronde storten, afbeeldingen van vrouwen in het straatbeeld die worden overschilderd, de taliban die meteen deur aan deur gaat en begint met de vergeldingsactie... Twintig jaar buitenlandse inmenging die met een slotstuk recht uit de Götterdämmerung tot een apocalyptisch eind komt: ook al gebeurt het duizenden kilometer ver van hier, het doet wat met een mens want beelden brengen alles zo treffend in de huiskamer.

Eén logische vraag dringt zich op: hoe kon het zo gruwelijk mislopen? Er is daarover heel wat inkt gevloeid, in alle talen die onze planeet rijk is, elkeen met zijn/haar eigen meningen en argumenten. Ik las al heel wat opinies, de ene al beter dan de andere. Die van Joris Versteeg, een voormalig analist voor het Nederlandse ministerie van Defensie, valt op als zeer sterk en logisch onderbouwd. Zijn conclusie? Zowat iedereen heeft boter op het hoofd in dit onoverzichtelijk kluwen.

Ook interessant was het interview vandaag in De Standaard met Sven Biscop van het Egmont-instituut en de opiniebijdrage in diezelfde krant van politiek filosoof Luuk van Middelaar onder de titel: “Nee, de hele wereld wordt niet als wij”.

Zelf ben ik al jaren tegenstander van het idee dat wij wereldwijd de door ons zo graag universeel genoemde democratische waarden wereldwijd te gaan opleggen. De titel van Middelaars stuk vat het goed samen. Die illusie dat de hele wereld zit te wachten op wat eigenlijk alleen maar min-of-meer behoorlijk lijkt te functioneren in een klein deel van de wereld (vergis ik me met het vermoeden dat het vooral over dat deel van de wereld gaat waar met een uitgesproken christelijke traditie?) lijkt met de gebeurtenissen in Afghanistan een zware nekslag toegebracht te zijn.

Van Middelaar schrijft: “Het hoogreikende, universalistische en interventionistische moment van pal na 9/11 bracht de VS een enorm, dubbel echec. Chaos in Afghanistan en algauw in Irak en het Midden-Oosten, plus China op een podium gehesen.”

Sven Biscop, in dit soort zaken toch een van de meest vooraanstaande stemmen, zet zich op een duidelijk realpolitiek standpunt. Zijn recente boek ‘Make Europe Great Again’ kon me zeer bekoren, zonder met het hele verhaal helemaal akkoord te gaan. Biscop benadert internationale politiek ten minste rationeel, zoals vandaag ook blijkt in De Standaard. Een cruciaal citaat daaruit: “Het gaat in tegen het idee van de Navo-landen dat wij iets moeten doen aan humanitaire crisissen of zware schendingen van de mensenrechten, overal ter wereld. Maar wij zijn de enigen die zo denken. Het is een idee dat altijd selectief is toegepast. Maar vaak veroorzaak je meer problemen dan je er oplost. Het is veel verstandiger om een krachtig militair apparaat uit te bouwen als afschrikkingseffect, maar zo weinig mogelijk in te zetten. Je komt beter alleen tussen als je eigen belangen direct op het spel staan.

Maar wij durven precies niet te zeggen dat we ergens interveniëren uit eigenbelang. We maken er altijd een verhaaltje van: we zijn hier voor de democratie en de mensenrechten. Maar wanneer is een staat dan democratisch genoeg om te kunnen vertrekken? Elke oorlog wordt oneindig als je zegt dat je die voert om een ideale democratie te creëren. Je streeft beter naar stabiliteit.”

Het zijn woorden die me uit het hart… neen, uit de hersenpan gegrepen zijn. Inderdaad, niet uit het hart, want de droom van die betere wereld die we samen opbouwen is zo mooi dat we er uiteraard niet graag afscheid van nemen. Vandaar dat ik indertijd de inval van Geroge W. Bush in Irak nog toejuichte. Ik genas er helemaal van maar heb de ‘ziekte’ van de valse illusie wel doorgemaakt.

Langs rechts vertaalt die drift om de wereld naar onze hand te zetten zich in militaire actie, aan de linkerzijde krijgt diezelfde ambitie de vorm van een resolutieregen. De illusie dat de wereld “wil worden zoals wij” bestaat zowel aan de linker- als aan de rechtskant van het politieke spectrum.

Blame the Americans

Terug naar het Afghanistan-verhaal en de analyse van Versteeg. Hij

wijst eerst de Amerikanen met de vinger, die in 2001 kort na de aanslagen van 9/11 het land binnenvielen, mét gegronde redenen. De Afghanen leefden toen ook onder het juk van de taliban, die er een waar schrikbewind voerden en een veilig toevluchtsoord boden voor de terroristen van Al-Qaida. Kopstuk Osama Bin Laden kon er de aanslagen op de Twin Towers beramen zonder dat hem een strobreed in de weg werd gelegd. Ook de toenmalige paars-groene regering in België stuurde zo’n 500 soldaten om het land te gaan 'bevrijden'.

Bij de ‘westerse’ invasie - met goede redenen opgestart - ontbrak het de toenmalige bevelhebbers echter aan een langetermijnvisie voor het complexe land dat Afghanistan is. In geen tijd werden de taliban van de macht verdreven maar toen begonnen de problemen pas. Het lukte nooit om de taliban volledig te verslaan, die zich konden hergroeperen in Pakistan, en de nieuwe regering onder Karzai was een schoolvoorbeeld van een corrupte marionettenstaat die het niet nauw neemt met de democratische beginselen. Versteeg schrijft dat rond 2017, in het jaar dat de meer isolationistisch ingestelde Donald Trump aan de macht kwam, ook bij analisten in het Pentagon de consensus ontstond dat Afghanistan een verloren zaak was en dat men beter via een deal met de taliban gezichtsverlies tot een minimum kon proberen te beperken.

In zijn verkiezingscampagne stelde Trump in geen onduidelijke termen gesteld dat de VS niet langer iets te zoeken had in Afghanistan. Die boodschap sloeg aan bij zowel democraten als republikeinen, nochtans de partij van illustere interventionistische neo-conservatieven als George (H.)W. Bush, Dick Cheney en Donald Rumsfeld. In ‘The Donald’ zijn kenmerkende haast kwam er al snel een deal met de taliban waarbij de Amerikanen heel wat concessies deden. Hoewel Joe Biden nu het leeuwendeel van de kritiek ontvangt, voert hij in grote lijnen eigenlijk alleen maar de deal van Trump uit. De taliban trok zich echter niets van het akkoord aan en dook in het gat dat de VS achterliet.

Blame the Afghans

Waar veel salonfähige opiniemakers nogal snel de westerse wereld als grootste schuldige aanduiden, treft eigenlijk het Afghaanse leiderschap de meeste blaam. Ondanks een leger van zowat 300.000 man sterk en state-of-the-art Amerikaans legertuig kon de taliban het Afghaanse leger in geen tijd oprollen. Dat getuigt toch van weinig leiderschap en nog minder vechtlust. Versteeg schetst dan ook een vernietigend beeld van het Afghaanse leger, eerder een bolwerk van corruptie en winstbejag dan militaire competentie. In aanloop naar de inname van Kaboel hoorden we maar weinig van grootschalige gevechten aldaar, en met een reden. Het merendeel van de impressionante terreinwinsten gebeurde immers zonder dat één kogel werd verschoten. Nog voor het tot een treffen kwam kozen de militairen het hazenpad, met het gekende desastreuze resultaat.

Terecht hekelt Versteeg de rol van president Ashraf Ghani, die met z’n staart tussen de benen en blijkbaar auto’s en een helikopter vol cash geld het land ontvluchtte terwijl de strijd om Kaboel nog volop woedde. Hoewel Ghani zijn cv best indrukwekkend genoemd kan worden, slaagde hij er nooit in om een sterke regering op poten te zetten die de bevolking kon enthousiasmeren. De Afghaanse soldaten waren niet bereid hun hachje te riskeren voor valiezenvuller Ghani en de zijnen.

Vergeten we niet dat in die 20 jaar ruim 50 000 Afghaanse regeringssoldaten sneuvelden (de voornamelijk mannelijke tol) naast de ook naar schatting 50 000 burgerslachtoffers (waarin uiteraard veel vrouwen en kinderen begrepen zijn).

Het Afghaanse volk geslachtofferd

Met pijn in het hart moet men toegeven dat 20 jaar Westerse inmenging helemaal niks heeft opgeleverd. We zijn terug van af, met een moordlustig Islamistisch regime waarvan gevreesd moet worden dat het het leven van haar inwoners tot een hel zal herleiden. Ik denk nu vooral aan de miljoenen Afghaanse meisjes en vrouwen, wier potentieel immer onbenut zal blijven, al zal een groot deel daarvan vrede mee nemen, want zo staat het immers in de Koran neergepend.

De enige les die het Westen uit dit kolossale falen kan trekken, is dat we in het Midden-Oosten niks te zoeken hebben, althans niet als actieve regime-installateur. We trekken binnen in plaatsen als Irak, Syrië, Libië en Afghanistan met op papier mooie idealen in een al dan niet goedbedoeld missionariscomplex en het enige wat we bereiken is het tot een kookpunt brengen van reeds bestaande tegenstellingen binnen die landen. Onze westerse verlichtingswaarden mogen vanuit filosofisch standpunt superieur zijn aan de enggeestige radicaal-Islamitische ideeën die in veel van bovenvermelde landen heersen, je kan die niet via bombardementen en dwang opleggen. Vele mensen in vele landen staan niet te springen voor die democratische waarden.

Je kan zelfs stellen dat het westen de voorbije veertig jaar dikwijls bijdroeg aan de opkomst van een radicale Islam. In zowat elk land waar het westen een despoot aan de macht hielp – de voorbeelden zijn legio – dreef de repressie en de corruptie de lokale bevolking in hun zoektocht naar een authentiek alternatief eerder in de armen van radicale groeperingen dan in die van het formele democratie-verhaal. Die maakten daar dankbaar gebruik van.

In grote steden, zoals Kaboel, vormde zich iets van wat we een verwestering zouden kunnen noemen. Maar zoals doorheen de hele geschiedenis vormen stedelingen weliswaar een voorhoede maar niet per definitie een meerderheid of zelfs maar beslissende factor. De kloof tussen die elite en de plattelandsbevolking is erg groot. Maar die stedelijke progressieven hebben om vele redenen wel directer contact met het westen en bepalen zo ons beeld van die landen bovenmatig. Hun leefwereld lijkt dan aan de winnende hand te zijn, terwijl ontwikkelingen op het platteland buiten het westerse kijkveld vallen.

De combinatie van de kloof tussen een globaal georiënteerde stedelijke elite en het traditionele platteland én het fenomeen van corrupte en – om aan de macht te blijven – dikwijls ook repressieve machthebbers en het islamisme dat zich voordoet als sociaal, anti-elitair en lokaal gebonden, zorgt voor een wankele toestand die dreigt in te stuiken de dag dat de externe ondersteuning wegvalt.

Als mensen moeten kiezen, voor zo ver ze al kunnen kiezen in onze betekenis van het woord, tussen een buitenlandse of door het buitenland in het zadel gehouden klootzak en een “eigen” klootzak, zullen velen kiezen voor de laatste optie. Dat is niet typisch Afghaans en daarmee hebben we toch iets gevonden dat universeel is. 

Deze opinie verscheen op Facebook op 25 augustus 2021.

Labels