Het is meer dan cinema

Het is meer dan cinema

Het vierde deel van mijn Saoedische reiservaringen (over de maatschappelijke hervormingen).

 

Zowel de receptie op de Belgische ambassade als die ’s anderendaags op de Nederlandse verliepen gezellig en boeiend. Europese expats klonken eensluidend positief om niet te zeggen geestdriftig over de evolutie die Saoedi-Arabië (KSA) doormaakt. “Verlaat het land voor enkele maanden en bij terugkomst merk je hoe snel de veranderingen hier plaatsvinden”, legt een Vlaming me uit terwijl ik even verder een in traditioneel wit kleed getooide Saoedi geniepig aan een biertje zie slurpen. We bevonden ons op dat moment op Belgische ambassadebodem, uit de greep van de algehele alcoholban.

 

Alcohol blijft zwaar taboe in de publieke ruimte. Internationale hotels waar je toch aan een wijntje kan nippen, zoals die in de Emiraten bestaan, zal je in KSA niet vinden. Verder oogt de hoofdstad weliswaar zanderig en dus Arabisch maar uitermate dynamisch en modern. Steeds begeleid door als in formatie opgestelde kranen beheerst moderne en soms gedurfde architectuur het straatbeeld van de woestijnstad Riyad. Het woord gezellig past minder, daarvoor zijn de straten te breed, de voetpaden te smal en het verkeer te druk. Een opvallend gebouw blijkt, nadat ik mijn leven waagde om er te voet naar toe te gaan, helemaal leeg te staan. Het is niet het enige. Het lijkt wel alsof elke rechtgeaarde miljonair een hoog gebouw laat neerpoten in de hoofdstad zonder zich meteen de vraag te stellen wat je daar mee doet.

 

Hoe modern is het leven achter die hedendaagse architecturale façades? Op onze ambassade klinkt het oordeel alvast overtuigd. “Van Europees oogpunt gezien, blijft dit een door mannen gestuurde conservatieve samenleving maar de veranderingen gaan snel en zijn drastisch”, klinkt het uit diplomatenmond. Aan tafel in een restaurant krijgen we een voorbeeld waaraan niemand van de delegatie aandacht besteedde. “Hoor je dat? Muziek. Dat was enkele maanden geleden nog ondenkbaar, dan viel de religieuze politie binnen”, wijst de ambassadeur op zo’n verandering waar wij verbaasd van staan dat het hier een verandering heet.
Elk restaurant kent een sectie voor ‘gezinnen’ en één voor ‘singles’. In die tweede zitten alleen mannen, vrouwen worden geacht steeds in gezelschap uit te gaan. Vroeger werd het begrip gezin strikt opgevat en moest de begeleider echtgenoot, vader of broer zijn maar daar wordt niet erg nauw meer naar gekeken. Intussen vervaagt in vele gelegenheden de opdeling in die twee secties op zich steeds meer, al blijft het wel de algemene regel.

 

De rol van die beruchte religieuze ‘politie’ is zo goed als uitgespeeld, getuigt een Vlaming op de receptie. Een diplomaat bevestigt met enige nuance: “De zedenpolitie of mutawa mag niet meer zelf optreden en dient, als ze een overtreding op de religieuze wetten meent op te merken, de reguliere politie te verwittigen. Die is veel minder strikt en ziet veel meer door de vingers. Soms komt de religieuze politie nog wel zelf in actie. Dan gaat ze formeel haar boekje te buiten maar zo’n intimidatie kan nog wel werken in bepaalde gevallen. Dat de hoogdagen van die strenge bewakers voorbij zijn, dat staat buiten kijf.”

 

Dat wil niet zeggen dat blote kuiten op straat geoorloofd zijn. Saoedische mannen dragen hun witte kleed en hun roodwitte hoofddoek, vastgehouden met een koord waarvan ik me laat wijsmaken dat die traditioneel diende om de kamelenpoten aan elkaar te binden wanneer er halt werd gehouden. Mocht dit niet waar zijn, dan is het alvast een mooi verhaal. Niet-saoedische mannen wekken niet de indruk zich te voegen naar een of ander kledijvoorschrift. Niet-moslimvrouwen moeten geen hoofddoek dragen maar dienen ‘zedig gekleed’ de straat op te trekken. Niet teveel benenwerk noch decolletés, hoe bescheiden ook, gewenst dus. Moslimvrouwen dragen de abaya, het lange, doorgaans zwarte kleed, en een hoofddoek. De niqab, dus mét doek voor de mond, is weliswaar niet verplicht maar een meerderheid van de Saoedische vrouwen tooit zich er wel mee. Zwarte handschoenen zag ik in Riyad vrijwel niemand dragen. Op straten en pleinen ziet het in KSA dus dikwijls zwart van het vrouwenvolk want ze mijden de publieke ruimte niet.

 

Voor westerse ogen blijft het een vreemd beeld als zo’n diep zwart geklede vrouw naast haar wit getooide man wandelt – neen, niet op eerbiedige afstand achter hem - terwijl hij de kinderwagen duwt. Bij elke stap laten onder haar abaya dure sneakers zich bewonderen, haar nagels zijn gelakt, de doorgaans prachtige ogen smaakvol geschminkt, een duur uurwerk komt onder de mouw kijken en handen zijn met dure edelstenen geringd. Een ijsje zien eten door een vrouw die bij elke lik haar monddoekje even moet opheffen, het oogt even onhandig als grappig. Je krijgt niet de indruk dat ze het allemaal erg aan hun hart te laten komen wanneer je ze in groepjes in het parkgras met elkaar ziet keuvelen. Toen ik in het park naast het nationaal museum een zwaar gesluierde vrouw haar baby de borst zag geven, brak mijn klomp al helemaal. Hoe haar gezicht er uit ziet, daar kan ik niets over getuigen, haar borst daarentegen… Maar ook die abaya-drachtverplichting zou, horen we van verschillende mensen, haar langste tijd hebben gehad en weldra versoepeld worden. Dan blijft voor naar meer lucht snakkende vrouwen vestimentair gesproken toch nog de grote sociale druk als laatste hinderpaal overeind.

 

Dat er bioscopen geopend worden, kreeg veel aandacht in de wereldpers, want in groep naar films kijken was tot voor zeer kort ook absoluut geen optie in KSA. In het Engelstalige Arab News stoot ik op een groot artikel: “Movies? Yes, they Cannes” met foto van Javier Bardem en Penelope Cruz. Concerten met wereldse zangers shockeren misschien oudere Saoedi’s maar jongeren wachtten er al lang op. De optredens wekken veel aandacht, ook in de media. Maar de mondjesmaat wordt in acht genomen. Toen de Egyptische crooner Tamer Hosny, die in zijn teksten ook wat seksueel getinte inhoud verwerkt, in maart optrad, stond er op de tickets afgedrukt: “dansen is strikt verboden tijdens het concert”. Het regende sarcastische reacties op sociale media. “Aan hen die naar het Tamer Hosny concert gaan: niet dansen of wiegen. Gewoon bidden voor de profeet”, schreef een twittergebruiker uit KSA. Het tekent hoe de autoriteiten de grenzen aftasten terwijl de jongeren aan de andere zijde hetzelfde doen.

 

Voetbal is al lang immens populair – de Groene Valken plaatsten zich voor het wereldkampioenschap in Rusland – maar nu wordt ook geëxperimenteerd met het toelaten van vrouwen in de stadions. In aparte vakken wel te verstaan. Winkels worden geacht vijf keer per dag, op de gebedsmomenten, te sluiten maar ook op dat gebruik zit steeds meer sleet.

 

Het besef dat economische vooruitgang niet kan zonder maatschappelijke aanpassingen, daarvan is kroonprins Mohammed bin Salman diep doordrongen. Maar is hij de aanstuurder of toch eerder begeleider die een evolutie in banen wil leiden? In zowat alle Saoedi’s handen kleven mobieltjes en de jongeren – zoals eerder geschreven is 70% van de bevolking minder dan 30 jaar – gebruiken de sociale media zeer actief. Niet alle websites zijn raadpleegbaar maar de censuur sluit het venster op de wereld toch maar een klein beetje. Iraanse nieuwsbronnen kunnen bijvoorbeeld niet geraadpleegd worden maar alle internationale kranten zijn perfect bereikbaar op de Iphones die hier als zoete koeken over de toonbank gaan. De meeste jeugdigen gebruiken dat tuig trouwens minder om de New York Times te lezen dan om hun oprispingen samengevat in 280 tekens op de wereld los te laten.

 


 

Hier geplaatst op 17 mei 2018.

 

Foto: © Peter De Roover

 

TIP: Dankzij internet kunnen wij ook veel mensen bereiken buiten de klassieke media om. Help daarbij en deel dit artikel. Gewoon op de knop hieronder drukken.