De gekleurde bril van de schoolpoort

De gekleurde bril van de schoolpoort

Tegen het einde van het schooljaar 2012-2013 werd de Antwerpse wijk het Kiel, bekend/berucht van den Beerschot, opgeschrikt door een geweldige rel bij de school De Blokkendoos. Een groep ouders betichtte een jonge lerares er van kinderen seksueel misbruikt te hebben. Vorige week werd juf Magalie over de hele lijn vrijgesproken. In juli 2013 schreef ik in Doorbraak over de kwestie een tekst die ik hier nog eens breng.

Het spreekt voor zich dat zo’n zaak voor opwinding zorgt. De zin voor maat blijkt in zo’n situaties ook snel verloren te gaan. In The Simpsons wordt geregeld de draak gestoken met de schoolpoortlobby en als het daar wordt aangekaart, geloof dan maar dat het een veel voorkomend maatschappelijk fenomeen betreft. Vergeten we ook niet dat de Witte (jawel, witte) Mars, een van de grootste naoorlogse betogingen die door Brussel trok, wortelde in het ongeloof dat het gerecht een zaak van kindermisbruik op een correcte manier zou afhandelen. De emoties speelden toen ook een hoofdrol.

 

In en over het Kiel was het weer prijs. Gedoe voor de schoolpoort, gaande van geroep en intimidatie tot het bezoek van een sussende Marokkaanse diplomaat. Gedoe achter de schoolpoort, met een vervroegde sluiting van de school als opvallende hoogte-/dieptepunt. Een hoop gedoe in de klassieke media, op de sociale media en bij politieke partijen.

 

Zo’n zaak is pijnlijk, want ofwel werd een kind misbruikt ofwel wordt een jonge lerares onterecht beschuldigd van het ergste. In beide gevallen – en één van die twee moet de juiste zijn – speelt er zich een persoonlijke drama af. Omzichtigheid en terughoudendheid passen in zo’n situatie. In een rechtstaat hoort het gerecht dan zo snel mogelijk zijn werk te doen.

 

 


 

De kern van onze samenleving is dat in dergelijke gevallen uitsluitend wordt geoordeeld op basis van de concrete feiten.


 

 

Voor velen was de zaak echter van het begin pompwaterzuiver. De betrokken lerares was schuldig, wist de ene groep; er was absoluut niets onoorbaars gebeurd, volgens de andere. Dat die drukke commentatoren op de sociale media amper wisten waar die school ligt, laat staan wat er concreet (niet) gebeurd is, bleek geen hinderpaal. Voor anderen volstond het in de buurt van de schoolpoort te komen om een standpunt in te nemen en dat ook luidkeels kenbaar te maken.

 

Oh toeval, bleek het onwrikbare oordeel dat werd geveld toch wel naadloos te sporen langs de kleurlijn. De witte commentatoren verdedigden de juffrouw met kracht; de gekleurde deelnemers aan het ‘debat’ (nu ja, debat) wisten zeker dat het kind misbruikt was. Aan weerszijden van de hysteriegrens speelden de feiten, die niemand kende, geen enkele rol. Aan weerszijden bleek de stamaanhorigheid te domineren bij het innemen van een standpunt. Aan weerszijden werd het oordeel geveld op basis van vooroordelen. ‘Zo’n gekleurde moeders moeten altijd opvallen en valse betichtingen rondstrooien’ versus ‘zo’n gekleurde moeders worden genegeerd en hun klachten niet ernstig genomen in deze racistische maatschappij’. Onze veel geroemde beschaving bleek weer eens een ontstellend dun laagje vernis.

 

Spijtig dat één van de groepen roepers gelijk moet krijgen, want die kan dan gloriëren. Eén vooroordeel zal bevestigd worden en dan zowaar een juist kompas lijken te zijn. Voorlopig zitten de witte roepers aan de kant van de gelijkhebbers. Volgens het parket is er geen enkele aanwijzing dat er iets verkeerd gebeurde op die school.

 

Maar de gekleurde roepers geven zich niet gewonnen. Het parket communiceerde gelukkig snel maar spijtig genoeg wat onhandig en dus zou er een zweem van partijdigheid zijn. Er worden over en weer nieuwe klachten ingediend.

 

Dat laatste, het indienen van klachten bij de rechtbank, is dan weer wel een, zelfs de enige correcte manier van doen. Bij onenigheid tussen burgers schakelen wij de rechtbank in om een oordeel te vellen. We gaan niet roepen, gebruiken geen geweld, intimideren niet. Zo hoort het althans in een rechtstaat.

 

Als advocaat Abderrahim Lahlali namens twee ouders klacht indient met burgerlijke partijstelling, dan is dat zijn en hun goed recht. Hij mag alle rechtsmiddelen uitputten, bijvoorbeeld door het parket-generaal te vragen na te gaan of het onderzoek correct is verlopen.

 

Mocht blijken, zoals het er nu uitziet, dat de betrokken school en lerares niets ten laste kan gelegd worden, dan hebben zij het recht om klacht in te dienen tegen degenen die valse beschuldigingen hebben geuit. De stad Antwerpen, inrichtende macht van de school, hoort dan ook juridische stappen te zetten, ter verdediging van een lerares in dienst van een stadsschool en als signaal dat scholen en leraars geen vogelvrije soort zijn.

 

Maar een ander kernpunt van de rechtstaat is dat de rechterlijke uitspraken het dispuut ook afsluiten en dat een vonnis of arrest door alle partijen wordt gerespecteerd. Misschien al even belangrijk voor een beschaafde samenleving is dat niet iedereen een beetje privé-rechtertje gaat spelen. En voor alles: we mogen niet aanvaarden dat zo’n zaak cultureel, religieus of politiek uitgebuit wordt, noch door de ene, noch door de andere zijde. De kern van onze samenleving is dat in dergelijke gevallen uitsluitend wordt geoordeeld op basis van de concrete feiten.

 

Als de klacht terecht is, sta ik aan de kant van het misbruikte kind. Als de klacht onterecht blijkt – zoals gezegd ziet het er daar nu naar uit - , kies ik de zijde van de valselijk betichte lerares. In beide gevallen doe ik dat kleurenblind. Ik durf beweren dat velen zo denken. Maar die ‘velen’ bleken een stuk minder interessant om opgevoerd te worden in de media.

 


 

Gepubliceerd door Doorbraak op 19 juli 2013, hier op 30 maart 2015. 

 

Foto: De Blokkendoos zoals geplaatst bij het artikel op Doorbraak

 

TIP: Dankzij internet kunnen wij ook veel mensen bereiken buiten de klassieke media om. Help daarbij en deel dit artikel. Gewoon op de knop hieronder drukken.